Context

Peter Jan Bogaert over gezins- en andere relaties in de jeugdhulp

Met een mix van nieuwsgierigheid en verwondering is de woordvoerder van Jongerenwelzijn de boeiende wereld van de jeugdhulp ingedoken. In een aantal persoonlijke columns beschrijft hij wat hem opvalt en tekent.

“Ze blijft nog altijd wel je mama, hé. Het is het eerste gebod: respecteer je ouders, whatever happens.” Tatjana (17) zegt het al lachend, maar ze meent het. Ze is verwikkeld in een pittige discussie met Tina (16) die in haar leefgroep zit. We staan aan de afwas in een open voorziening in het Antwerpse, de meisjes zijn bijna aan het einde van hun traject. Binnenkort krijgen ze te horen of ze terug naar huis kunnen of er een ander spoor voor hen wordt getrokken, in overleg met wat ze zelf aangeven.

“No way dat ik nog naar mijn mama ga”, kijkt Tina boos voor zich uit. Even voordien had ze een hele reeks verwijten naar de kop van haar moeder geslingerd: geld geleend, maar nooit terugbetaald. Kleren gepikt zonder iets te zeggen. Een boulevard van gebroken beloftes en plechtige intenties dat het nooit meer zal gebeuren. “Ik ben niet stom he”, kijkt ze Tatjana uitdagend aan. “Het zal opnieuw gebeuren. Mijn moeder moet hier eigenlijk zitten. Ik niet.” Tatjana zucht en knikt, maar toch: “Het is je moeder en het zal altijd je moeder blijven.”

In het jargon heet het werken met ‘de context’. Terwijl het jaren geleden de norm was om jongeren bij een moeilijke thuissituatie voor een lange tijd te isoleren van huis en thuis, worden de banden met het thuisfront nu zo veel mogelijk behouden. Meer nog: ouders worden intens betrokken bij het hulpprogramma van en voor de jongere. Ook als is vader of moeder minder in beeld wegens bijvoorbeeld een echtscheiding of een eigen problematiek, dan nog is dat de eerste optie. Maar context betekent ook: grootouders, tantes en nonkels en al wie een positief effect kan hebben op het leven van de jongere.

Het maakt een hulpverleningsproces er niet gemakkelijker op, getuige de vaak complexe gezinssituaties waar jongeren zich in bevinden. Breuken worden soms gelijmd, soms ook niet. En jongeren hangen soms te jojo’en tussen buigen en barsten. Tussen aantrekken en afstoten. Door de jongeren zelf en door hun ouders.

Zelf schrik ik soms van de constructies die de hulpverlening opzet om toch maar de band met de mama of de papa te behouden. In eer en geweten, natuurlijk. En met alle professionele en integere afwegingen, die ik in de sector ervaar. Alleen: het is vaak een derde of vierde kans geven aan ouders die het op het tweede gezicht niet meer verdienen. Of toch? Knap van al die hulpverleners die er soms met de moed der wanhoop toch in slagen om banden te herstellen. En ik kan het me zelf echt  niet voorstellen - echt niet - dat er een dag komt dat mijn dochters – in welke context dan ook – plots gaan zeggen: papa, het hoeft voor ons niet meer.

Ik hoor echter ook verhalen van jongeren wiens leven pas is gestart nadat ze echt gebroken hebben met een verslaafde mama of een overspelige papa. Of beiden echt vaarwel hebben gezegd, met een harde blik in de ogen. Dat de veilige context soms ligt bij een klasjuf, pleegouders, vrienden of hun lief. Of zelfs de ouders van hun lief.

Niemand hoor ik evenwel zeggen dat ze er helemaal alleen doorgesparteld zijn. Ik denk dat dit nog de beste definitie is van context: dat er altijd wel iemand is op wie je als jongere kan steunen. En dat is hoopgevend. Er is altijd wel iemand.

Peter Jan Bogaert is woordvoerder van Jongerenwelzijn en trotse vader van twee tienermeisjes.

Reactie toevoegen