Jeugdpuistjes

Met een mix van nieuwsgierigheid en verwondering is de woordvoerder van jongerenwelzijn de boeiende wereld van de jeugdhulp ingedoken. In een aantal persoonlijke columns beschrijft hij wat hem opvalt en tekent.

 

Jeugdpuistjes. Wie heeft ze niet gehad? Kleine venijnige zwarte puntjes. Rood ontstoken bultjes. Witte etterende pukkels. Ze kondigen zich eerst aan met jeuk. En toegegeven, het voelt eerder vervelend aan dan echt pijnlijk. En dan prikken ze plots door je huid. Irritant, zeker net op het moment dat je vaak voor de spiegel staat. Wie ben ik? Hoe zie ik er uit? En vooral: hoe ziet de ander mij?

Ik dacht aan jeugdpuistjes toen Jason mij plots en met een indringende blik vroeg: “Wat denk je nu eigenlijk van mij?” We stonden in de keuken van de leefruimte van Wingene, de nieuwe campus van de gemeenschapsinstelling De Zande. Ik was er om kennis te maken met de werking, de opvoeders en vooral met de jongeren zelf. Jason en ik aan de afwas. Samen de vaat doen is een ideale manier om echt in contact te komen. Het is veel minder indringend en opdringerig dan een face-to-face gesprek aan een tafeltje.

Jason had een glad en gaaf gezicht. Knappe jongen. Welbespraakt, charmant. En toch: tal van pukkels. Niet letterlijk zichtbaar, maar ze waren er wel. Onderhuids, gaf hij zelf te kennen. Geen blijf weten met zichzelf en zijn energie, moeilijke relatie met vader, rondhangen met foute vrienden, af en toe een keer iets doms gedaan. Dat zoiets de buitenwereld irriteert, verstond hij wel. Waarschuwingen, preken, tweede en derde kansen. En dan pets: geplaatst door de jeugdrechter. Nog een puist erbij, groter, dikker, nog meer jeuk. De ene puist is de andere niet, maar welke puist zag ik precies ?

Eerlijk gezegd: ik wist het even niet. Ik zag de puisten, zeker. Een stoere, nonchalante houding die veel onzekerheden camoufleerde. Getekend ook. Onrust in zijn lijf: niet anders dan signalen dat hij zo snel mogelijk terug naar ‘buiten’ wilde.  Ik zag ook de vele talenten, een zelfbewuste kerel, een man met een plan voor straks. En ja, nog altijd ben ik benieuwd te weten hoe het zal aflopen. Wat er nog te zien zal van de puisten, later. Kleine kratertjes? Quasi onzichtbare onvolmaaktheden? Of toch diepere littekens op ziel, met meer gevolgen dan gedacht.

Veel vragen, en ik weet zelf het antwoord niet altijd. Hoe groot is je eigen aandeel in het kweken van die ettertjes en welke maat en/of maatregel moet er dan tegenover staan? Hoe behandel je jeugdpuisten als ze te veel irriteren? Wat met acné? Krabben? Nijdig puntjes uitduwen met scherpe nagels, door jezelf of een dierbare?  Of toch maar smeren met zalfjes, dikke lagen desnoods zoals ik zelf ook altijd deed? Er op tijd deskundige en externe hulp bij halen? Kijken naar de leefomstandigheden? Naar ouders? Context?  

Daarover gaat het debat over het nieuwe Vlaams jeugdrecht is opgestart en moet resulteren in een nieuw en breed gedragen decreet.  Veel vragen, veel discussie met veel partners, waaronder ook ouders en jongeren zelf. Binnenkort een voorzet met mogelijke antwoorden.

Peter Jan Bogaert is woordvoerder van het Vlaams agentschap Jongerenwelzijn, en trotse vader van twee pubermeisjes.

Reactie toevoegen