Is er wifi in Beernem?

Met een mix van nieuwsgierigheid en verwondering is de woordvoerder van jongerenwelzijn de boeiende wereld van de jeugdhulp ingedoken. In een aantal persoonlijke columns beschrijft hij wat hem opvalt en tekent.

Eerst de sleutel, daarna meteen de wifi-code. Zo gaat het de jongste jaren standaard als we ergens met het gezin op vakantie aankomen. De sleutel (of badge) is voor de ouders, de code wordt  met een brede smile toevertrouwd aan mijn tienerdochters. Een paar seconden later al glunderen ze en checken ze onderweg gemiste berichten en posts. Leve het netwerk! Meestal toch. Owee als het niet meteen lukt. Zon, zee en zen zijn dan veraf.

Om maar te zeggen: draadloos verbonden zijn te velde, het is een vanzelfsprekendheid geworden. Wifi als basisvoorziening, net als de eigen sleutel al eeuwenlang een symbool is van je private en beveiligde toegang tot je eigen stekje, al dan niet tijdelijk in je bezit.

In de gemeenschapsinstelling in Beernem is er geen wifi. En hebben de meisjes die er verblijven ook geen eigen sleutel, met uitzondering van één leefgroep van meisjes die bijna klaar zijn voor een meer zelfstandig leven.

Ik vroeg onlangs aan mijn oudste dochter van 16 wat ze zelf het ergste zou vinden. Geen verbinding of geen sleutel. Ze aarzelde even, maar koos  dan toch voor het laatste. Even afgesloten zijn van de steeds sneller doordraaiende en zotte digitale wereld, kan ook wel eens deugd doen. Toch voor een korte tijd, mijmerde ze. Maar zelf de deur van je eigen kamer niet kunnen openen, dat is toch nog iets anders.

Dat is het zeker, besefte ik toen ik er een dag en een nacht verbleef. Meisjes worden er geplaatst omwille van een verontrustende leefsituatie of omdat ze ‘feiten’ hebben gepleegd. In theorie zijn ze slachtoffer of dader. In praktijk zijn ze het vaak allebei, en is het moeilijk te zeggen wat ze nu het meest of het eerst waren. In veel gevallen schuilt er ook een complexe problematiek van emotionele en gedragsproblemen achter.

Geslotenheid is  dan nodig, oordeelt de samenleving nu, bij monde van de jeugdrechter. Als maatregel, soms als sanctie, vaak ook ter bescherming. Zoals het voor Tina was. Zacht karakter, vriendelijk gelaat. Ze brengt haar verhaal in korte zinnen, telkens met knipperende ogen en lichte zelfspot over wat haar is overkomen. Dat ze hier zit omdat ze telkens letterlijk wegloopt van haar problemen en haar doodongeruste moeder achterlaat zonder nieuws, tot ze na een paar dagen weer opduikt. Dat ze bij vrienden van vrienden van vrienden was blijven slapen. Dat ze op den duur niet meer wist waar en met wie en bij wie.

Eigenlijk vindt ze het best wel oké in Beernem. Het leven verloopt er heel gestructureerd. Heldere tijdsschema’s, duidelijke regels. Wat kan en wat niet, weet iedereen. En dat brengt een merkwaardig soort rust met zich mee.

En bizar, vond ik achteraf eigenlijk zelf: er heerste een gemoedelijke sfeer, de leefgroepen oogden huiselijk, bij momenten zelfs gezellig. Alsof je met een klas ergens in een net iets te krappe chalet in de Ardennen was beland. En dat beeld botste met de rauwe werkelijkheid van de problematieken uit de dossiers, die af en toe in de meer donkere uren scherp naar boven komen. Een ander meisje vroeg die avond zelf om in een prikkelarme isolatiecel te slapen, omdat ze toch nog veel innerlijke onrust voelde.

Er zal altijd wel discussie zijn over deuren en sloten. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat gesloten opvang op zich niet zinvol is, tenzij er meteen gewerkt wordt aan de achterliggende problematieken in functie van een beter en ander leven na de geslotenheid. Die piste wordt de jongste tijd uitgewerkt, ook in samenwerking met andere voorzieningen met specifieke expertise.

Of er ooit wifi komt in Beernem? Ik denk het wel. Nu al kunnen ze - uitzonderlijk en onder toezicht - op Facebook. Er zijn lessen waar computers gebruikt worden. Het bestaande sociale netwerk dat de minderjarige kan steunen wordt zoveel mogelijk versterkt: van ouders tot letterlijk ‘goede’ vrienden. Die evolutie is niet te stoppen en ooit wordt wifi een efficiënte ondersteuning van dat beleid.

Peter Jan Bogaert is woordvoerder van het Vlaams agentschap Jongerenwelzijn en trotse vader van twee pubermeisjes. 

Reactie toevoegen