Gedeeld ouderschap, gedeelde wereld
In elke pleegzorgsituatie zet Pleegzorg Vlaanderen in op een gedeelde wereld: het creëren van verbinding tussen pleegouders, biologische ouders, hulpverleners en het kind. Dat zet Pleegzorg Vlaanderen tijdens de Week van de Pleegzorg graag in de kijker.
Gedeeld ouderschap, een goede samenwerking en verbinding tussen ouders en pleegzorgers, is essentieel voor de ontwikkeling van een pleegkind. Het kind behoudt de relatie met zijn ouders en bouwt tegelijkertijd een relatie op met de pleegzorgers. De vrijheid krijgen om ouders, pleegzorgers, broers, zussen en andere familieleden graag te mogen zien, heeft een positief effect op het welzijn van het kind. Zowel ouders, pleegzorgers als de pleegzorgbegeleider spelen een belangrijke rol in die gedeelde wereld.
Lies Scheers maakt al heel wat jaren deel uit van zo’n gedeelde wereld. Samen met haar man kreeg ze drie kinderen. Toen ze zich begonnen af te vragen of ze voor een vierde kind zouden kiezen, hadden ze al twee infoavonden van Pleegzorg bijgewoond. Hun motivatie? “Onze vrienden deden dat ook”, aldus Lies. “En wij komen niks tekort. We kunnen gerust delen met wie het minder getroffen heeft. Met pleegzorg konden we iets terugdoen en bijdragen aan de samenleving.”
Zo kwam er in 2013 voor het eerst een kindje in crisisopvang in hun gezin. In de jaren die volgden, zorgden ze verschillende keren voor een kortere periode voor een kind. “De zorg voor Jasper (schuilnaam, n.v.d.r.) begon ook als crisisopvang”, vertelt Lies. “Hij was drie weken oud en kwam recht vanuit de couveuse in ons gezin terecht.”
Van perspectiefzoekend naar perspectiefbiedend
Ondertussen maakt Jasper al twaalf jaar deel uit van het gezin van Lies. Wat aanvankelijk gepland was als kortdurende crisispleegzorg, werd perspectiefzoekende pleegzorg: in die periode wordt onderzocht wat de beste toekomstgerichte plek voor het kind is. En tot slot werd het perspectiefbiedende pleegzorg: een langdurige vorm van pleegzorg waarbij een pleegkind langer dan een jaar in een gezin verblijft. “Het eerste anderhalf jaar was de situatie van Jaspers biologische ouders zo ingewikkeld dat hij eigenlijk voltijds bij ons verbleef. Daarna is er stilaan een bezoekregeling opgebouwd. Eerst sporadisch, in een bezoekruimte bij Pleegzorg. Ondertussen verblijft Jasper om de twee weken een weekend bij zijn papa. Ook blijft hij soms op woensdag slapen bij zijn grootouders en haal ik hem donderdag weer op na school.”
Kort of lang kapsel
Het feit dat Jasper langdurig een plekje kreeg in het gezin, zorgde ervoor dat Lies, haar man en de papa van Jasper het ouderschap samen moesten vormgeven. Denk bijvoorbeeld aan beslissingen over het kapsel van Jasper. “Wij mogen dat als pleegouders in principe zelf beslissen. Maar in ons geval laten we het toch aan de papa van Jasper over. Hij vindt een net kort kapsel belangrijk, terwijl wij zijn haar wel eens wat langer zouden durven laten.” Zo samen dingen beslissen en bespreken loopt goed, aldus Lies. “We kennen mekaar ondertussen al lang. We bespreken alles, maar vaak laat papa de keuze aan ons. Zo had hij er bijvoorbeeld alle vertrouwen in dat wij een geschikte school zouden kiezen voor Jasper.”
“Nu kunnen we effectief spreken van gedeeld ouderschap”, vindt Lies. “Ondertussen zijn we blij dat Jasper al eens een weekend naar zijn papa gaat, want wij zijn ook geen 30 jaar meer. De rust is soms welkom. Jaspers grootmoeder wilde hem in de vakantie graag wat vaker zien. Dat kwam voor iedereen mooi uit en was echt een win-winsituatie. Jasper kon een fijne tijd met zijn grootmoeder doorbrengen en wij moesten minder puzzelen met vakantieopvang. Als er een schoolfeest of verjaardag is, dan nodigen we hen altijd mee uit. Als zijn papa of grootouders Jasper komen halen, doen we altijd kort een babbeltje over hoe het gaat. Zowel Jaspers papa als wij zijn flexibel als er eens gewisseld moet worden voor een familiefeest.”
Verschillende opvoedstijlen
Ondanks die goede relatie, hebben Lies en haar man wel een andere opvoedstijl dan de biologische familie van Jasper. “Zijn papa en grootouders hebben een eerder klassieke opvoedstijl, waarin de punten op school heel belangrijk zijn. De grootouders oefenen ook altijd veel de leerstof samen met Jasper. Wij zijn daar wat losser in, maar we proberen mekaar niet te overtuigen van een bepaalde opvoedstijl. Ik denk bijvoorbeeld niet dat een kind snel ziek wordt als het zonder jas naar buiten gaat. Zijn papa vindt het wel belangrijk, dus zorg ik bij de overdracht zeker voor een jas. We hebben andere normen en waarden, maar dat is daarom niet slechter. En dat beseffen we van elkaar.”
“Het is misschien wat vergelijkbaar met een gescheiden gezin, maar dan zonder de ambras. We hebben verschillende stijlen, maar we willen allemaal het beste voor Jasper, elk op onze manier. We moeten nog afwachten wat de puberteit brengt, want pleegzorg legt een extra laag op een al moeilijke periode. Gelukkig staan we er dan niet alleen voor, want zijn biologische familie deelt het ouderschap met ons.”
“Er is de laatste jaren meer aandacht voor gedeeld ouderschap”, merkt Lies. “Ik geef mee vorming aan mensen die geselecteerd zijn om een pleeggezin te worden. Tijdens die vorming wordt nu ook meer aandacht besteed aan gedeeld ouderschap. Het is belangrijk voor het kind dat er contact is met de biologische ouders, hoe weinig ook. En emotioneel is het belangrijk dat ze zowel van de biologische ouders als van de pleegzorgers mogen houden.”