Hoe pleegzorg levens verandert

Ziggy en Anouk twaalf jaar samen op pad

Ziggy Reviers groeide op in een verontrustende thuissituatie. Als jonge tiener kwam ze in de pleegzorg terecht, en kreeg ze Anouk Swevers toegewezen als pleegzorgbegeleidster. Het was de start van een lang traject, waarbij ze elkaar steeds beter leerden kennen. Ze gingen samen op zoek naar oplossingen.

Ziggy woonde bij haar vader, in een verontrustende opvoedingssituatie. In de lagere school kwam haar situatie al in beeld, onder andere bij het CLB en het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. Ze verbleef ook twee keer met haar mama en zus in een vluchthuis, maar ze was nog niet klaar om de stap naar een oplossing te zetten. Op een dag liep ze weg van huis. Toch ging ze de volgende dag gewoon naar school. Ze sprak met het CLB over wat er gebeurd was. Ze wilde niet meer terug naar huis. Het CLB is meegegaan naar de politie om te kijken waar Ziggy terechtkon. Het was moeilijk een plekje te vinden, de enige optie was een bed in een ziekenhuis. “Dat is een verschrikkelijke herinnering”, vertelt Ziggy. “Ik zat al jaren in een problematische situatie. Het was erg moeilijk om de beslissing te nemen om eruit te stappen. Niet alleen wist ik niet wat de toekomst zou brengen, tegelijk moest ik ook mijn zus en huisdieren achterlaten. Dat er na zo’n moeilijke stap eigenlijk nergens plaats voor me was, buiten het ziekenhuis, maakte dat ik me waardeloos voelde. En ik ben lang niet de enige die in zo’n situatie is terechtgekomen.”
Gelukkig was er nog de grootmoeder van Ziggy. Zij hadden elkaar al een jaar niet meer gezien, maar Ziggy kon bij haar terecht. Er werd een traject voor pleegzorg opgestart, en zo werd Ziggy’s grootmoeder officieel pleeggrootmoeder. Anouk kwam in beeld als pleegzorgbegeleidster. “Het parket vroeg een netwerkobservatie te doen”, vertelt Anouk. “Tijdens zo’n observatie gaan we na of oma als pleegouder kan bieden wat Ziggy nodig heeft op lange termijn. In het begin zagen we mekaar wat vaker dan de regels voorschreven, omdat er vertrouwen opgebouwd moest worden. We werken altijd met het pleegkind, de ouders, de pleegouders, school en andere hulpverleners. De hele context van het kind komt in beeld.”

Lange termijn is luxe

“Als je jarenlang met hetzelfde kind of dezelfde jongere kan werken, heb je het gevoel dat je echt iets kan betekenen”, vindt Anouk. “Je hebt dan tijd om iets op te bouwen en echt aan een situatie te werken, dat is een luxe in de hulpverlening. Je gaat samen door goede en slechte tijden, en dan groei je echt naar elkaar toe.” 
“Anouk stond altijd voor me klaar”, bevestigt Ziggy. “Zelfs op momenten dat ik dat zelf niet altijd prettig vond. Toen ik 17 was, had ik een zware depressie. Ik wilde niet meer uit bed komen, maar Anouk stond aan de deur en nam me mee naar het ziekenhuis. Op dat moment wilde ik niet buitenkomen, want ik zag er niet uit. Achteraf bekeken ben ik haar daar heel dankbaar voor. In het ziekenhuis stond ik niet meteen open voor therapie, maar na een tijdje besloot ik er toch voor te gaan. Ik ben beter uit die opname gekomen.”


“Vertrouwen winnen doe je niet door te zeggen: vertel je verhaal eens”, aldus Anouk. “Ik zeg meestal: kom we gaan een wandeling maken, of we gaan een terrasje doen. Het verhaal komt vanzelf wel naar boven op het moment dat een pleegkind er klaar voor is, als het vertrouwen er is. Authentiek zijn is heel belangrijk: tijd en moeite nemen om naar jongeren te luisteren. Wat willen ze zeggen met hun moeilijk gedrag, wat zit erachter? Hulp werkt alleen als mensen ervoor openstaan en dat vraagt geduld.” “Ik vond het altijd mooi dat Anouk emoties durfde tonen, dat ze het uitsprak als iets haar raakte”, vult Ziggy aan. “En dat ze durfde toegeven dat ze niet de waarheid in pacht had, dat ze niet op alles zomaar een antwoord had.” 

De kracht van verbinding

“Hulpverleners die naast hun cliënten werken in plaats van met hen, vind ik niet aangenaam”, legt Anouk uit. “Ik ga ervan uit dat je samen meer weet dan alleen, dat je samen een oplossing kan vinden. Dat de cliënt zelf zijn plan maakt samen met de hulpverlening, dat ze er samen achter kunnen staan. Ik geloof in de kracht van verbinding. Ik probeer er voor hen te zijn, want die jongeren zijn al zo vaak teleurgesteld geweest in hun jonge leven.” 
Anouk werkt al twaalf jaar als pleegzorgbegeleidster, en daarvoor ook acht jaar in een leefgroep voor kinderen en jongeren met gedrags- en emotionele problemen. Welke evoluties heeft zij in die twintig jaar meegemaakt? “Ik merk dat er steeds meer administratie bij komt kijken. Alles moet ingevuld worden in tabellen, elk uur en elke euro moet verantwoord worden. Ik begrijp dat ergens wel, maar het beperkt toch de tijd die je effectief aan hulpverlening kan spenderen.” 
“De ellenlange wachtlijsten zorgen er ook voor dat hulp vaak niet kan geboden worden op de momenten dat het echt nodig is. Daarnaast werken we nu vaker multidisciplinair dan vroeger. Dan zitten we met alle hulpverleners rond tafel in een caseoverleg, wat op zich heel krachtig is. Soms worden daar echter plannen uitgetekend voor gezinnen, waarvan ik denk: als mensen zich daar niet aan willen houden, sta je nog niet veel verder. Ik denk dat je best zoekt waar de krachten van een gezin en hun context liggen, want je kan niet 24/7 hun handje vasthouden.”

Blik op de toekomst

Toen Ziggy 21 werd, liep het pleegzorgtraject voor haar af, omdat 21 jaar toen de maximumleeftijd was voor pleegzorg. Ondertussen kan het tot 25 jaar. “Had dat gekund, dan was ik nog bij mijn oma gebleven. Nu woon ik alleen en ben ik bijna afgestudeerd. Maar financieel heb ik het zeker niet gemakkelijk.”
Binnenkort haalt ze hopelijk haar diploma Sociale Readaptatiewetenschappen. Vorming geven aan hulpverleners zou een droomjob zijn voor haar. Welke boodschap zou ze die hulpverleners dan willen meegeven, als ervaringsdeskundige? “Voor mij is de ideale hulpverlener iemand die authentiek is, die durft emoties tonen, niet alles denkt beter te weten, maar samen met de cliënt op zoek gaat naar oplossingen. Als je de tijd neemt om mekaar te leren kennen, kom je er altijd samen wel uit.”

 

Foto's
Bob Van Mol