We moeten gaan waar onze doelgroep zit en dat is online

Awel doet het al lang

Awel, de vroegere Kinder- en Jongerentelefoon, heeft jaarlijks meer dan 27.000 gesprekken die beantwoord worden door 250 vrijwilligers: 25% via telefoon, 75% online.

De eerste doelstelling is het gesprek voeren. “We luisteren actief, denken en voelen mee met de jongere. Als we denken dat er verdere hulpverlening nodig is, gaan we aftoetsen in welke mate de jongere zelf bereid is. Als we voelen dat er openheid is, gaan we in het gesprek zelf oefenen. Bijvoorbeeld: je gaat morgen naar de dokter, ga je alleen? Wie neem je mee? Wat vertel je? We gaan de doorverwijzing actief oefenen”, zegt Sibille Declercq, coördinator bij Awel vzw.

Awel is online sinds 1999 toen ze startten met e-mailhulpverlening en de vrijwilligers chatten al tien jaar met jongeren die ergens mee zitten. Sinds 2009 worden er vragen gesteld op een gemodereerd forum. “Het modereren is heel hard nodig. Soms reageren tieners bijzonder bot op elkaar of komen ze in een negatieve spiraal terecht. Soms censureren we berichten omdat de anonimiteit van de schrijver anders niet gewaarborgd is”.

“Het is een compleet andere manier van werken. De keuze om via chat te werken was doordacht op vlak van het praktische gedeelte, welk chatprogramma gaan we gebruiken, op welke uren zijn we bereikbaar? De vrijwilligers kunnen van thuis uit werken. Maar ook inhoudelijk werd alles goed voorbereid. De vrijwilligers krijgen een altijd een 7 maanden durende opleiding. Voor elk medium is die anders, dus ook voor chat- en forumvrijwilligers.”

De lage drempel is zeker een troef. “Men kan niet horen of zien of je zenuwachtig, bang of verdrietig bent, jongeren kennen deze kanalen en gaan er dus makkelijker gebruik van maken. Het forum wordt vaak enkel gelezen, zo krijgt een jongere toch een antwoord op een soortgelijke vraag. Sibille Declercq: “We willen graag peer to peer hulp aanbieden. Dan zou het mogelijk zijn om een antwoord van Awel en een door Awel opgeleide jongere te krijgen. Jongeren zien veel waarde in het antwoord van vrienden, maar durven het niet altijd op de man af te vragen, dan is een online forum handig.”

Er zijn 5 wachtenden voor u

Een recente peiling zegt dat de jongeren heel tevreden zijn over de gesprekken. Ze hebben het gevoel dat er naar hen geluisterd wordt, dat ze hun verhaal kwijt kunnen. De frustratie blijft de wachtrij. “We zijn onderbemand. We kunnen niet alle telefoongesprekken opnemen. Concreet moet een jongere vijf keer bellen voor hij iemand aan de lijn krijgt. Via e-mail en het forum kunnen we wel alle vragen beantwoorden, maar de chatbox krijgt hetzelfde probleem als de telefoon. Nu zijn er drie vrijwilligers tegelijk aanwezig, we zouden dat graag uitbreiden om met meer kinderen tegelijk te kunnen spreken. Van een echte besparing door online te werken, is er geen sprake. Wanneer we meer vrijwilligers inzetten, moeten we ze ook opleiden. Daar zit onze kost.”

"Online hulp is meer dan chatten en e-mailen"

In de nabije toekomst zal Awel vzw nog verder investeren in online hulpverlening: “We hebben nu al een tool online die jongeren helpt om te communiceren met hun ouders. Daarin kunnen ze zelf verschillende vragen en casussen vinden. In september lanceren we een nieuwe tool over veerkracht. We stelden vast dat jongeren vaak vastlopen in hun problemen. Op deze manier kunnen ze leren hoe om te gaan met kwetsuren en hoe iemand opnieuw te leren vertrouwen. Bij de ontwikkeling van deze tools zijn we steeds in gesprek gegaan met een therapeut en een groep jongeren. Met die inhoud wordt de tool opgebouwd zodat jongeren op een interactieve manier de info en hulp kunnen krijgen die ze verdienen.”

“De klassieke sociale media vinden we minder geschikt voor hulpverlening. Onze Facebookaccount zullen we enkel gebruiken voor de bekendmaking van nieuwe tools of activiteiten. We beantwoorden er geen vragen omwille van het grote privacyvraagstuk’, aldus Declercq.

>> www.awel.be of voor een gesprek bel gratis 102 na de schooluren

Illustraties
Awel

Reactie toevoegen