Wat is rechtvaardigheid?

"Als voogd van minderjarige vluchtelingen kan je het verschil maken"

Bert Gabriëls is bekend van het humoristische Canvas-programma Zonde van de Zendtijd, dat hij samen met Henk Rijckaert maakte, en van zijn comedy-optredens. Wat minder mensen weten, is dat hij de afgelopen jaren als voogd heel wat minderjarige vluchtelingen doorheen het administratieve kluwen van ons land heeft geholpen.  

Voor je je carrière als comedian startte, heb je – onder andere – rechten gestudeerd. Vanwaar die keuze?

Bert Gabriëls: “Ik wilde in de politiek gaan. Op de katholieke middelbare school waar ik zat, kon je eigenlijk maar drie ‘goede’ keuzes maken: ingenieur, geneeskunde of rechten. Ik koos dan maar voor rechten. Na mijn studies ben ik als vrijwilliger aan de slag gegaan bij De Foyer in Brussel (vormings- en integratiecentrum voor allochtone bevolkingsgroepen, nvdr). Ik gaf er juridisch advies aan vreemdelingen. Toen pas begreep ik hoe het voelde om wat je gestudeerd hebt te gebruiken om mensen te helpen. Mijn allereerste cliënt bij De Foyer was een man die als verstekeling per schip naar België gekomen was. Ik kon hem geen oplossing bieden. Slecht nieuws brengen is dan een deel van je job. Ik probeerde die boodschap zo vriendelijk mogelijk te brengen. Als je afgesnauwd wordt, heb je al snel het gevoel dat er tegen je gelogen wordt.”

“Ik ben met die rechtenstudie begonnen om te weten wat rechtvaardigheid was. Maar ik bleef lang op mijn honger zitten: het antwoord op die vraag vind je immers niet in die boeken. Na een tijd heb ik dan beslist om ook filosofie en antropologie te gaan studeren.”

Hoe ben je dan uiteindelijk in de comedywereld beland?  

“Ik wilde altijd al acteur worden. Nog altijd eigenlijk. Sinds mijn 15 speelde ik toneel. In Leuven tijdens mijn studies, en daarna aan de toneelacademie in Maastricht. Toen ons theatergezelschap failliet ging, was comedy een goed alternatief. Het kost niets, je moet alleen maar op het podium gaan staan. Gelukkig werkte dat snel. Want ik stond op het punt om voltijds jurist te gaan worden, en dan zou ik waarschijnlijk altijd het gevoel gehad hebben iets gemist te hebben.”

In De Morgen schreef je een opiniestuk over het vluchtelingenbeleid in ons land, en het gebrek aan cijfers op dat vlak. Waarom is dat zo belangrijk voor jou?

“De migratie zit nu op hetzelfde niveau als in 1948. En dan gaat het over absolute cijfers. We waren toen met minder Belgen, dus procentueel lag het toen hoger. Door de media denken veel mensen dat er heel veel mensen binnenkomen die zich niet nuttig kunnen maken in onze maatschappij. Maar niemand weet of dat eigenlijk wel klopt. Er komen veel meer EU-burgers binnen dan asielzoekers. Maar daar wordt veel vaker van uitgegaan dat we er geen last van hebben en dat ze hier zullen komen werken. We weten het niet. De cijfers worden door het beleid geheim gehouden. 60% van de erkende vluchtelingen in ons land werkt binnen de vier jaar. Dat is geen slecht cijfer. Het kan altijd beter, maar het is waarschijnlijk meer dan de meeste mensen verwachten zonder dat ze de cijfers kennen. Cijfers maken het overzichtelijk, beheersbaar. Als je spreekt over toevloed, exodus, dan lijkt het zo onoverzichtelijk. Maar de beleidsmakers willen dus geen onderzoek naar cijfers subsidiëren. Ze lijken niet geïnteresseerd in het feit of migratie een voordeel of een nadeel is. Stel dat het een voordeel is, dan heeft NVA een probleem. Maar de linkse zijde zoekt de cijfers ook niet op, omdat ze bang zijn dat het toch een nadeel zou zijn.”

In datzelfde opiniestuk in De Morgen zeg je ook dat we mekaar moeten aanspreken op ‘stekelgedrag’. Wat bedoel je daarmee?

“Je kan niet doen alsof er geen etnische conflicten zijn. Racisme is altijd wederzijds. Wat de ene racisme noemt, noemt de andere etnische identiteit. Maar het komt op hetzelfde neer. Etnisch conflict is je identiteit gebruiken om afstand te creëren waar die niet nodig is. Dat is stekelgedrag.  Hetzelfde geldt voor buschauffeurs die hardnekkig Nederlands blijven spreken tegen mensen die het moeilijk hebben met Nederlands. Mensen weten van zichzelf vaak niet dat ze zich racistisch gedragen. Mensen die met veel moeite een buitenlandse naam uitspreken en benadrukken wat voor een moeilijke naam dat toch wel is: het is een beetje ongastvrij. Daar moeten we mekaar op aanspreken. Je moet een beetje moeite doen, dat is elementaire beleefdheid. In al mijn shows zit wel een stukje over racisme, omdat dat heel dankbaar is. Iedereen denkt geen racist te zijn, maar we doen het allemaal.”

“Comedians hebben altijd een beetje de neiging om mensen een geweten te schoppen. Lachen met dingen nodigt ook uit om er iets aan te doen. Het genre nodigt uit tot preken. Ik denk dat veel comedians als ze een paar decennia eerder zouden geboren waren pastoor  waren geworden.”

Je bent ook lang voogd geweest van minderjarige vluchtelingen. Wat is het profiel van een goede voogd?

“Kort gezegd: een goede ouder. Een minderjarige mag zichzelf niet vertegenwoordigen. Als hij een handtekening zet op een wettelijk document, is die niet geldig. De voogd moet dan mee tekenen. Dat is de kern van de opdracht van een voogd. Daarnaast fungeert de voogd ook als een soort controle-orgaan, als er iets niet loopt zoals het moet, moet de voogd ingrijpen. Als een minderjarige bestraft wordt, ga je na of die straf terecht is… Tot zover het voornamelijk administratieve gedeelte. Maar je wordt ook verondersteld een vertrouwensband op te bouwen en uit te zoeken wat voor de jongere de beste plaats is om zich te ontwikkelen. Probeer te voorkomen dat hij in het beroepsonderwijs belandt als dat niet zijn ambitie is, bijvoorbeeld. Voogdij stopt in principe op 18 jaar, maar dat is bij mij in praktijk nooit het geval geweest. Je blijft die jongvolwassenen volgen. Ik heb het nu thuis heel druk met twee jonge kindjes, maar ooit wordt ik opnieuw voogd, zeker en vast. Als voogd kan je echt het verschil maken.”

www.bertgabriels.be

Foto's
Stephan Vanfleteren