Slimme technologie voor slimme zorg

Zeven stappen naar een alternatief voor fysieke fixatie

STAFF staat voor Slimme Technologie als Alternatief voor Fysieke Fixatie en is een project van LUCAS KULeuven en Cretecs VIVES Hogeschool. Zij onderzochten hoe woonzorgcentra omgaan met fysieke fixatie en lieten hen tijdens een zes maanden durende interventiestudie slimme technologie voor bed- en opsta-alarmering testen. Op basis van de ervaringen van personeel en bewoners werd een zevenstappenplan opgesteld voor wie wil starten met het gebruik van slimme technologie in de ouderenzorg.

1. Word je bewust van je eigen visie op fysieke fixatie en slimme technologie

Wissel in je organisatie van gedachten over de huidige visie en praktijk inzake fixatie, en over de mogelijkheden van slimme technologie. Wie er vooraf bij stilstaat, is beter voorbereid op verschillende mogelijke situaties. De woonzorgcentra die deelnamen aan de interventiestudie hebben geen uitgesproken standpunt dat fysieke fixatie altijd en per definitie negatief is. De visie op fixatie weerspiegelt de onderliggende waarden en normen die men hanteert. Hoe belangrijk is zelfstandigheid van de bewoner? Hoe belangrijk is veiligheid? Hoe belangrijk is comfort en levenskwaliteit?

Vele deelnemers aan de studie zeiden zo weinig mogelijk fixatie toe te passen. Wat dat concreet inhoudt, hangt af van de beschikbare middelen en alternatieven.

Niet iedereen heeft een even open visie om nieuwe technologie te leren kennen en te gebruiken. Het is belangrijk dat de beleidsbepalers in een woonzorgcentrum daar rekening mee houden. Fysieke fixatie weglaten of vervangen door een alternatief is voor sommige medewerkers een grote stap.

2. Welke technologie past bij welke bewoner?

In een multidisciplinair overleg breng je de noden van de bewoners in kaart. Bekijk de situatie vanuit het oogpunt van de bewoner, de medebewoners en de medewerkers.

Is de bewoner bang om te vallen of snel gedesoriënteerd? Is fysieke fixatie nodig, en waarom? Wordt hij rustiger of net onrustiger van fixatie? Welke andere noden zijn er? Hoe reageert hij op verandering?

Wordt de levenskwaliteit van de medebewoners niet verstoord? Stelt de nieuwe technologie medewerkers voldoende gerust?

Nieuwe technologie kan een goed alternatief zijn voor bewoners die onrustig worden van fysieke fixatie of voor bewoners die dwalen buiten hun eigen kamer en zo anderen uit hun slaap halen. Monitoring van het slaapgedrag kan belangrijk zijn voor bewoners die vaak ’s nachts wakker zijn en overdag slapen en bij wie het mogelijk is om het dag-nachtritme te normaliseren. Ook voor bewoners met vergevorderde dementie of mensen die een groot valrisico lopen kan opsta-alarmering een goed idee zijn.

Stel jezelf ook de vraag wat je precies verwacht van de nieuwe technologie. Wil je een alarm als iemand rechtop zit, of enkel wanneer hij volledig opgestaan is? Moet het alarm snel in werking treden, of net na een instelbare tijd? Bij dwalende bewoners kan het nuttig zijn om pas een alarm te krijgen als de persoon na een bepaald aantal minuten niet opnieuw in zijn bed is.

Tot slot: een testperiode is altijd een goed idee, zowel voor de bewoners als de medewerkers. 

3. Informeer de bewoner en zijn familie

Elke bewoner en situatie is anders. Zorg dus dat je informatie op maat aanbiedt. Hoe beter je de bewoner kent, hoe beter je hem passend kan informeren.

Informeer de familie zo vroeg mogelijk. Het moment van opname van een nieuwe bewoner is een ideale gelegenheid om het te hebben over de visie op fixatie. Het thema kan ook ter sprake komen op een bewoners- of familieraad.

4. Zorg voor een goede installatie van de slimme technologie

Kies voor een technologie die weinig valse alarmen genereert en een sensor die toelaat het bed op verschillende hoogtes in te stellen. Zorg dat de technologie bediend kan worden door niet-technisch geschoold personeel en dat alles tegen een stootje kan. Let erop dat batterijen een lange levensduur hebben en makkelijk vervangen kunnen worden. Best is er ook een goede handleiding beschikbaar is. Systemen die een duidelijk onderscheid maken tussen verschillende types van alarmen verdienen de voorkeur. Zo kan het alarm van een drukknop op de kamer aan een extern oproepsysteem gekoppeld worden, en een oproep van een bed- en opsta-alarmering naar een gsm-toestel doorgegeven worden.

5. Organiseer een opleiding voor het personeel

Zorg dat iedereen de opleiding kan volgen, en vergeet daarbij de tijdelijke werknemers en eventuele vrijwilligers niet. Ook het onderhoudspersoneel en de technische dienst moeten zeker op de hoogte zijn van de werking van de nieuwe systemen. Voorzie voldoende tijd om de nieuwe technologie actief uit te proberen en geef voldoende aandacht aan het maken van afspraken over hoe de technologie gebruikt zal worden in jouw voorziening.

6. Monitor en evalueer het gebruik van de slimme technologie

Veranderen vereist een inspanning. Zorg dus dat het personeel hierbij goed begeleid wordt. Hou de vinger aan de pols en luister de manier waarop het gebruik van de nieuwe technologie ontvangen wordt. Neem voldoende tijd om het vertrouwen te laten groeien. Maak regelmatig tijd voor een tussentijdse evaluatie en overleg. Zo kan er indien nodig op tijd bijgestuurd worden.

7. Integreer de technologie in de dagelijkse organisatie

Zorg dat de technologie een schakel wordt in het totaalaanbod van je organisatie waarin zorg op maat centraal staat. Slimme technologie is een middel, geen doel op zich. Denk op tijd nog eens opnieuw na of de technologie nog wel het doel dient waarvoor ze aanvankelijk werd ingezet.

Om ermee te starten is het belangrijk dat de leidinggevenden erin geloven en dat het zorgpersoneel zo vroeg mogelijk wordt betrokken bij de vernieuwing. Het vraagt van de directie de durf om te investeren. Niet alleen in de technologie zelf, maar ook in deskundige ondersteuning. Voorzie een back-up of alternatief voor de technologie. Als er ’s nachts iets misloopt, blijft de situatie hanteerbaar.

Het succes van slimme technologie ligt in het consequent gebruik ervan. Duidelijk afspraken helpen daarbij. Communicatie binnen het team is een must, met inspraak van alle medewerkers. Bij bed- en opsta-alarmering is de inbreng van wie in de nachtdienst werkt een must. Ook de inbreng van andere betrokkenen helpt, zoals de arts die de medicatie opvolgt of de kinesitherapeut die werkt aan de mobiliteit van de bewoners.

 

Conclusie: een alternatief voor fysieke fixatie

Slimme technologie kan een alternatief zijn voor fysieke fixatie en kan zo bijdragen aan zorg op maat. Een goede voorbereiding is echter cruciaal. Neem dus zeker voldoende tijd om de zeven stappen te doorlopen. Het welzijn van de bewoner staat altijd centraal en de technologie is maar een hulpmiddel om dat doel te bereiken. Vier factoren zijn cruciaal voor een succesvolle implementatie: gedragenheid door het beleid, technische ondersteuning, leiderschap op de afdeling en goede communicatie binnen het zorgteam.

Minder onrust in WZC Leiehome

WZC Leiehome in Drongen was één van de woonzorgcentra die deelnam aan de interventiestudie in verband met bed- en opsta-alarmering. Voor hen kon het onderzoek niet op een beter moment komen, aangezien ze zelf net een werkgroep hadden opgericht om na te denken over alternatieven voor fysieke fixatie.

“Zoals elk woonzorgcentrum gebruikten we vormen van fysieke fixatie”, vertelt Dieter Bogaert, die het project coördineerde. “Iedereen wil graag fixatievrij of minstens fixatie-arm werken, maar soms kan je bijna niet anders. Bijvoorbeeld wanneer bewoners er zelf om vragen om zich veiliger te voelen, of wanneer er een groot risico op vallen bestaat.”

WZC Leiehome kreeg de kans om twee verschillende slimme technologieën uit te testen. Eén camerasysteem dat boven het bed bevestigd wordt en alarmeert wanneer mensen opstaan uit bed. Dit systeem kon ook zo ingesteld worden dat het alarm pas afgaat wanneer een bewoner na tien minuten niet terug in bed is na een nachtelijk toiletbezoek. Het tweede systeem is draadloos, werkt op infraroodtechnologie en kan op de vloer van de kamer geplaatst worden. Ook dit geeft een alarm wanneer mensen uit bed komen.

Bogaert is enthousiast over beide systemen, maar verkiest toch het draadloze systeem wegens de flexibiliteit. “Het risico op vallen blijft bestaan wanneer mensen niet fysiek gefixeerd zijn, hoe goed het systeem ook werkt. Het gebruik van dit systeem als alternatief vereist dat het personeel snel ingrijpt wanneer het alarm afgaat. Dat was even aanpassen, maar gelukkig was de bereidheid om mee te werken erg groot in ons centrum. De medewerkers werden op voorhand goed geïnformeerd en opgeleid. Na een aanpassingsperiode stelden de verpleegkundigen en verzorgenden vast dat bij verschillende bewoners de nachtelijke onrust afnam. Het gebruik van bedhekken veroorzaakte bij sommige bewoners onrustig gedrag. Met de bed- en opsta-alarmering verminderde dit na een aantal nachten. In het begin is dat even lastig, maar na verloop van tijd stelden we een opmerkelijke verbetering in het slaappatroon van de bewoner vast.”

Uiteraard werd voor de testen toestemming (informed consent) gevraagd van de bewoners. Als bewoners niet zelf hun toestemming konden geven, werden de familieleden geïnformeerd en om een beslissing gevraagd. “Eén van de bewoners kwam in Leiehome terecht na een opname in het ziekenhuis. Zij was zelf erg bang om te vallen ’s nachts. In het begin hebben we toch met bedhekken gewerkt. Later schakelden ze toch over op het alarmsysteem. De bewoner was gerustgesteld dat er snel een verpleegkundige in haar kamer zou zijn wanneer ze aanstalten maakte om op te staan.”

In een ander geval gaf de familie toestemming om slimme technologie te gebruiken bij een bewoonster in plaats van fysieke fixatie. “Bij de test bleek dat ze noch met een bedhekken, noch met de opsta-alarmering zelf uit haar bed kwam, maar dat ze zonder het bedhekken toch veel rustiger de nacht doorkwam.”

Voor de start van de studie was de directie wat sceptisch: het is geen goedkoop systeem en zou het wel werken zoals beloofd? Na de interventiestudie heeft WZC Leiehome het draadloze systeem met infraroodsensor aangekocht. De voornaamste meerwaarde die ze zien is de vermindering van de nachtelijke onrust bij mensen die vroeger met een bedhekken sliepen. Ze gebruiken het nu vooral bij nieuwe bewoners om hun slaappatroon in kaart te brengen, en overwegen de aankoop van een tweede toestel om het over een langere periode te kunnen gebruiken. “Na de testen is de meerwaarde voor ons heel duidelijk. Vooral de vermindering van nachtelijke onrust heeft ons over de streep getrokken”, besluit Dieter Bogaert. 

Illustraties
Geert Michaux - Eeje.be