Mantelzorg met kleur

Hoe zorgtaken van mantelzorgers met een migratieachtergrond verlichten?

Iedereen zorgt voor iedereen, maar niet iedereen wordt gezien. Mantelzorgers met een migratieachtergrond blijven meer onder de radar. Daardoor lijkt de afstand soms groot, maar toch zijn er meer gelijkenissen dan verschillen. Maar het zijn ook de meest onzichtbare mantelzorgers die het meest kwetsbaar zijn, en het minst hulp inschakelen van professionele zorgverleners. 

“Zowel autochtone mantelzorgers als mantelzorgers met een migratieachtergrond (mma’s) zijn ervan overtuigd dat een kind met beperkingen dat thuis opgevangen wordt gelukkiger, gezonder en zelfstandiger kan opgroeien. Beide groepen mantelzorgers zijn ook bereid om minder te gaan werken en elke dag betaald verlof die ze hebben te besteden aan zorg, als dat nodig is”, weet Anne Dedry, auteur van het boek Mantelzorg met kleur. Toch zijn er ook verschillen. “Mma’s zijn erg trots op hun zorgtraditie en zullen tegelijk vaak de ernst van de zorgsituatie minimaliseren. Bij mma’s is de zorg echt een vrouwenzaak, terwijl bij autochtone mantelzorgers 40% van de zorg door mannen opgenomen wordt, om maar enkele voorbeelden te noemen.” Als we het hebben over mantelzorgers met een migratieachtergrond, gaat het over een groep van naar schatting minstens 120.000 in Vlaanderen. 

Professionele hulp uitgesteld

Verschillende drempels zorgen ervoor dat ze professionele hulp vaak uitstellen. Zo zijn ze wel vol lof over professionele zorgverleners, maar willen ze vaak toch liever geen ‘vreemden’ in huis. De zorg is ook te weinig gekend, en er rust een taboe op instellingen als woonzorgcentra. Ook de prijs en de taal blijven voor hindernissen zorgen. Volgens Dedry is onze zorg nog steeds te wit, op verschillende vlakken. Ze geeft alvast deze tip voor communicatie in de zorg met mensen met een migratieachtergrond: “Probeer te begrijpen, niet begrepen te worden.” Daarnaast raadt ze professionele zorgverleners aan outreachend te werken, mensen niet op hun migratieachtergrond vast te pinnen maar als mens te bekijken en hard te werken aan een vertrouwensband. 

Visie van moslimvrouwen op het levenseinde

Chaïma Ahaddour is onderzoeker aan de faculteit Theologie en Religiewetenschappen, en onderzocht de visie van Marokkaanse moslimvrouwen op zorg voor ouderen en het levenseinde. “De Koran raadt aan om genegenheid te tonen aan je ouders”, legt ze uit. “Dat wordt vaak geïnterpreteerd als ‘zorgen voor’. Afhankelijk van de generatie durven sommigen zich de vraag te stellen of ‘zorgen dat ze zorg krijgen’ ook voldoende is. Maar over het algemeen leeft toch de idee dat je oogst wat je zaait: als jij niet voor je ouders zorgt, zullen jouw kinderen ook niet voor jou zorgen. Zo leeft de jongere generatie wel steeds meer met een schuldgevoel: ze gaan met twee uit werken en dragen de zorg voor hun eigen gezin. Dat levert wel eens spanningen en moeilijkheden op. Hoe jonger de generatie, hoe minder traditioneel de verwachtingen naar de kinderen zijn”, stelt Ahaddour vast. Een derde van de ondervraagden is onzeker of ze zelf mantelzorg zullen krijgen. Steeds vaker gaan koppels met twee werken. Ze wonen ook steeds kleiner, zodat samenwonen met verschillende generaties niet meer lukt en familiestructuren veranderen. Het sociale vangnet wordt dus kleiner.



Vertrouwen in de dokter, maar…

De moslimvrouwen die Ahaddour interviewde hebben een groot vertrouwen in artsen en zorgverleners, en zijn ook erg dankbaar voor de kwaliteit en de brede toegankelijkheid van de zorg in België. Maar tegelijk blijkt dat de kennis over de verschillende mogelijkheden in de ouderenzorg beperkt is: enkel het woonzorgcentrum is bekend. Respondenten twijfelen of voeding wel aangepast is. Gewassen worden door iemand van het andere geslacht of iemand die geen familie is wordt vaak als problematisch ervaren. De angst om eenzaam te sterven speelt ook een rol. 

Moslims zouden graag hun religie en culturele gewoonten kunnen blijven behouden in een woonzorgcentrum. De oudere generatie zou daarom een voorziening specifiek voor moslims verkiezen, de jongere generatie kiest voor pluralistisch. Er is ook vraag naar meer inclusieve zorg op maat en een divers personeelsbestand met interculturele competenties. “De vraag naar dit soort (thuis)zorg is prangend”, zegt Ahaddour. “Die zorg is nú nodig.”

Malika zorgde voor haar zieke vader en moeder

Malika zorgde samen met haar echtgenoot, haar twee zussen en schoonbroers voor haar zieke moeder en vader. Aanvankelijk nam de familie de zorg zelf op en gingen de zussen en familieleden naar het ouderlijk huis om de ouders te verzorgen. In 2014 stierf haar mama en bleef alleen de zorg voor haar vader over. Die verliep met de nodige drempels. Lichamelijke schaamte speelde een rol. Toen permanente nachtbewaking nodig bleek, was dit niet langer te combineren met een voltijdse job. De drie zussen gaven hun jobs al dan niet gedeeltelijk op en ook de kleinkinderen werden mee ingeschakeld om opa thuis te verzorgen. Drie gezinnen pasten zich volledig aan aan de zorg voor één persoon. “We kregen daarvoor lof en bewondering uit onze omgeving, maar tegelijk voelden we aan dat die omgeving ook veel van ons eiste”, aldus Malika. Toen de zorg te zwaar werd, schakelden ze professionele zorg in, overwogen ze om vader terug te laten gaan naar Marokko en daar zorg te zoeken, en namen de drie zussen hun vader beurtelings in huis. Omdat geen enkele oplossing echt goed werkte, bleek het woonzorgcentrum uiteindelijk toch de beste oplossing. 

De volledige getuigenis van Malika en anderen, tips en info vind je in het boek van Anne Dedry. Mantelzorg met kleur. Hoe zorgtaken van mensen met een migratieachtergrond verlichten? Lannoo Campus, 2017, 212 p., €24,99. ISBN 9789401445993 

 

Foto's
Rob Stevens / KULeuven

Reactie toevoegen