Help! Mijn kind denkt aan zelfmoord

Opvoedingsondersteuning aan ouders van suïcidale jongeren

Suïcidale gedachten en gedrag vormen een ernstig gezondheidsprobleem onder jongeren in Vlaanderen. Ouders kunnen een beschermende rol spelen, maar ze weten vaak niet hoe ze deze problematiek kunnen herkennen en hoe ze er het best mee omgaan. Ze voelen zich vaak onzeker en machteloos. Ook de relatie met de andere kinderen en die met de partner kunnen onder druk komen te staan. Dit onderzoeksproject kreeg steun van het Vlaams Agentschap Zorg & Gezondheid. 

De meeste ouders hebben een kind dat al meerdere jaren aan suïcide denkt. De ouders beschrijven de oorzaak van deze gedachten meestal als een combinatie van factoren. De meest aangehaalde factoren zijn psychiatrische aandoeningen en verlieservaringen. De gevolgen van de zorgen voor een suïcidaal kind, zijn er op zowat alle levensdomeinen. We kunnen deze belastende ervaringen onderbrengen in de volgende categorieën: emotionele en mentale impact; sociale impact; impact op financiën en werk; impact op het gezin; het zorgtraject van het kind; en zelfzorg. Om deze ervaringen beter het hoofd te bieden formuleerden de ouders een aantal noden. Deze noden zijn: erkenning, ondersteuning in communicatievaardigheden en opvoeding, de ouder als mantelzorger, ouderbetrokkenheid, adequate hulpverlening voor het kind, aandacht voor de overige gezinsleden, ervaringen van anderen, geleidelijke overgang naar meerderjarigheid.

Op basis van deze bevindingen ontwikkelden de onderzoekers een website ‘Help! Mijn kind denkt aan zelfmoord’ die geïntegreerd werd in de portaalsite 'Zelfmoord 1813’. De website bevat informatie ter ondersteuning van het suïcidale kind, het gezin en de ouder zelf, met bijzondere aandacht voor opvoedingsondersteuning. De inhoud van de website werd aangevuld met getuigenissen en oefeningen. De website dient niet enkel ter ondersteuning van ouders van een suïcidaal kind maar kan ook zinvol zijn voor hulpverleners die direct of indirect met deze doelgroep in contact komen. Vooral de getuigenissen op de site worden als erg herkenbaar en ondersteunend ervaren door de ouders.

De onderzoekers vertalen de ervaringen en noden van ouders naar adviezen voor het beleid, het onderwijs, de welzijnssector en de geestelijke gezondheidszorg.

GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG EN WELZIJN

Toegankelijkheid van de zorg


Vaak zijn ouders bij de eerste contacten nog niet vertrouwd met de geestelijke gezondheidszorg. Dat maakt het moeilijk om geschikte zorg te zoeken. Huisartsen en spoeddiensten hebben hier een belangrijke rol te spelen. Een ander aspect is de beschikbaarheid van de zorg, de wachtlijsten bij de ambulante zorg en het gebrek aan opvangplaatsen in residentiële zorg. Informatie die gegeven wordt moet ook begrijpelijk zijn voor leken.

Informatie over rechten en tegemoetkomingen

Ouders van kinderen met suïcidale gedachten zien zichzelf niet altijd als mantelzorger. Ze gaan dus ook niet altijd beroep doen op de rechten die ze hebben als mantelzorger. Het vraagt alertheid en kennis van de hulpverleners om ouders hierover te informeren.

Proactief ondersteunen van ouders

Ouders die zorgen, verliezen vaak zichzelf uit het oog. Hulpverleners kunnen peilen naar hoe ouders zich voelen en hen zo nodig ondersteunen om voor zichzelf te zorgen. Vaak vinden ze dit wel belangrijk maar vinden ze er niet altijd de ruimte of tijd voor. Ook in de zorg voor hun kind kunnen ouders zich onzeker voelen. Hulpverleners kunnen hen ondersteunen op vlak van opvoeding en ouderschap.

Evenwichtige betrokkenheid van ouders in het zorgtraject van het kind

Soms voelen ouders zich onvoldoende betrokken, alsof de verantwoordelijkheid van de zorg hen uit handen genomen wordt. Het is belangrijk ouders als bondgenoot te betrekken bij het zorgtraject van het kind. Ouders zijn zich bewust van hun verantwoordelijkheid in de zorg voor hun kind, maar beseffen dat zij en andere gezinsleden vaak ook deel uitmaken van de gepercipieerde problemen van het suïcidale kind.

Omgaan met geheimhoudingsplicht

Het is zoeken naar het evenwicht tussen de privacy van het kind en de wens van de ouders om geïnformeerd te worden. Informatie is nodig om het kind te steunen, maar privacy en geheimhouding zijn soms onontbeerlijk in de vertrouwensrelatie van de hulpverleners met het kind. In de transitie naar meerderjarigheid blijft het kind meestal even afhankelijk van de ouders, maar wijzigt er toch heel wat aan de continuïteit van het behandelplan en de geheimhoudingsplicht. De onderzoekers zien een mogelijke optie in een overgangsperiode voor adolescenten tussen 18 en 24 jaar.

Gezinscoach en respijtzorg

Ouders moeten vaak jarenlang veel zorgen en moeilijke beslissingen nemen over hun suïcidaal kind. Steun van een gezinscoach die luistert en adviseert is dan welkom. Ze durven hun kind ook vaak niet alleen te laten, wat een negatief effect heeft op hun sociaal leven. Respijtzorg kan dan een oplossing zijn.

ONDERWIJS

Goede praktijken

Verschillende ouders hebben goede ervaringen met de rol van de school in het herkennen van signalen, het opbouwen van een vertrouwensrelatie en de ondersteunende omkadering met aandacht voor noden van de ouders. De suïcidepreventiewerking van de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg doen al veel belangrijk werk. De goede praktijken die er al zijn in scholen zouden nog meer gedeeld kunnen worden met andere scholen als richtlijn.

CLB

Het CLB kan de draaischijf tussen onderwijs en welzijn zijn, en de brug tussen ouders, kind en school. Uit het onderzoek blijkt echt dat ouders niet goed weten wat ze van het CLB mogen verwachten. De tevredenheid is dan ook wisselend. De rol van het CLB zou nog versterkt kunnen worden.

AANVULLING OP VORMINGSAANBOD

Hulpverleners zijn zich niet altijd voldoende bewust van de ouders in het hulpverleningstraject. IN bijkomende vorming zouden ze kunnen leren omgaan met handelingsverlegenheid en -conflicten. De website ‘Help! Mijn kind denkt aan zelfmoord’ kan hier aanzet toe geven. Voor ouders kan deze site ook een basis vormen voor een ondersteunende vorming die buiten de hulpverleningscontext valt. 

Nieuw onderzoek? 

Uit het onderzoek blijkt ook dat de broers en zussen (brussen) van een suïcidaal kind negatieve gevolgen kunnen ondervinden, en dat ouders niet altijd de gevolgen goed kunnen inschatten. In de wetenschappelijke literatuur is deze groep nog onderbelicht, de inzichten in hun ervaringen en noden zijn nog beperkt. Bijkomend onderzoek naar deze doelgroep is aangewezen. 

Meer info? Kijk op https://ouders.zelfmoord1813.be/

 

 

Reactie toevoegen