Hoe kijken zestigplussers zelf tegen het ouder worden aan?
Op vraag van de Koning Boudewijnstichting voerde het onderzoeksbureau Indiville een onderzoek bij een representatieve groep van meer dan 2.000 Belgen tussen 60 en 85 jaar oud, die (nog) niet hulpbehoevend zijn, om hun visie op ouder worden, hun verwachtingen en bezorgdheden te capteren.
Voor het onderzoek werden meer dan 2.000 Belgen tussen 60 en 85, die nog niet afhankelijk zijn van de zorg van anderen, bevraagd over hun toekomstperspectieven en met name hun welzijn, zorg en woonsituatie. Over het algemeen kijkt 68 procent positief of zeer positief tegen het ouder worden aan, maar dat betekent wel dat bijna een derde het ook negatief tot zeer negatief bekijkt. De financiële situatie speelt een voorname rol.
Het ouder worden na het actieve leven betekent voor de zestigplussers in de eerste plaats relaxen en meer tijd hebben voor zichzelf, maar meteen daarna komt de zorg om minder inkomsten. Zorgen dat men financieel kan rondkomen is ook de grootste zorg bij het plannen van de toekomst. Hoeveel personen werkelijk in financiële problemen verkeerden, werd niet onderzocht.
Daarnaast zijn gezondheid en sociale steun twee belangrijke factoren in het geluksgevoel. Zo bekijken 53 procent van de personen met een hoog gezondheidsrisico het ouder worden negatief, terwijl bij de zestigplussers met een laag gezondheidsrisico slechts 25 procent negatief is. Eenzelfde trend is merkbaar bij mensen met weinig of veel sociale steun in hun netwerk. Wanneer er dieper ingegaan wordt op het moment dat de persoon niet meer autonoom is, blijkt dat het risico op problemen groter is bij laaggeschoolden, alleenstaanden, voormalige arbeiders of mensen die niet beroepsactief waren, huurders, mensen die in een appartement wonen en mensen die niet actief deelnemen aan het verenigingsleven.
Het onderzoek, dat zich enkel richtte op ouderen die wel onafhankelijk zijn van anderen, toonde wel aan dat slechts 1 op 4 al concrete acties heeft ondernomen om zich voor te bereiden op de dag waarop ze hulpbehoevend worden. Iemand kennen die zelf hulpbehoevend is, werkt daarbij als een stimulans.
Verder wordt aangetoond dat de mensen die sociaal geïsoleerd zijn net minder toekomstgerichte acties ondernemen, door het ontbreken van een netwerk. Bij het hulpbehoevend worden kiest 72 procent van de ouderen om verzorgd te worden door familie of naasten, maar met 41 procent is ook de keuze om door een onbekende verzorgd te worden groot. Er werd ook gevraagd wat nu net de sleutel is tot een gezond leven. Daar was 'puur geluk hebben' met 34 procent het meest gekozen antwoord, voor 'een gezonde leefstijl hebben' met 25 procent.
Thuis wonen blijft ook erg belangrijk voor de zestigplussers. Wie eigenaar is van de woning, blijft daar in negen op de tien gevallen wonen na het pensioen. Bij huurders ligt dit iets lager met zeven op tien. Indien technologie kan helpen bij het blijven thuis wonen staat zelfs 87 procent van de ondervraagden hiervoor open. Actief blijven en niet geïsoleerd raken blijft belangrijk voor de ouderen, want twee op drie respondenten wil zich nuttig maken in de buurtnetwerken. "De sleutel is volgens ons de bereidheid om in buurtnetwerken te stappen en hen zo uit het isolement te trekken", stelt Wouter Samyn, van onderzoeksbureau Indiville. "Maar zelf zullen de ouderen de buurtnetwerken wel niet op poten zetten." De Koning Boudewijnstichting wil de barometer driejaarlijks herhalen om zo de situatie van de ouderen over de generaties heen op te volgen.
(KBS/Belga)