
Vormgeving van infrastructuur bepaalt hoe we met zorg omgaan
VIPA, het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden aangelegenheden, organiseerde een seminariereeks rond zorg, ruimte en wonen, samen met Universiteit Gent, Team Vlaams Bouwmeester en Architecture Workroom Brussels (AWB). Het doel? Architecten, ruimtelijk planners en andere experts samenbrengen om te bekijken hoe de zorg ruimtelijk beter geïntegreerd kan worden in de samenleving.
De manier waarop zorg is ingebed in onze leefomgeving bepaalt mee hoe normaal en vanzelfsprekend we die zorg vinden. Dat is nodig, zegt Christophe Cousaert, beleidsadviseur van VIPA, want hoe de zorg is ingebed in onze dagelijkse leefomgeving, is belangrijk voor hoe normaal en vanzelfsprekend we die zorg vinden.
“De meeste mensen die zorg nodig hebben, willen zo lang het kan thuis blijven wonen en dat is ook waar het WVG-beleid al jaren op inzet”, zegt Christophe Cousaert. “Wie een eigen huis heeft, blijft daar meestal zijn hele leven in wonen. Alleen is dat huis en die thuisomgeving daar niet altijd op voorzien. Ouderen wonen vaak in een verouderde, onaangepaste woning die bijvoorbeeld niet rolstoeltoegankelijk is en veel trappen heeft, en die – zeker op het platteland – niet per se in de dorpskern ligt. Daardoor kunnen ouderen niet altijd voldoende zelfstandig en mobiel in hun eigen huis leven en zelf naar de bakker, de beenhouwer, de apotheek gaan.”
“Het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, dat de Vlaamse Regering in 2018 goedkeurde en waar ook WVG aan meewerkte, bevat elementen over hoe we onze woon- en leefomgeving vorm kunnen geven om ook mensen met zorgbehoeften er maximaal aan te kunnen laten deelnemen. Voorzie toegankelijke woningen en publieke ruimtes, nabije basisvoorzieningen (zoals winkels, crèches, woonzorgcentra, …) en bewegingsvriendelijke buurten die mensen doen stappen en fietsen. Voorzie ook in mogelijkheden tot ontmoeting (met bijvoorbeeld brede voetpaden waar je een praatje kunt slaan, zitbanken om uit te rusten als je minder mobiel bent en pleintjes met café’s en ontmoetingscentra). Want naast de eigen woning zijn mensen gehecht aan hun buurt, aan hun vrienden, kennissen en buren. Als ze moeten verhuizen, dan liefst naar een woning of voorziening in de buurt. Diversiteit aan woonvormen (zoals gezins- en kangoeroewoningen en kleinere woningen voor koppels of alleenstaanden) in de buurt is aangewezen om mensen de mogelijkheid te geven om in hun buurt te kunnen blijven wonen.”
“Met de ‘Pilootprojecten Onzichtbare Zorg’ werkten toenmalig minister Jo Vandeurzen en de Vlaamse Bouwmeester Peter Swinnen in 2012 samen om een eerste aanzet te doen tot nieuwe zorgconcepten: kwaliteitsvolle voorbeeldprojecten met een innoverende architecturale en ruimtelijke vormgeving. De oproep was gericht op ouderenzorg en richtte zich op gebouwconcepten. Het ruimtelijke aspect kwam hier minder naar voor.”
Normale, vanzelfsprekende zorg
“Het ruimtelijke aspect is echter wel belangrijk; de locatie van voorzieningen is belangrijk voor de integratie van zorg en de zelfstandigheid van zorgbehoevenden, maar ook de inrichting van publieke ruimte moet uitnodigend zijn zodat mensen buiten komen en elkaar kunnen ontmoeten. Door elkaar te leren kennen, kunnen buren voor elkaar zorgen door bijvoorbeeld boodschappen te doen, een oogje in het zeil te houden of eens binnen te springen voor een praatje. Met zorgbehoevenden wordt vaak aan ouderen gedacht, maar het kan evengoed gaan om personen met een handicap of mensen die tijdelijk zorgbehoevend zijn”, zegt Christophe Cousaert. “In de publieke ruimte komt iedereen samen, en ook alle hulp- en zorgvragen komen er samen. Dat vraagt om meer geïntegreerde antwoorden dan enkel het puur sectorale aanbod.”
“Daarom organiseerden we vijf seminaries. We vertrokken daarbij vanuit de grote beleidslijnen ‘vermaatschappelijking van zorg’ en ‘persoonsvolgende financiering (PVF)’ en gingen hier dan op verder in met drie themasessies: over een divers woonaanbod dat inspeelt op het hiaat tussen thuis wonen en verhuizen naar een residentiële zorgvoorziening, over hoe de zorg in buurten inclusief, toegankelijk en dichtbij kan blijven en zorgbehoeften op tijd gedetecteerd kunnen worden. We keken ook naar hoe zorgfuncties en maatschappelijke functies gemixt kunnen worden in bijvoorbeeld stadswijken waar woontorens residentiële zorgvoorzieningen én woningen combineren met buurtwinkels en andere basisvoorzieningen.”
“We willen nadenken over hoe zorg ingebed kan worden in het dagelijks leven van mensen zodat die normaal en vanzelfsprekend is”
“We willen architecten, ruimtelijk planners, beleidsmensen en onderzoekers uitnodigen om samen tot een onderzoeksagenda te komen en na te denken over ‘onzichtbare zorg’, namelijk hoe die zorg sociaal en ruimtelijk kan vormgegeven worden in onze samenleving en daardoor normaal, vanzelfsprekend is. De manier waarop zorginfrastructuur is gebouwd en hoe onze dagelijkse woon-, werk- en leefomgeving is ingericht, drukt immers een belangrijke stempel op hoe we met zorg omgaan.”
Publicatie en onderzoek
De seminariereeks kan op termijn mogelijk leiden tot een nieuwe oproep pilootprojecten, die niet enkel gericht is op de woonzorgsector, al blijft Christophe Cousaert voorzichtig. “Zo ver is het zeker nog niet; zoiets beslist de minister. Overleg en samenwerking met experts uit verschillende sectoren, zoals in onze seminaries gebeurt, is een eerste belangrijke stap. En als we zicht hebben op de problemen, de uitdagingen en mogelijke oplossingen, willen we komen tot een gezamenlijke publicatie, die vervolgens leidt tot een leertraject en verder onderzoek.”
“We moeten kritisch voor onszelf zijn”, vindt Christophe Cousaert. “Binnen ons beleidsdomein hebben we nog onvoldoende aandacht voor ruimtelijke ordening. We zijn wel bezig met goede zorg en goede voorzieningen, maar we hebben nog te weinig oog voor de inplanting, de ruimte waarin infrastructuur is ingebed. Dat is geen oefening van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin alleen, maar ook van de beleidsdomeinen Wonen en Omgeving. Buurten moeten anders georganiseerd worden. Door monofunctionele zorgvoorzieningen te bouwen buiten de dorpskern, door niet meer in stads- of dorpskernen te gaan wonen en door deze dorpskernen niet uit te rusten met de nodige basisvoorzieningen en faciliteiten, stimuleren we mensen met zorgnoden niet om zelfstandig thuis te blijven wonen en te blijven deelnemen aan het dagelijks leven. Buurten moeten aanzetten tot ontmoeting, tot ondersteuning en samenwerking tussen mensen en sectoren. Met deze seminariereeks hopen we op meer gedragenheid van dat besef.”
Meer info over zorginfrastructuur op de website van VIPA.