Zorgflats met een toekomst

Kan architectuur het welzijn van ouderen beïnvloeden?

Kleine, identieke kamers. Een grote refter. Koele gangen. Een woonzorgcentrum biedt voor velen geen rooskleurig toekomstbeeld. Dat heeft deels met architectuur te maken, weet Michiel Verhaegen (vzw Astor). “Een geslaagd gebouw versterkt de autonomie en identiteit van zijn bewoners.”

Later dit jaar wordt in Geel de eerste steen gelegd van vzw Astor, een pilootproject zorg van de Vlaamse overheid. Het is een woonproject voor ouderen, maar zeker geen klassiek woonzorgcentrum, vertelt initiatiefnemer Michiel Verhaegen. Hij is architect bij Osar, een bureau dat bijna uitsluitend zorgprojecten realiseert. “Veel van onze klanten zitten met innovatieve ideeën, maar ze hebben koudwatervrees om die ten volle in de praktijk te brengen. Daarom wilden wij zelf zo’n project ontwikkelen, om een referentie te hebben voor de toekomst.” Het Astorproject bestaat uit een 200-tal zorgflats, verdeeld over vier gebouwen in een ruim park in het centrum van Geel. “De flats hebben alle kwaliteiten van een ‘gewoon’ appartement – een jong koppel zou er perfect kunnen wonen – en zijn tussen de 65 en 90 vierkante meter groot. Veel groter dan een traditionele rusthuiskamer.”

Oma bakt een taart

De flats hebben alles wat je nodig hebt, zoals een keuken. Dat lijkt evident, maar het is een groot verschil met een woonzorgcentrum. “Stel je even voor dat een 80-jarige dame nog thuis woont. Haar kinderen komen geregeld over de vloer. Oma bakt een taart voor de kleinkinderen. De kinderen koken een warme maaltijd en vriezen wat restjes in. Wanneer oma naar een woonzorgcentrum verhuist, is ze die keuken ineens kwijt. Haar kinderen en kleinkinderen kunnen dus niet meer langskomen en gezellig samen koken of eten. Nochtans zijn zulke kleine dingen erg belangrijk voor het welzijn van mensen.

“Het gevoel van welzijn wordt voor een groot deel bepaald door autonomie en identiteit. Die verlies je als je moet verhuizen naar een kleine, onpersoonlijke kamer.”

Het gevoel van welzijn wordt voor een groot deel bepaald door autonomie en identiteit. Die verlies je als je moet verhuizen naar een kleine, onpersoonlijke kamer waar alles geregeld wordt. Uit onderzoek blijkt trouwens dat ouderen niet naar een woonzorgcentrum willen: ze zijn bang om in groep te gaan wonen en om de regie over hun leven te verliezen. Bij Astor geven we ouderen de kans om de touwtjes zelf in handen te houden: als hun kinderen komen koken is dat prima (en goedkoop), als ze liever naar het restaurant gaan of eten bestellen bij de traiteur, kan dat ook. Wij verhuren de flat (aan een gewone marktprijs) en de bewoners betalen extra voor alles wat ze nodig hebben. Dat drukt ook de prijs: waarom zou je – zoals in een woonzorgcentrum – extra moeten betalen voor meubilair, als je thuis alles hebt staan?”

Iedereen kan blijven

Toegegeven, erg revolutionair klinkt dit niet. Het doet meteen denken aan assistentiewoningen, ook bekend als ‘serviceflats’. En toch zijn er grote verschillen, zegt Verhaegen. “Wij garanderen dat iedereen hier kan blijven, ongeacht de toekomstige zorgvraag. Daarom hebben we ook een gedeeltelijke erkenning als woonzorgcentrum aangevraagd, voor 90 personen. Zo kan de zorgverzekering tussenkomen. Ons model past perfect in de Persoonsvolgende Financiering (PVF): mensen kunnen met hun budget zelf de zorg inkopen die ze nodig hebben. Wij ondersteunen hen bij de zoektocht naar zorg en garanderen dat het niet duurder is dan wat een klassiek rusthuis zou kosten.”

Bovendien kunnen alle ouderen bij vzw Astor terecht. “Wij sluiten niemand uit. Mensen met een beperking of mensen met dementie zijn welkom. Daarvoor werken we samen met MPI Oosterlo, een centrum voor mensen met een verstandelijke beperking, en met OPZ Geel, een psychiatrisch zorgcentrum. De bewoners van die centra hebben het vaak moeilijk om op oudere leeftijd een geschikte plek te vinden in een woonzorgcentrum. Bij Astor vzw kunnen ze blijven. Ook ouders van kinderen met een beperking, of pleegouders van mensen met psychiatrische problemen – zoals er in Geel velen zijn – kunnen hier komen wonen met hun (pleeg)kind. Wij garanderen dat dat kind ook na hun overlijden kan blijven en dat het de nodige zorgen krijgt. Een hele opluchting voor ouders.”

Midden in de maatschappij

Dit innovatieve project past volledig in de vermaatschappelijking van de zorg. Mantelzorg en zelfzorg worden er gestimuleerd. “Dankzij de eigen keuken bijvoorbeeld, die trouwens ook extra veilig is voor bewoners met dementie. Maar die gedachte zit ook in de geest van het gebouw. Zo komt er op het gelijkvloers een lokaal dienstencentrum. Bewoners hoeven maar de lift te nemen en ze staan – op eigen kracht – middenin de maatschappij, tussen familieleden en vrienden die ze vroeger al kenden uit de wijk.”

Een laatste, niet onbelangrijk detail: vzw Astor wordt gebouwd zonder VIPA-subsidies. VIPA is het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden dat zorg- en gezondheidsinstellingen financieel steunt bij infrastructuurwerken. “Wij hebben privépartners gevonden die een realistisch rendement verwachten, geen exuberante winsten. Dat past in de trend van duurzaam ondernemen. Ze steunen een project dat een gigantisch effect zal hebben op het leven en welzijn van ouderen.” Geïnteresseerden moeten wel nog even geduld oefenen. Verhaegen verwacht dat het gebouw pas in 2018 de eerste bewoners zal kunnen verwelkomen.

Illustraties
vzw Astor