‘Door de zorg anders te organiseren kunnen we dezelfde kwaliteit bieden met minder mensen’

Lon Holtzer: tien jaar zorgambassadeur

“Rond 2010 zagen we in het UZ Leuven dat we door pensioneringen tegen 2017 2,5 verpleegeenheden zouden moeten sluiten. Toen zijn we gaan samenzitten om dat probleem aan te pakken. Er werd besloten een zorgambassadeur aan te stellen om de studie en het beroep van verpleegkundige en zorgkundige te promoten”, vertelt zorgambassadeur Lon Holtzer.

“Ik ben als ambassadeur gestart met veel openstaande vacatures in de zorg. En we hebben er ook veel kunnen invullen en de curve tijdelijk doen dalen. Als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat er nu meer vacatures zijn dan toen ik begon. Ik heb me weleens afgevraagd of alles wat ik gedaan heb dan voor niks geweest is. Mensen die het konden weten, zoals Geert Van Hootegem van HIVA (Instituut voor Arbeid en Samenleving), zeiden me dat het nog erger zou geweest zijn als ik mijn werk de afgelopen tien jaar niet gedaan zou hebben. Dat heeft me wel getroost. We hebben 62% meer hulp- en zorgverleners in Vlaanderen op tien jaar tijd. In Wallonië is dat cijfer 53%. Dus misschien hebben we het dan toch niet zo slecht gedaan.”

Knelpuntberoepen 

De lijst van knelpuntberoepen veranderde in de loop van de tijd. Maar verpleegkunde en zorgkunde hebben altijd op die lijst gestaan. “Ergotherapeut bijvoorbeeld stond ook op de lijst toen ik startte als zorgambassadeur, maar dat tekort hebben we kunnen wegwerken door de jaren heen”, vertelt Lon. “Het is niet zo dat zorgberoepen niet in trek zijn. De sector scoort nog altijd goed, zowel bij 18-jarigen als bij zij-instromers. Maar de groep mensen van 18 tot 65 jaar wordt steeds kleiner. Er zijn dus minder mensen die kunnen werken. Als de economie aantrekt, zijn er dus ook minder werklozen die zich kunnen omscholen naar een zorgjob.”

Aantrekkelijke sector

Uit een studie van Randstad blijkt dat zorg en welzijn als sector op de derde plaats staat in de lijst van meest aantrekkelijke werkgevers. “De zorg scoort goed op vlak van reputatie en jobinhoud, en ook wat betreft nieuwe technologie. Dat laatste is nog te weinig bekend bij het brede publiek.”


“Er wordt vaak de vraag gesteld hoe we de zorg vorm kunnen geven, met nieuwe functies en jobs. Ik zou eerder nadenken over hoe we met de weinige mensen die we hebben goeie kwaliteit van zorg kunnen bieden aan de zorgvragers. Kunnen we ziekenhuizen anders organiseren zodat ze met minder mensen dezelfde kwaliteit kunnen bieden? Volgens mij wel. Het normenkader waarbij een bepaald aantal verpleegkundigen aan een afdeling toegewezen wordt, is voor mij een ouderwets gegeven. We moeten op een modernere manier nadenken over inzet van personeel.” 

Omdenken naar de menselijke kant

“De coronacrisis heeft gezorgd voor een versnelde invoering van consultaties op afstand en andere technologieën. Ook dat kan helpen om meer te kunnen doen met minder mensen. Maar we moeten ons altijd afvragen: wat is de basiszorg? Wie hebben we daarvoor nodig? Welke specialisten kunnen op welke plek een meerwaarde bieden? En ook: wat is de kern van de relatie met je zorgvrager? Het menselijke aspect mag meer meegenomen worden. We moeten niet altijd ‘meer van hetzelfde’ doen. We moeten omdenken en meer cliëntgericht werken. Als iemand jarenlang door een verzorgende in de thuiszorg wordt verzorgd en niet langer thuis kan blijven, dan wordt de relatie met de thuisverzorgende plots doorgeknipt en gaat iemand anders voor de patiënt zorgen. Dat moet beter kunnen.” 

Instroom met visie

“Het niveau van instroom in de zorgstudies is belangrijk”, zegt Holtzer. “We willen een instroom van mensen met een goede visie op de zorg. Sommigen hameren erop dat de instroom moet verbreden, en dat de zorg ook mensen met wetenschappelijke interesse moet aantrekken. We willen ook universitairen in de zorg, maar dat is een beperkt aantal. Het gros van de zorg wordt gedaan door goed opgeleide bachelors. Er zijn veel mensen die zeggen: ik had graag gestudeerd om in de zorg te gaan werken, maar het mocht niet van mijn ouders. Het publieke aanzien is blijkbaar nog altijd te laag. En voor zij-instromers is het heel vaak moeilijk om een voltijdse opleiding te volgen, omdat het inkomensverlies dan te groot is.”
In 2022 gaat de zorgambassadeur met pensioen. Wat wil ze in het laatste jaar nog realiseren? “Ik zou nog werk willen maken van een globaal zorgprofiel. Een profiel dat inzetbaar is in de kinderopvang, de zorg voor ouderen en de zorg voor mensen met een handicap. Ik droom ervan om dat nog op de agenda te zetten tegen volgend jaar. Ik had ook nog graag verder gewerkt aan het aantrekken van meer mannen in de zorg en aan een nog grotere diversiteit bij de zorgverleners, maar dat zal een taak voor mijn opvolger worden.” 

Foto's
Bart Van Gansen