Wie helpt de helden?

Alle 50-plussers weten waar ze waren toen de eerste man op de maan landde. Het collectieve geheugen bevat echter ook tragedies, zoals 9/11. Sinds vorig jaar zitten de aanslagen in Brussel er ook bij. Waar was jij op 22/3?

Ik was in Brussel op kantoor aan het werk toen een collega aankwam, smartphone in de hand: “Er zijn ontploffingen geweest in de luchthaven.” Aanvankelijk dachten we aan een ongeluk, maar de media leerden ons – spijtig genoeg – al snel iets anders. Rond acht uur reed mijn trein nog door Zaventem, met zicht op de luchthaven. Niemand in de trein kon vermoeden welke tragedie zich op dat moment een kilometer verder afspeelde.

Gelukkig zijn er in zo’n omstandigheden ook altijd helden. Bewakers die mensen naar buiten helpen, militairen die de eerste zorgen toedienen, bagageafhandelaars die gewonde passagiers dragen. Maar ook met spoed opgeroepen hulpverleners die het hoofd koel houden in zulke extreme situaties: spoedartsen, ambulanciers, verpleegkundigen, calltakers van de noodnummers die zorgen dat de hulpdiensten gecoördineerd ter plaatse raken. Zij voeren de crisisplannen voor het ondenkbare uit. Snel ingrijpen is de boodschap.

Voor velen die die dag op de luchthaven zijn geweest, komt de klap dan ook pas dagen of weken later. En dan zijn er gelukkig de diensten Slachtofferonthaal van de Justitiehuizen en Slachtofferhulp van de CAW’s om slachtoffers en nabestaanden bij te staan. Veerle van het CAW Brussel woont en werkt in de hoofdstad. Daarom voelde zij de noodsituatie dubbel zo intens aan. “Ik kon me meteen identificeren met de slachtoffers”, getuigt ze in ons dossier over slachtofferhulp. “Via ziekenhuizen en lijsten van het Rode Kruis probeerden we zoveel mogelijk slachtoffers te contacteren. Zo kunnen we hen bijstaan met informatie, emotionele en juridische ondersteuning, begeleiding en coaching.”

“Hulpverleners vinden al gauw dat ze ‘gewoon’ hun werk doen.”

Op vraag van de onderzoeksrechters zorgde Tamara van de dienst Slachtofferonthaal er mee voor dat de burgerlijke partijstellingen in goede banen geleid werden. Haar eerste reactie na de aanslag was angst, ongeloof en paniek. “Maar je denkt natuurlijk ook meteen als hulpverlener”, vertelt ze. “Hulpverleners vinden al gauw dat ze ‘gewoon’ hun werk doen”, aldus traumapsycholoog Erik de Soir. Hij begeleidde de hulpverleners na hun interventie op de luchthaven. De meesten hadden nadien maar één vraag: hebben de mensen die ik heb proberen te helpen het gehaald? De omvang van het geweld maakte deze interventie uitzonderlijk zwaar. “Ik drukte de hulpverleners dan ook op het hart goed voor elkaar te zorgen, niet in hun eentje ziek thuis te gaan zitten, maar samen te reconstrueren wat er precies gebeurd was”, zegt de Soir. “Een compleet beeld van de gebeurtenissen is een eerste stap in traumaverwerking.”

Slachtoffers en nabestaanden kunnen nu nog steeds terecht bij de diensten Slachtofferhulp en Slachtofferonthaal. Want een klap van deze omvang verwerken, dat vraagt tijd.

 

Liesbeth Van Braeckel,

Hoofdredacteur Weliswaar

Foto's
Stephan Vanfleteren
Tags
132