Wereldstotterdag
Zowat 3 op 100 pasgeborenen zullen beginnen te stotteren voor ze 6 jaar zijn. Vaak is dat de start van een lange lijdensweg. Deze hoeft echter niet lang te zijn, laat de Vlaamse Vereniging van Logopedisten weten naar aanleiding van Wereldstotterdag. De Vereniging pleit voor een flexibelere terugbetaling van therapie.
Bij wie stottert worden de spierbewegingen die nodig zijn om vlot te spreken onderbroken. Dit is merkbaar onder de vorm van herhalingen zoals i-i-i-k of het verlengen zoals wwwwwant of het blokkeren zoals d.it of k.om. Kort gezegd komt het stotteren tot stand door genetische aanleg in combinatie met de ontwikkeling van hersengebieden voor en kort na de geboorte. Bepaalde gedeeltes van het brein zijn niet zo goed gebouwd en geven minder goed signalen door. Stotteren is dus geen fase in de ontwikkeling van de spraak. Van de 3 op 100 kleuters die stotteren zal de natuur er 1 volledig herstellen, 1 kind zal licht stotteren zonder veel impact en 1 kind zal blijven stotteren en problemen ontwikkelen. Allerlei stress-reacties en bijbewegingen kunnen ontstaan of het vermijden van spreken. Kinderen geraken in overmatige stress wanneer ze in de klas moeten spreken, hardop moeten lezen, talen moeten leren. Andere kinderen en volwassenen kunnen reageren op het stotteren door verkeerde adviezen te geven of ermee te lachen, plagen of spotten.
Die lijdensweg kan worden voorkomen en ingeperkt. Daarvoor zijn er behandelingen waarin logopedisten gespecialiseerd zijn. Het kind of de volwassene die stottert kan individuele gedragstherapie volgen. Bij kinderen is het belangrijk dat ouders en school meewerken. De ouders worden opgeleid zodat ze het stotteren kennen en begrijpen en kunnen meewerken aan de opvang en behandeling voor het kind. Dit maakt de behandeling korter en efficiënter.
De ziekteverzekering biedt nu standaard een pakket van 192 sessies therapie aan, op te nemen gedurende twee aansluitende jaren. Dit strookt niet met de zorgen die stotterende kinderen en volwassenen nodig hebben. Het aantal sessies is onnodig hoog voor een deel van de kinderen en volwassenen die stotteren. Bovendien laat de regel van twee aaneensluitende jaren geen flexibiliteit toe. Wie maar licht stottert, krijgt geen behandeling terugbetaald. Wie wel behandeling terugbetaald kan krijgen moet een zware procedure doorlopen om voorschriften en rapporten te krijgen voor die behandeling en de nodige documenten voor de terugbetaling. Bij ongeveer 1 op 5 patiënten treedt herval van de verschijnselen op nadat een behandeling de situatie jarenlang verbeterd had. Typisch gebeurt dit bij jongens in de puberteit door het effect van groei, snelle wijziging van breinstructuren en veranderende spreeksituaties. Ook hier moeten ouders het redden zonder verdere tussenkomst.
De effecten van gedragstherapeutische behandelingen voor stotteren zijn aangetoond. Voor wie behandeling is aangewezen is het goed om jong te starten. Uit langetermijnonderzoek komt naar voor dat over het algemeen ongeveer 61% van wie is behandeld herstelt van stotteren. Bij kleuters ligt dit cijfer opmerkelijk hoger, namelijk rond 87%. De mate van herstel met behandeling daalt naarmate men ze langer uitstelt. Bij wie tegen het advies in geen behandeling opneemt doet een natuurlijk herstel zich slechts bij 16% voor. Misschien is Wereldstotterdag de start om hier iets aan te veranderen?