“Woonzorgcentra willen weten wat vrijwilligers voor hun bewoners kunnen betekenen”
In heel wat woonzorgcentra zijn vrijwilligers aan de slag, maar wat vinden de bewoners daar zelf van? En hoe creëer je een duurzame vrijwilligerswerking vanuit dat bewonersperspectief? Liesbet Van Vlasselaer en Yasmine Sterckx (UCLL Hogeschool) trokken op onderzoek uit.
“Er is al best veel onderzoek gevoerd naar vrijwilligers in woonzorgcentra”, steekt UCLL-lector en onderzoeker Liesbet Van Vlasselaer van wal. “Dan gaat het bijvoorbeeld over de samenwerking met het zorgpersoneel, of hoe je een goede match vindt tussen vrijwilligers en bewoners. Het is nog maar amper onderzocht hoe bewoners dit zelf ervaren, en welke noden en behoeften zij hebben. Ook in de praktijk wordt vaak gedacht vanuit organisatieperspectief: waar kunnen we vrijwilligers inzetten? Terwijl er net een omgekeerde reflex moet zijn: waar hebben onze bewoners nood aan en hoe kunnen we daaraan tegemoet komen met de juiste vrijwilligers? Dat willen woonzorgcentra heel graag weten.”
Samen met enkele belangrijke partners – het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk, Present vzw, de Vlaamse Ouderenraad en Samana – formuleerden Van Vlasselaer en haar collega’s een duidelijke onderzoeksvraag. “Hoe kan een woonzorgcentrum inzetten op een vrijwilligersbeleid met gedeeld eigenaarschap, waarin het perspectief van de bewoner, naast dat van de andere betrokkenen, mee opgenomen én opgevolgd wordt?”
Vervolgens selecteerden ze vier woonzorgcentra en gingen ze aan de slag. “We kozen voor de methodiek van storyweaving. Daarbij vertrek je vanuit deze opdracht: neem me mee naar een moment waarop een vrijwilliger echt iets heeft betekend voor jou. We stimuleren mensen om dat zo concreet mogelijk te maken. Wie was er aanwezig? Wat voelde je? Welke emotie of waarde was er met dat moment verbonden. Zo hebben we tientallen bewoners, vrijwilligers en zorgprofessionals bevraagd, wat ons een schat aan verhalen heeft opgeleverd. De kunst is om daarmee een rode draad te weven.” Daarnaast gebruikten ze de methodiek van observatie: kijken naar de interacties tussen vrijwilligers en bewoners, en daar de emoties en waarden uitpuren.
Buitenwereld naar binnen
De onderzoekers zijn nog volop bezig met de verwerking van de gesprekken en observaties, maar zien toch al enkele grote lijnen, vertelt Van Vlasselaer. “De emoties die het vaakst terugkeren, zijn speelsheid, prikkeling en verbondenheid. Bewoners vertelden ons dat ze zich dankzij de inzet van vrijwilligers gezien voelen, en dat daardoor hun eigenwaarde vergroot. Iemand vertelde dat het leven in het woonzorgcentrum dankzij de vrijwilligers ‘normaler’ wordt. Een vrijwilliger die verbonden is met het dorp, brengt dat dorp en de buitenwereld een beetje naar binnen, door te vertellen wat er allemaal leeft.”
Onderzoekster Yasmine Sterckx herinnert zich nog goed het eerste gesprek dat ze voerde met een bewoner. “Zij vond het fantastisch om samen met de vrijwilligers bingo te spelen. Voor haar voelde dat als naar de kermis gaan, alles moest ervoor wijken. Zelfs haar kinderen en kleinkinderen wisten dat ze op die dag niet moesten langskomen, want dan was ze zeker niet op haar kamer.” Bij Van Vlasselaer bleef een ander verhaal hangen. “Het gaat om een dame die altijd aan zee had gewoond, maar nu aan de andere kant van het land in een woonzorgcentrum woonde, dichtbij haar zoon. Ze leed aan frontotemporale dementie en ging snel achteruit, maar besefte dat bij momenten nog heel helder. Zij vertelde hoe goed het haar deed om samen met een vrijwilliger de krant te lezen. Tijdens dat moment kreeg ze de kans om over vroeger te vertellen en werd er ook aandachtig naar haar geluisterd, waardoor ze zich opnieuw de moeite waard voelde. Ik vertelde dat nadien aan de vrijwilliger in kwestie, die erg ontroerd was door de impact die ze kon hebben.”
Meer tijd
Soms bleek uit de gesprekken dat bewoners niet altijd beseffen wie nu een vrijwilliger is, en wie zorgpersoneel. “Wanneer een vrijwilliger hen naar de afspraak bij de kinesitherapeut brengt, is dat vaak niet zo duidelijk, omdat het een heel praktische taak is”, vertelt Sterckx. “Maar de bewoners vertelden ons heel vaak dat ze het zo fijn vonden dat vrijwilligers meer tijd voor hen konden maken dan het zorgpersoneel: even komen zitten om een babbeltje te slaan, koffie te drinken, wat langer te blijven hangen. Dat wordt allemaal enorm geapprecieerd.”
Al wilden de bewoners zeker geen afbreuk doen aan het werk van het zorgpersoneel, benadrukt Van Vlasselaer. “Ze waren echt tevreden met de zorg die ze kregen. En ze beseften ook dat het zorgpersoneel onder zware werk- en tijdsdruk staat. Maar daarom vonden ze het ook zo fijn dat de vrijwilligers wél wat meer tijd konden maken. Dat beseft ook het personeel. Een zorgkundige vertelde me dat de aanwezigheid van de vrijwilligers haar geruststelde. Een van hen ging bijvoorbeeld altijd wandelen met een bewoner, iets waar ze zelf geen tijd voor had. Maar doordat die vrijwilliger dat wel kon doen, had ze het gevoel dat ze samen toch al de nodige zorg en warmte konden bieden. Dat zoiets benoemd wordt, is heel krachtig.”
Tempo respecteren
De verhalen van bewoners waren bijna allemaal positief. Maar uit de gesprekken met zorgpersoneel, en vooral uit de observaties, konden de onderzoekers toch ook pijnpunten en uitdagingen distilleren. “Het moeilijkste is om het tempo van de bewoners te respecteren en de activiteit niet over te nemen. Als vrijwilliger moet je een engelengeduld hebben”, vertelt Sterckx. “Dat zag ik eens ‘mislopen’ tijdens het bloemschikken. Een van de bewoners die deelnam aan de activiteit, kon de bloemen zelf niet goed meer in het stukje plaatsen. Vanuit de beste bedoelingen nam de vrijwilliger het van haar over. De bewoner liet het gelaten gebeuren. Maar nadien schoof ze een stukje mijn richting uit, en gaf ze heel duidelijke richtlijnen over hoe ik de bloemen moest schikken.”
Dat engelengeduld is wel degelijk vaak aanwezig, vertelt Van Vlasselaer. “Ik herinner me een vrijwilliger die samen met twee bewoners met dementie en een mantelzorger een gezelschapsspel speelde. Een van de bewoners zat al vrij ver in haar dementieproces, maar de vrijwilliger daagde haar uit om na het gooien van de dobbelstenen altijd zelf het aantal ogen te tellen. Die dame bleek daar erg sterk in te zijn: ze had heel haar leven als kassierster gewerkt. Ook de mantelzorger bleek aangenaam verrast, en kreeg een prachtig voorbeeld van hoe je bepaalde dingen niet zomaar uit handen mag nemen. In zulke voorbeelden zie je de kracht van observatie. Voor de dame in kwestie zou het moeilijker geweest zijn om met ons een gesprek te voeren, maar zo zagen we toch welke emoties de vrijwilliger bij haar opriep.”
Inspiratiegids
De onderzoekers gieten al die boeiende verhalen en inzichten nu in een inspiratiegids. Die zal later dit jaar gratis online raadpleegbaar zijn, vertelt Sterckx. “De vrijwilligerscoördinatoren van woonzorgcentra kunnen daar zeker mee aan de slag, maar ook de vrijwilligers zelf: het is fijn om zo wat houvast te krijgen. We doen enkele methodieken, zoals de storyweaving, compleet uit de doeken, zodat mensen hier zelf mee aan de slag kunnen, op een laagdrempelige manier. Maar de gids bevat bijvoorbeeld ook een bingo: nog zo’n tool om met bewoners in gesprek te gaan over vrijwilligers, rond hun ervaringen en eventuele noden. En we willen natuurlijk ook goede praktijken meegeven. En extra tips rond een duurzaam beleid. Hoe kan je vrijwilligers betrekken in je organisatie en beleid? Hoe ontdek je welke noden er echt leven bij de bewoners? Wat als het bijvoorbeeld niet klikt tussen een vrijwilliger en een bewoner? Of wat als een vrijwilliger zelf erg kwetsbaar is en veel noden heeft? Over die onderwerpen moet je in gesprek kunnen gaan.”
En omdat de onderzoekers zoveel mooie verhalen hebben verzameld, komt er binnenkort ook een eenmalig magazine, vertelt Van Vlasselaer tot slot. “Door de hartverwarmende verhalen van bewoners naar buiten te brengen, kunnen we het – vaak negatieve – beeld over het leven in woonzorgcentra wat bijsturen. Maar het zou ook gewoon zonde zijn om al die mooie verhalen niet te gebruiken. Wordt dus vervolgd!”