“Vrijwilligerswerk moet toegankelijker worden voor kwetsbare groepen”
Het jaar 2026 werd door de Verenigde Naties uitgeroepen tot Internationaal Vrijwilligersjaar. “Tegenover de vorige editie in 2001 is er al veel ten goede veranderd, maar we staan nog voor grote uitdagingen”, vertelt Eva Hambach, directeur van het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk.
Met IVY2026, een acroniem dat staat voor het International Volunteer Year, willen de Verenigde Naties vrijwilligerswerk promoten als drijfveer voor duurzame ontwikkeling, vertelt Eva Hambach. Ze leidt als directeur van het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk alle Vlaamse acties in goede banen. “We willen ervoor zorgen dat de Vlaamse vrijwilligers ‘mee’ zijn met IVY2026. En we proberen zoveel mogelijk sectoren warm te maken om mee te stappen in het vrijwilligerswerk-verhaal. Hopelijk kan dit internationale jaar een boost geven aan het vrijwilligerswerk in Vlaanderen en worden er ook beleidsmatig stappen vooruit gezet.”
Hoewel de vorige editie, IVY2001, voor ons land geen succes was – door allerlei politieke conflicten – heeft het toch vruchten afgeworpen, weet Hambach. “Het heeft geleid tot de oprichting van de Hoge Raad voor Vrijwilligers, een federaal adviesorgaan met vertegenwoordigers uit het vrijwilligersveld. In die periode werd ook de aanzet gegeven om in het parlement met dit thema aan de slag gegaan, wat in 2005 uitmondde in de vrijwilligerswet.” Soortgelijke effecten zag je ook na het Europees vrijwilligersjaar in 2011. “Dat heeft vooral in de Vlaamse context veel opgeleverd. Met als orgelpunt het decreet Vlaams vrijwilligersbeleid uit 2023. Daarin werden we benoemd tot expertisecentrum, met structurele middelen. Inhoudelijk moet dat nog verder ontwikkeld worden. We kunnen wel een nieuwe boost gebruiken, zeker in de huidige besparingscontext.”
Hardnekkig misverstand
Bij politici leven vaak er nogal verkeerde, zelfs tegenstrijdige ideeën over vrijwilligerswerk. “Enerzijds wordt vaak gedacht dat er in vrijwilligerswerk niet moet worden geïnvesteerd, want mensen doen het toch gratis. En anderzijds is er het hardnekkige misverstand dat niemand vandaag nog iets voor niets wil doen. Dat laatste zagen we bijvoorbeeld tijdens de coronacrisis. De overheid deed een oproep aan vrijwilligers om de vaccinatiecentra draaiende te houden. Dat leidde tot een heuse stormloop die men amper de baas kon. En toch deed Vlaanderen er alles aan om steeds meer vergoedingen te voorzien voor die vrijwilligers. Nochtans waren er centra die geen enkele vergoeding gaven, enkel een hapje en een drankje, en zij trokken ook voldoende mensen aan. Als je denkt dat mensen dit voor het geld doen, dan heb je het hele concept niet begrepen.”
Vanuit de Verenigde Naties wordt IVY2026 expliciet gekoppeld aan duurzame ontwikkelingsdoelen. “Dat zijn er 17 in totaal: van gendergelijkheid, ‘geen armoede’, ‘ongelijkheid verminderen’ en klimaatactie tot ‘leven in het water’. Wij lanceren binnenkort onze V-krachtmeter waarmee organisaties aan de slag kunnen. Aan de hand van een reeks stellingen kunnen ze zien met welke doelen hun vrijwilligers bezig zijn. En dat zijn er vaak veel meer dan ze denken. Neem nu sportclubs. Op het eerste gezicht dragen die niet bij tot duurzame ontwikkelingsdoelen, want ‘meer sporten’ staat daar niet bij. Maar ze kunnen wel leiden tot ‘goede gezondheid en welzijn’ én tot het verminderen van ongelijkheid en armoede. Veel sportclubs en hun vrijwilligers doen er alles aan om elk kind de kans te geven om deel te nemen, ongeacht hun socio-economische status.”
“We hebben zelf de oefening gemaakt: voor alle 17 duurzame ontwikkelingsdoelen vonden we verschillende vrijwilligersorganisaties. Zelfs voor ‘leven in het water’, denk maar aan River Cleanup. De impact van vrijwilligerswerk is groter dan velen denken, en daar mag zeker mee uitgepakt worden. Als Vlaanderen rapporteert over duurzame ontwikkelingsdoelen, wordt doorgaans enkel gekeken naar de inspanningen van bedrijven of overheden. Terwijl het vrijwilligerswerk zeker ook z’n steentje bijdraagt.”
Intrinsieke motivatie
De voorbije decennia heeft het vrijwilligerswerk in Vlaanderen al grote stappen vooruit gezet, maar er zijn nog flinke uitdagingen. “De belangrijkste is toegankelijkheid. Helaas hebben we weinig wetenschappelijke cijfers. Maar uit de studies die wel gedaan werden, blijkt telkens dat mensen met een kwetsbare achtergrond ondervertegenwoordigd zijn in het vrijwilligerswerk. Het komt er dus op aan om mensen te stimuleren, maar zonder dwingende ondertoon. Nu hoor je soms dat mensen met een leefloon dan maar vrijwilligerswerk moeten doen. Veel mensen proberen dat ook, omdat het OCMW dat vraagt. Als het vrijwilligerswerk hen minder ligt, durven ze echter niet te stoppen, uit angst om hun uitkering te verliezen. Die visie moeten we veranderen. Intrinsieke motivatie is heel belangrijk binnen het vrijwilligerswerk.”
Maar ook de huidige context van besparingen zorgt voor nieuwe uitdagingen. “Steeds meer organisaties, zoals ziekenhuizen en woonzorgcentra, willen vrijwilligers inzetten. Maar als dat louter gebeurt om personeelstekorten op te lossen, loopt het vaak mis. Wij horen nu al verhalen van vrijwilligers die volledige werkdagen aan de slag zijn in een woonzorgcentrum, en daar bijvoorbeeld ook lakens verschonen. Dat kan uiteraard niet de bedoeling zijn.”