
“Iemand helpen maakt gelukkig: het is een vaccin tegen tristesse”
Chirurg Réginald Moreels opereerde zijn leven lang in conflictgebieden. Hij is pleitbezorger van de zwaksten, met een onvermoeibaar idealisme. In zijn autobiografie Het was mijn verdomde plicht heeft hij het over zijn nooit aflatende zoektocht een beter mens te worden, over zijn ethische plicht om altijd het goede te doen en zijn frustraties over dossiers die belangrijker gevonden worden dan mensenlevens.
Réginald Moreels noemt het boek zelf een terugblik voor de toekomst. Het doet nadenken over de staat van de wereld, en onze eigen plek daarin. “Sociaal onrecht, mensen in armoede laten leven, inkomensspanningen tussen arm en rijk… Het is onaanvaardbaar en tast het sociale weefsel aan”, aldus Moreels. “Engagement maakt een mens gelukkig. Je kan ergens bij horen, toeleven naar een moment om samen te zijn met andere mensen, samen te werken in groep. Anderen helpen kan je uit droefheid halen, het is een soort vaccin tegen tristesse. Dat kan soms zelfs in het ‘kleine helpen’ of de ‘kleine goedheid’ zitten, door bijvoorbeeld een boodschap te doen voor je oudere buur. Helpen kan vluchtig of duurzamer zijn. En voor mij persoonlijk moet het ook altijd een beetje gepaard gaan met protest of revolte. Als je vrijwilliger bent in een voedselbank, moet je je ook de vraag stellen: waarom blijft die situatie bestaan? Je mag dan best maatschappijkritische vragen stellen. Maar alleen kritiek uiten is zinloos. Dan ga je beter op zoek naar wat er nog kan verbeteren naast die voedselbank.”
Evoluties in de zorg
Moreels ziet de afgelopen decennia op kwantitatief vlak wel een verbetering in de toegang tot de geneeskunde, maar stelt zich vragen bij de evolutie van de kwaliteit. “We zijn geëvolueerd van een mensgerichte geneeskunde naar een schermgeneeskunde”, vindt hij. “Met de introductie van de laptop ging veel menselijk contact verloren. Volgens mij is het klinische onderzoek er ook op achteruitgegaan, artsen onderzoeken hun patiënten minder uitgebreid. Ik vind het nochtans een kunst, waar een zekere intuïtie bij komt kijken. Als ik een patiënt zie – zelfs als ik zijn taal niet spreek – kan ik al inschatten of het ernstig is. Als hij mankt met zijn rechterbeen en klaagt over buikpijn, zal ik aan appendicitis denken.”
“Begrijp me niet verkeerd,” gaat hij verder, “ik ben een grote voorstander van eHealth. Op een paar seconden kunnen we de volledige geneeskundige geschiedenis van een patiënt oproepen en kunnen we data delen met respect voor de privacy. Dat is een grote vooruitgang. Daarnaast ben ik een grote voorstander van AI. Dat zal een revolutie betekenen, als hulp voor de mens. Langs de andere kant zal artificiële intelligentie nooit kunnen wat een mens kan. Onze ziel kan niet gerobotiseerd worden. Onze ziel is het kruispunt, de combinatie van alle miljoenen gedachten en ervaringen die ooit door ons hoofd gegaan zijn. Hoe meer je je ziel kweekt, hoe verder je afstaat van een humanoïde robot. Iemand aankijken met een menselijke blik: dat zal een robot nooit kunnen. Het kritische vermogen van een mens vermindert wel door het gebruik van AI. Ik heb zelf gemerkt dat als ik overspoeld word door kennis, ik alles minder makkelijk kan onthouden. Maar misschien ligt dat ook een beetje aan mijn leeftijd.”
Moreels stelt de laatste decennia veel grotere en kleinere evoluties vast in de geneeskunde. “Ik zag onder andere een grote evolutie gebeuren van curatieve geneeskunde naar preventieve geneeskunde. En van een eenzijdige relatie tussen arts en patiënt naar een tweezijdige relatie: van monoloog naar dialoog. Van individuele artsen naar huisartsengroepen en ook een samenwerking op grotere schaal. Door de pandemie is er een internationaal netwerk van artsen ontstaan. Dat heeft ervoor gezorgd dat innovaties in wetenschap en technologie zich makkelijker verspreiden.”
Fysiek versus mentaal onwelzijn
Het valt Moreels op dat hij in het buitenland veel minder vaak over zelfdodingen hoorde. “Dat zie ik vooral hier in België gebeuren”, zegt hij. “Hoe dat komt? Ik vrees dat ik daar alleen maar een onvolledig antwoord op kan geven. Zelfdoding is een heel individuele keuze als reactie op heel individuele gevoelens. Ik ben er wel van overtuigd dat welvaart omgekeerd evenredig ontwikkelt met welzijn. Desinstitutionalisering en het verminderen van waardensystemen zorgen voor een vorm van eenzaamheid. In andere landen word je altijd wel opgevangen door iemand. In België hebben we ook wel vormen van een groepsgevoel, maar toch minder dan ik in Afrika ervaar.”
Minder houvast
“Godsdienst en geloof zijn steeds minder van belang in ons land, waarden lijken af te brokkelen, en respect voor mensenrechten is soms ook ver te zoeken”, merkt Moreels op. “Dat maakt dat mensen steeds minder houvast hebben. Ik zie ook het zondebokfenomeen: de verantwoordelijkheid voor fouten wordt altijd bij een ander gelegd. Zelfkritisch gedrag neemt af en dat zorgt voor meer mensen in eenzaamheid. Het sociale en familiale leven is aangetast, vakbonden en politieke partijen leven minder dan vroeger. Mensen behoren steeds minder tot een bepaalde groep. Nochtans hebben mensen wel de behoefte om opgenomen te worden in de gemeenschap. Ik ben geen moraalridder, maar ieder mens heeft vanaf de geboorte opvoeding van de ouders nodig, en een zekere opleiding.”
Kwaliteit van leven
Als we langer leven, gaan we dan ook beter leven? Dat is een van de vragen die Moreels op het einde van zijn boek stelt aan de volgende generaties. Wat denkt hij daar zelf over? “Ik geloof niet dat langer leven altijd komt met een garantie op een goede kwaliteit van leven. We kunnen lijden soms verminderen door slimme nieuwe ingrepen zoals protheses of cochleaire hoorapparaten. Dat kan meer welzijn betekenen voor iemand die ziek is of een handicap heeft. Denk ook aan mensen die niet kunnen spreken, maar toch een stem krijgen door technologische hulpmiddelen en artificiële intelligentie. Dat is toch prachtig?”
“Kwaliteit van leven zit voor mij voor een groot deel in menselijke nabijheid”, legt Moreels uit. “Ik ben een personalist. De mens wordt meer mens in relatie tot anderen. Alleen al de blik van de ander verrijkt, geeft energie. Na een goed gesprek weet je meer dan voordien. Ik besef elke ochtend als ik opsta dat ik veel dingen nog niet weet. En dat maakt me ergens gelukkig, want elke dag leer ik nog iets bij."