welzijn & zorg

“Het is belangrijk om dak- en thuisloosheid breed te definiëren”

Goed beleid dankzij lokale netwerken
23.05.2025
Foto's
Jan Locus

De tellingen dak- en thuisloosheid worden wetenschappelijk ondersteund door een team van LUCAS (KU Leuven). Onderzoekers Nana Mertens en Evelien Demaerschalk geven tekst en uitleg.

Waarom is het zo belangrijk dat er geteld wordt?

Evelien Demaerschalk: “Om goed beleid te voeren, is het nuttig om te weten over hoeveel personen het gaat en over welke profielen. Zo doorbreek je het stereotiepe beeld van dak- en thuisloosheid, en kun je concrete info terugkoppelen aan het beleid. Voor ons als onderzoekers is het ook boeiend om dieper in de cijfers te duiken. Een tijdje geleden hebben we ons bijvoorbeeld gefocust op de kleine gemeenten.”

Hoe definiëren jullie dak- en thuisloosheid precies?

Demaerschalk: “We werken volgens de Europese ETHOS Light typologie, volgens de leefsituatie. Het gaat om zes categorieën: in de openbare ruimte, in noodopvang, in opvang voor thuislozen, instellingsverlaters, in niet-conventionele ruimtes (caravan, garage of kraakpand), bij familie of vrienden. Net als in Wallonië en Nederland voegden wij daar nog een categorie aan toe: mensen voor wie binnen de maand uithuiszetting dreigt. Om aan preventie te kunnen doen, is het heel belangrijk om dak- en thuisloosheid breed te definiëren en die laatste groep ook mee te nemen.”

Welke ontwikkelingen zien jullie?

Nana Mertens: “Dit gaat om een ‘point in time’-telling: een momentopname van de situatie. Alle organisaties en diensten die meetellen, vullen op één bepaalde dag vragenlijsten in over mensen van wie zij weten dat ze de nacht ervoor dak- of thuisloos waren, met de profielkenmerken en de verblijfplaats erbij. Op basis daarvan kun je heel moeilijk ontwikkelingen zien, zeker omdat we nog maar vijf jaar bezig zijn. Omdat we steeds meer nieuwe regio’s tellen, kunnen we onze extrapolaties wel verfijnen. Op vijf jaar tijd hebben we al in 73% van de Vlaamse gemeenten geteld en dat worden er steeds meer. Onze schatting voor de rest van Vlaanderen wordt dus fijnmaziger.”

Is het resultaat slechts het topje van de ijsberg?

Mertens: “Hoe meer organisaties we enthousiast kunnen maken, hoe beter het beeld. Maar het gaat natuurlijk enkel om mensen die in contact zijn met een van de tellende organisaties. Er zijn ook jongeren die bij een vriend op de bank slapen en niet in contact staan met het OCMW of CAW, en ook niet op de wachtlijst staan voor een sociale woning. Wellicht is onze telling een onderschatting, maar de diverse profielkenmerken kunnen we wel al heel duidelijk in beeld brengen.”

Hoe belangrijk zijn de bovenlokale netwerken dak- en thuisloosheid?

Demaerschalk: “Heel belangrijk. Als er al zo’n lokaal netwerk is, blijkt de meerwaarde zeer groot. Er wordt al rond het thema gewerkt, wat het makkelijker maakt om te tellen en nadien ook dingen in beweging te krijgen. Helaas zijn er nog niet in heel Vlaanderen zulke netwerken, maar we zien veel enthousiasme bij de lokale besturen. Elk jaar hebben we meer kandidaten dan er plaatsen zijn.”