'Zorg is van iedereen. We moeten de brug naar de maatschappij blijven maken.'

In gesprek met minister Wouter Beke

Hij werd al een paar keer ‘minister van de kwetsbaren’ genoemd. In die rol wil minister Wouter Beke verder bouwen op de fundamenten die Jo Vandeurzen gelegd heeft. Hij wil er daarbij over waken dat de zorg de connectie met de maatschappij niet verliest, een maatschappij waarin krassen op de ziel bespreekbaar moeten zijn.

Wat zijn de sterktes en de zwaktes die u na tien jaar Vandeurzen erfde in dit beleidsdomein?
“Er zijn ontzettend veel fundamenten gelegd, waar ook al heel wat pijlers op gebouwd zijn. De Vlaamse sociale bescherming, het Groeipakket, de ouderenzorg, de persoonsvolgende financiering in de gehandicaptenzorg. Op die fundamenten en pijlers moeten nu huizen gebouwd worden. We evalueren wat er is, en wat de kansen en bedreigingen zijn van deze systemen.”
“Het hele welzijnslandschap is de laatste jaren erg geprofessionaliseerd en veranderd. Maar het dreigt de connectie met de gewone mens te verliezen. Het jargon, de beleidslijnen, de processen: hoe vertaal je dat allemaal maatschappelijk? Zorg is iets voor iedereen, dus het is de uitdaging die brug te blijven maken. Als zelfs mensen in de zorg niet meer altijd meteen het jargon kunnen plaatsen, moeten we ons afvragen of we nog wel met de kern van de zaak bezig zijn.”

Armoedebestrijding is voor deze legislatuur ook aan het beleidsdomein WVG toegevoegd. Hoe gaat u dit thema aanpakken?
“We hebben op dit vlak al belangrijke stappen gezet, bijvoorbeeld door de invoering van het Groeipakket. Daarin is in 2020 al 97 miljoen euro extra voorzien specifiek voor sociale toelagen. Deze hervormingen komen rechtstreeks ten goede aan kwetsbare gezinnen. Door de automatische toekenning van de schooltoelage kregen 40.000 gezinnen er één, terwijl ze voorheen niet wisten dat ze er recht op hadden. Dat kost natuurlijk veel geld, maar dat hebben we in de begroting voorzien. De begroting voor welzijn stijgt in 2020 met 290 miljoen euro, net om dit soort zaken te kunnen betalen.”

In elk beleidsdomein zijn besparingen aan de orde, ook bij WVG. U kiest ervoor vooral te besparen op ondersteunde structuren en de rechtstreekse hulp aan de burger te vrijwaren. Vanwaar deze keuze?
“In het parlement wordt gezegd dat er voor 4 miljard zorgvragen zijn in Vlaanderen, de begroting stijgt van 12,6 naar 14,6 miljard. Mensen hebben liever niet dat de lasten worden verhoogd, maar anderzijds willen ze wel dat aan zorgnoden een antwoord wordt gegeven. Dat is een moeilijk evenwicht. De begroting cultuur daalde met 10 miljoen euro. Met die 10 miljoen kunnen we elders meer doen, zoals in ons beleidsdomein, waar de begroting stijgt. Maar de stijging is nog steeds onvoldoende om aan alle noden te voldoen. Dus moeten we proberen meer te doen met de middelen die er zijn.”
“We besparen dus, maar we investeren ook. We gaan 60 miljoen extra in jeugdhulp investeren. De begroting van welzijn zal met 2 miljard stijgen tegen 2024, dat kan je moeilijk ‘besparen’ noemen. Ik heb gesproken met de mensen van ArmenTekort en zal investeren in hun buddywerking. Met Samenlevingsopbouw gaan we wijkgericht werken. Dat zijn middelen die we verschuiven om het verschil te maken op het terrein.”
“Ik nodig iedereen uit om kritisch naar zijn werking te kijken. Dat doen wij als overheid, en ik vraag het ook van onze partners. Kan het niet met minder overheadkosten? Bij de CAW’s vragen we een besparing van 4% op personeel. Dat geld gooien we niet weg, maar investeren we in jeugdhulp en welzijnswerk.”

U heeft al laten verstaan dat onder andere geestelijke gezondheid voor u bovenaan de stapel ligt. Vanwaar de focus op dit thema?
“Dat is geen persoonlijke keuze, maar een maatschappelijke noodzaak. Voor Rodeneuzendag heb ik lesgegeven in een school in Zaventem, over het welbevinden van jongeren. Ik was onder de indruk van de openheid die jongvolwassenen aan de dag leggen over dit thema. Toen ik vroeg of er een cultuur of gewoonte bestond om daar in de klas over te praten, bleek dat niet het geval. Velen onder hen voelen zich niet goed in hun vel. Ze voelen stress omdat de lat te hoog ligt, op school, onder vrienden, op sociale media. Veel jongeren hebben het gevoel veel te moeten en zijn niet zeker of ze aan het ideaal kunnen beantwoorden. Ik vroeg in de klas: wie heeft er al eens een foto op Instagram gezet waaruit bleek dat je je niet goed voelt? Niemand. Uit angst voor de reacties. Dat is maar een anekdote, maar het zit natuurlijk dieper dan dat. We moeten als gemeenschap investeren in jeugdhulp en laagdrempelige hulp. Maar we moeten ook een maatschappelijke context creëren waarin mensen durven te tonen dat we allemaal kwetsbaar zijn, met krassen op onze ziel. Die kwetsbaarheid mag geen probleem zijn en moet bespreekbaar zijn.”
“Ik heb als minister nog geen plenaire vergadering meegemaakt waarin er geen parlementaire vraag gesteld werd over het mentale welbevinden van de Vlaming. Dat betekent hoe dan ook dat het een belangrijk onderwerp is. Mensen missen levenskwaliteit en geborgenheid. Maar de voorwaarde om goed te kunnen presteren is wel: je goed voelen. Dat klinkt soft, maar het is gewoon zo. Ik wil niet de geitenwollen sok uithangen, maar we zijn allemaal op zoek naar hoe we weerbaarder kunnen worden. Beter voorkomen dan genezen. Daarvan maak ik een prioriteit. Daarom voorzien we ook voor preventie de komende jaren extra investeringen.”

Foto's
Jan Locus