'Zorg is een opdracht voor iedereen'

De Essentie volgens Jo Vandeurzen

Na twee ambtstermijnen maakt minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen ruimte voor de volgende generatie. De rode draad in zijn beleid was niet mis te verstaan: zorg en welzijn horen thuis ín de maatschappij, niet aan de rand ervan. Het is niet alleen de taak van betaalde krachten om voor mensen te zorgen, iederéén kan voor een naaste zorgen. Kort voor de verkiezingen blikt hij terug op tien jaar zorg- en welzijnsbeleid.

“Het was een uitermate boeiende periode. Heel intens, maar ik kijk er met veel dankbaarheid op terug. Ik kreeg veel mogelijkheden en budgettaire ruimte om te hervormen. Natuurlijk waren er ook besparingen en confrontaties met oningevulde noden. Het was zeker niet allemaal rozengeur en maneschijn, maar als ik over alle sectoren heen kijk, is er toch heel wat hervormd. We hebben stevige discussies gehad met stakeholders en politieke collega’s. Desondanks zijn we er toch in geslaagd flinke transities door te voeren. Een minister van Welzijn – of ik dat nu ben of mijn voorganger of opvolger – kan nooit triomfantelijk stellen dat hij alle problemen heeft opgelost. Er kunnen misschien meer of betere mogelijkheden zijn, maar we krijgen het niet altijd zover dat iedereen altijd meteen de hulp of zorg krijgt die hij nodig heeft. Ook in de toekomst zal wellicht blijken dat dat helaas niet realistisch is.”

“Er zijn altijd mazen in het net, en de zorgvragen veranderen voortdurend. De samenleving wordt stilaan superdivers, werksituaties veranderen… de samenleving is niet statisch. Men zegt weleens: tel de mensen op de wachtlijsten voor personen met een beperking, en reken uit hoeveel het kost om hen te helpen. Alsof die zorgvragen statisch zijn! Zo werkt het niet. Het is geen ‘mechanisch’ verhaal waarbij je x aantal euro’s investeert en daarmee alles opgelost hebt. Er komen steeds nieuwe inzichten en kwaliteitskaders die de zaken beïnvloeden. In de residentiële zorg in woonzorgcentra en in de jeugdhulp is er nog veel intensere zorg nodig. Dat zijn zaken die niet zomaar morgen opgelost gaan zijn, maar we hebben die beweging wel al mee in gang kunnen zetten.”

 

De definitie van goede zorg

“Ik ga altijd uit van de vraag: levert het meer levenskwaliteit op? We komen uit een ziekteverzekering die erg op acute zorg gericht was. Maar mensen willen het gevoel blijven hebben dat ze erbij horen, dat ze er nog toe doen. Daar hebben we altijd de focus op gelegd. Woonzorgcentra hebben we van een eerder medisch model naar een zorg- en leefgemeenschap kunnen laten evolueren. De vermaatschappelijkingsvisie gaat daar ook over: horen mensen er nog bij? We gaan voor een inclusieve samenleving. Er lijkt misschien een contradictie tussen residentiële zorg en vermaatschappelijking, maar die kunnen perfect samengaan.”

Het feit dat het beleidsdomein twee legislaturen lang dezelfde minister had, zorgde voor continuïteit. Wat ziet Vandeurzen als zijn grootste verwezenlijking van die afgelopen tien jaar? “Het Groeipakket (de naam voor de vernieuwde kinderbijslag) is een mooi verhaal geweest. We hebben daar de staatshervorming gebruikt om het gezinsbeleid te versterken, met een geïntegreerde en intersectorale benadering. Zo zijn er nog bewegingen geweest: de integrale jeugdhulp is lang geleden al gestart, maar daar hebben we heel wat aan verder gewerkt en er is nog steeds werk te doen. Ook op de Vlaamse sociale bescherming mogen we trots zijn.”  

Zijn er ook zaken die hij achteraf gezien misschien anders zou aangepakt hebben? “Een dossier waarin me dat regelmatig gevraagd wordt, is de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap. Het perspectiefplan had twee doelen: meer ondersteuning voor mensen met de grootste noden en een vraaggestuurd systeem met geïnformeerde gebruikers. Het plan ging er niet van uit dat alle zorgvragen tegen 2020 beantwoord zouden zijn. Wél die zorgvragen die voor de grootste noden stonden. Er zijn zeker nog correcties nodig in het systeem. Konden we dat allemaal op voorhand bedenken? Daar zijn argumenten om te zeggen dat we de effecten misschien wat beter hadden kunnen inschatten. Maar als we niet eerst de nieuwe realiteit zouden gecreëerd hebben en dan gekeken hebben welke correcties we daarop konden doen, dan ben ik niet zeker of we er in deze legislatuur wel aan begonnen waren.” 

Kwetsbaarheid vraagt algemeen engagement

Recent verscheen Vandeurzens boek Zorg voor elkaar. “Als ik het boek zelf herlees, zie ik er een mensbeeld in dat mij in de laatste jaren helder is geworden. Het gaat vooral over een mens in zijn kwetsbare situatie – vroeg of laat zijn we dat allemaal – en zijn of haar relatie met andere mensen, die ook deel uitmaakt van goede zorg. Iedereen zomaar een budget in handen geven: dat is niet mijn idee van een warme zorgzame samenleving. Dat is een deel van de uitdaging, maar er is een grotere ambitie nodig. Een samenleving die zelf in alle aspecten van het leven geen tijd kan maken voor kwetsbare mensen en dan denkt dat de zorgsector dat allemaal kan oplossen met meer en meer budget: daar geloof ik niet in. Zorg is een opdracht voor iedereen. Mocht je me jaren geleden gezegd hebben dat de conclusie van mijn boek zou zijn dat er een mentaliteitswijziging nodig is, dan zou ik gezegd hebben: ‘Ga weg, zo’n dooddoener’. Maar je ziet nu in zoveel beleidsdomeinen – werk, mobiliteit, huisvesting – dat er aandacht nodig is voor zwakkere mensen. Kwetsbaarheid in de samenleving vraagt een algemeen engagement.”

Ruimte voor experiment

Maar hoe realiseren we dat algemeen engagement dan? “We moeten het principe ‘health is in all policies’ huldigen. We hebben arbeidsmatige activiteiten voor mensen die niet meer toeleidbaar zijn tot de reguliere arbeidsmarkt. We moeten aanvaarden dat die mensen ook een plek in onze samenleving verdienen. We moeten dementievriendelijke gemeenten creëren en huisvesting afstemmen op de meest kwetsbaren. Er is op verschillende terreinen nog verbetering mogelijk. Een minister van welzijn moet ook mee nadenken over een andere manier van samenleven voor de hardwerkende Vlaming die altijd maar voortholt en wiens leven alsmaar hectischer wordt. Af en toe moeten we eens durven stilstaan. Het is niet evident om altijd maar mee te kunnen. We moeten aanvaarden dat aandacht voor kwetsbaarheid een algemene attitude moet worden, en niet alleen bij zorgverleners. We zien die attitude al goed bij sociaal werkers. Goed sociaal werk is empathisch en heeft aandacht voor het proces. Niet alleen voor cijfers en voor wat meetbaar is. Er moet ruimte zijn voor experiment. Vaak is goede hulp relationeel. Het statement van de sociaal werkers op hun conferentie vorig jaar was sterk: reken ons niet zozeer af op doelstellingen, maar kijk ook naar het proces dat we gaan met de cliënt.” 

Hij stopt als minister omdat hij het na tien jaar tijd vindt voor vernieuwing. “Op bepaalde vlakken is er nog veel werk voor mijn opvolger. Hier en daar zijn fundamenten gelegd, op andere plekken staan we al verder. Mijn opvolger kan op twee manieren reageren. Verder bouwen op wat er al gedaan is, of alle hens aan dek om het anders aan te pakken. Ondertussen zouden een aantal uitgaven in ons beleidsdomein niet langer als nieuw beleid onderhandeld moeten worden, maar gewoon gebudgetteerd als constant beleid. Ik denk bijvoorbeeld aan de personen met een handicap die ondertussen al automatisch een budget toegekend krijgen.” 

En hoe zal hij zijn dagen vullen wanneer hij minister af is? “Ik heb besloten om tot het einde nog niet na te denken wat ik hierna ga doen. Natuurlijk wil ik nog actief blijven. Mijn belangstelling gaat onder meer uit naar het onderwijs. Ik denk dat ik relatief goed ben in ingewikkelde zaken op een eenvoudige manier uitleggen. Ik heb onlangs enkele keren voor de klas gestaan en heb dat goed overleefd. Daarnaast wil ik graag een of meerdere hobby’s hebben, liefst iets met enige creativiteit. Ik ben zeker geen groot creatief talent, en mensen die dit lezen zullen zeggen: zo kennen we hem niet. Maar ik wil graag iets doen waarbij ik er niet voortdurend op moet letten wat anderen ervan gaan vinden.”

Jo Vandeurzen, Zorg voor elkaar. ISBN 9789463104340. € 22,50

 

Foto's
Stephan Vanfleteren

Reactie toevoegen