Wie zorgt voor gezinnen en kinderen in precaire situaties?

Getuigenis van psychologe in MFC over online sessies

Eline Spriet is klinisch psycholoog in een multifunctioneel centrum (MFC) voor kinderen met gedrags- en emotionele stoornissen. Zij en haar collega's werken met kinderen die hun noden tonen door 'moeilijk' of 'storend' gedrag te stellen, en met hun context. Deze kinderen missen vaak relatiekansen, of vallen zelfs helemaal uit de boot. Kinderen en gezinnen in deze precaire situaties worden erg getroffen door de coronacrisis. Eline beschrijft hoe zij deze periode ervaart vanuit haar positie in het MFC.

COVID-19 treft onze kinderen en gezinnen hard, en niet in de eerste plaats omwille van de medische en fysieke onvoorspelbaarheid. We horen moeilijke verhalen van gezinnen die lijden onder de isolatie, financiële zorgen, relationele spanningen, angst en stress. En we weten dat dit een grote impact heeft op het gedrag van ‘onze’ kinderen.

In normale omstandigheden putten wij, begeleiders uit MFC’s die met deze kinderen en gezinnen werken, uit een heel scala aan mogelijkheden om hen te ondersteunen. Zo kunnen ze bijvoorbeeld bij ons in het centrum komen en beroep doen op begeleiding en behandeling gedurende de dag. We gaan ook bij hen thuis, of naar hun school, of naar een andere context waarin ze zich begeven. We ondersteunen en werken samen met hen, waar nodig en mogelijk. Vele van onze kinderen gaan normaal overdag naar school in de school voor buitengewoon onderwijs waar we integratief mee samenwerken op ons terrein. Omdat wij in de dagbehandeling werken, gaan onze kinderen in normale omstandigheden ’s avonds gewoon naar huis. Als dat niet mogelijk of aangewezen is, verblijven ze in een internaat of in een gespecialiseerde voorziening die tegemoetkomt aan hun noden en die van hun context.

Samen met alle partners en actoren in de hulpverlening en het onderwijs, en met de actoren in het netwerk van onze kinderen en hun thuiscontext, is het onze dagelijkse opdracht om deze kinderen en hun gezinnen samen te dragen, zodat ze maximale ontwikkelingskansen ervaren om zich te kunnen ontplooien. Vaak is dit een proces waarin de gezamenlijke zoektocht naar wat perspectief en bewegingsruimte brengt, elke dag onze opdracht is.

Werking herzien

Ook vandaag - nu de normale omstandigheden hevig dooreengeschud worden - is dit onze opdracht. En dit binnen de realiteit van de maatregelen en richtlijnen die de veiligheid van de kinderen, de gezinnen en de teamleden maximaal moeten borgen. We hebben onze werking drastisch herzien. We werken dagelijks met een beperkt aantal kinderen, van wie de ouders beroep doen op onze noodopvang. Deze gezinnen vragen die ondersteuning,
omdat de ouders buitenshuis moeten werken, of omdat de situatie thuis zo zwaar onder spanning staat, dat de precaire situatie – waarvan vaak vóór COVID-19 al sprake was – vandaag nog bemoeilijkt wordt.

Als organisatie was het aanvankelijk koffiedik kijken of het voor ons haalbaar was om een minimumbezetting te voorzien. Wij zijn als personeelsleden uiteraard ook zelf mensen die deel uitmaken van een gezin, van een netwerk van mensen over wie we bezorgd zijn en voor wie we zorg
willen dragen. We vroegen ons af of onze mensen zoals normaal met een warm hart zouden komen werken als ze de zorg voor deze kinderen zouden moeten combineren met de zorg en bezorgdheid om hun eigen kinderen of partner. Vandaag kunnen we zeggen dat onze collega’s werkwillig zijn en 
het beste in zichzelf naar boven halen om in deze periode kwaliteitsvol te werken met de kinderen die beroep moeten doen op onze opvang.

Creatief met communicatiekanalen

Maar ook voor de gezinnen die de zorg thuis in het eigen gezin opnemen, en voor de kinderen die verblijven in internaten of gespecialiseerde voorzieningen vinden we het vandaag, misschien nog explicieter dan anders, nodig om in te zetten op onze werkrelatie. Deze relatie is een hefboom om in
een onvoorspelbare realiteit samen te zoeken wat kwaliteitsvolle psychische zorg kan inhouden. We zien de meest creatieve dingen rondom ons gebeuren: online lessen, kinderen die deelnemen aan chatgroepen, online spelletjes, bewegingsactiviteiten, postpakketjes die worden verstuurd, onze gezinsbegeleiders die bellen, mailen, chatten en videobellen met ouders om dagschema’s op te stellen en spelmateriaal door te sturen, onze opvoeders en psychologen die proberen hunwerkrelatie met de kinderen te behouden en op een andere manier verder uit te bouwen… Waar we enkele weken geleden vaak nog leek waren in het gebruik van nieuwe kanalen zoals chat en videogesprekken, worden we vandaag soms verrast door de mogelijkheden die ze bieden.

Een moment van verwondering dat ik deze week zelf meemaakte, gebeurde tijdens een online sessie. Ik nodigde een meisje uit, dat normaal wekelijks bij mij in het MFC in de spelkamer komt voor een sessie speltherapie. Dit meisje verblijft in een gespecialiseerd internaat voor bijzondere jeugdzorg omdat de relatie met haar ouders op zijn minst gezegd gespannen verloopt. In normale omstandigheden is het voor haar bang afwachten of ze telefoon of bezoek zal krijgen tijdens de voorziene contactmomenten met haar familie. Als ik haar vraag hoe het met haar gaat vandaag, is ze verrassend opgewekt en vrolijk! Voor haar is de context plots eenvoudig geworden, ze verblijft tijdens deze periode in de voorziening, omdat dit vanuit de maatregelen zo bepaald is. Dit is niet enkel voor haar zo, maar voor alle kinderen die bij haar in de groep verblijven.


Zo verwoordt zij het: “Geen enkele mama of papa mag op bezoek komen, dus voor iedereen hier zijn de regels dezelfde, en da’s maar eerlijk ook. En nu hoef ik er ook niet over te piekeren of mama en papa mij misschien niet wíllen zien, als ze niet op bezoek komen.” Van achter het computerscherm praten met haar voelt voor mij een beetje onwennig, zo van op afstand, en wat steriel. Maar voor haar lijkt het een heel andere ervaring, het lijkt een veilige afstand te creëren. Ze speelt zonder spanning en maakt er een creatief spelmoment van… Ik ben verrast door haar inventiviteit en mentale ruimte. Ik merk bij mezelf dat ik plezier ervaar en het contact tussen ons voel bruisen van achter mijn scherm. En dan komt er plots een magisch moment van verwondering, waar ik ook in normale omstandigheden als speltherapeut vaak zo dankbaar voor ben: het moment waarop kinderen op hun eigen manier vorm geven aan de thema’s waar ze mee worstelen… Dit meisje gaat even uit beeld en zegt dat ze iemand gaat halen die mij ook eens wil ontmoeten.

Lichtpuntjes en verwondering

Enkele ogenblikken later komt ze verkleed terug voor het computerscherm zitten en stelt zich voor vanuit haar rol: “Ik ben de mama van X en ik wou jou wel eens leren kennen!” Vanuit dit rollenspel ontstaat een gesprekje waarin ik mezelf speel en zij de rol van haar mama. Ze speelt dat ze toch bezorgd was om haar dochter en stiekem op bezoek kwam in de voorziening, om zeker te zijn of X nog gezond was en of ze zich OK voelde… En hoe schrijnend schril dit in contrast staat met de werkelijkheid, toch voelt het voor mij als een essentiële stap in haar proces, omdat het voor het eerst is dat X zo expliciet vorm kan geven aan het verlangen naar een dragende warme mama…

Vele ouders waar ik deze week contact mee had, drukken hun dankbaarheid uit voor onze betrokkenheid en het onderhouden van de relatie, al is het noodgedwongen van op afstand. Mijn eigen ervaring van verwondering is dat deze afstand niet per se de werkruimte kleiner maakt. In sommige gevallen wordt ze anders ingevuld en creëert ze perspectieven en processen die anders en nieuw zijn. Lichtpuntjes die ons verwondering bieden… en ik ben ervan overtuigd dat ik niet alleen ben in deze ervaring van verwondering!

Tekst geschreven door Eline Spriet, klinisch psychologe in orthopedagogisch centrum Nieuwe Vaart in Gent.

Foto's
Florian Van Eenoo