'Wie positief in het leven staat, helpt daarmee niet alleen anderen, maar ook zichzelf'

De essentie volgens Frank Deboosere

Frank Deboosere is vijftien jaar campagneleider van Kom Op Tegen Kanker, maar de start van zijn engagement gaat al verder terug dan dat. Hij vindt het zijn verantwoordelijkheid als ‘bekende kop’ om iets goeds te doen voor de maatschappij. 

“Kom Op Tegen Kanker beantwoordt aan een grote nood binnen de samenleving. Daar ben ik graag het gezicht van. Ik probeer mensen te motiveren en te luisteren naar wat er leeft. Maar zoals ik zijn er duizenden vrijwilligers, die waarschijnlijk net als ik naar huis gaan met het gevoel: dit was een goede dag.”

“Kom Op Tegen Kanker is een fantastische organisatie”, vertelt Deboosere. “We werken aan verschillende doelen. We stoppen tijd, geld en energie in kanker vermijden, in preventie en sensibiliseren. Daarnaast proberen we ook kanker te bestrijden en te verzachten, en het beleid te beïnvloeden. Dit jaar stond alles in het teken van solidariteit. Spijtig dat het moet vertrekken vanuit iets negatiefs als een ziekte, maar toch vind ik het hartverwarmend om vast te stellen dat in het harde en verzuurde Vlaanderen solidariteit geen dode letter is.”

Na zijn studies koos Frank – als gewetensbezwaarde – voor gemeenschapsdienst in plaats van legerdienst. Hij ging aan de slag bij de sterrenwacht in Grimbergen. “Het idee om iedereen na zijn studies een gemeenschapsdienst te laten doen steekt de laatste jaren her en der opnieuw de kop op. Het zal je niet verbazen dat ik dat idee zeer genegen ben. Je leert er veel uit, en je geeft iets terug aan de maatschappij die toch voor een groot deel voor jouw opleiding gezorgd heeft. Ik ben ook voorstander van scholen die met de klas op bezoek gaan in woonzorgcentra en verzorgingsinstellingen. We ontmoeten mekaar te weinig.”

Emotionele vuilbak

“Het is vreemd, maar mensen helpen helpt jezelf ook omgaan met de waanzin die het leven soms is. Het is een beetje hetzelfde als sporten. Ik had vroeger nooit gedacht dat dat niet alleen voor je lichaam, maar ook voor je geest goed zou zijn. Ik ben grootgebracht met kunst en cultuur, en dat je vooral je brein moest ontwikkelen. Je lijf? Dat nam je er maar bij. Maar toen ik begon te sporten merkte ik toch dat dat een goeie invloed had op mijn lijf. Ik voel ook stofjes vrijkomen in mijn hersenen die me blij maken. En dat voel ik ook als ik mensen help. Een maatschappij waarbij we ons allemaal wat meer om mekaar bekommeren is niet alleen goed voor wie hulp nodig heeft, maar ook voor wie die hulp geeft. Daar ben ik van overtuigd. Het is natuurlijk niet allemaal rozengeur en maneschijn als vrijwilliger: je hoort soms schrijnende verhalen, en die neem je mee naar huis. Dan ben ik blij dat mijn vrouw soms mijn ‘emotionele vuilbak’ kan spelen, dat ik bij haar terechtkan met wat me dwars zit.” Frank gaat ook elk jaar op bezoek bij het kinderkankerkamp. “Ik zie daar veel solidariteit tussen de kinderen. Terwijl wij als relatief gezonde volwassenen alsmaar zagen en klagen over het werk of het weer of god weet wat. Dan denk ik wel eens: ga eens mee naar dat kamp, dan leer je wel relativeren”.

Gewoon luisteren is goed

Kom Op Tegen Kanker zorgt ervoor dat vrijwilligers niet in de kou blijven staan. Ze worden ook niet zomaar vrijwilliger: ze krijgen een flinke opleiding voor ze starten. “We steken geld in de opleiding en blijven hen coachen”, vertelt Frank. “Als ze met vragen zitten of eens willen babbelen, zorgen we daar ook voor. Dat is belangrijk. Die mensen gaan rond in ziekenhuizen om patiënten te bezoeken en een praatje te doen. En dat praatje doen is eigenlijk vooral: luisteren. Dat heb ik in het begin moeten leren. Gewoon luisteren is goed. Dat wordt erg geapprecieerd.”

Een slepende ziekte wordt een chronische ziekte

“Vroeger was kanker een ‘slepende ziekte’. Het was een taboe, er werd over gezwegen of in bedekte termen over gepraat. Mijn oma had ‘het vuur in de buik’, als kind wist je niet wat dat was. Het is de verdienste van Kom Op Tegen Kanker dat mensen met kanker nog steeds in de samenleving staan. We maken hen mooi, proberen hen het leven zo aangenaam mogelijk te maken. De overlevingskansen vergroten, steeds meer mensen genezen. Of we slagen erin van bepaalde kankers een chronische ziekte te maken, waardoor je zelfs mét de ziekte een hoge leeftijd kan bereiken. We doen er alles aan om ervoor te zorgen dat we geen geliefden meer aan kanker moeten verliezen, maar er is nog een lange weg te gaan. Het komt in elke familie voor, iedereen krijgt ermee te maken. Mijn eigen zus heeft kanker gehad en heeft het niet overleefd. Dat kwam toch harder en anders aan dan ik had verwacht. Eén vrouw op vier wordt voor de leeftijd van 75 met kanker geconfronteerd, en één man op drie. De genezingskansen zijn er, maar voor één op drie loopt het niet goed af.”

Schenk een lach, en je krijgt er een terug

Buiten Kom Op Tegen Kanker zou er ook wat meer solidariteit en positieve ingesteldheid mogen zijn, vindt Frank. “Kijk maar naar het nieuws. Het nieuws is niet het nieuws, maar slecht nieuws. Met hooguit op het einde een korte uitsmijter over een babyolifantje. Er gebeuren wel goede dingen, maar dat is geen nieuws. Door positieve boodschappen te brengen en positief in het leven te staan, helpen we niet alleen mekaar, maar ook onszelf. Over honderd jaar zijn we allemaal dood. Waarom zouden we dan toch mekaar de duivel aandoen? Waarom zou je niet de zon laten schijnen voor een ander? Je krijgt dan ook zon terug! Lach naar iemand, en die persoon zal teruglachen naar jou. Ik klink misschien als een pastoor, maar ik meen het wel.”

Foto's
Stephan Vanfleteren