Wegwijs in het beroepsgeheim

Het beroepsgeheim waarborgt de vertrouwensrelatie in de zorg

Het beroepsgeheim is geen eenvoudige materie. Bovendien evolueert de wet soms zo snel dat het als niet-jurist moeilijk is het overzicht te bewaren. Hoe bepaal je als hulpverlener in welke situatie het beroepsgeheim geldt, en wanneer je wel mag of moet spreken? Het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en het Instituut voor Sociaal Recht van de KU Leuven reiken een aantal handvatten aan in vijf wegwijzers over het beroepsgeheim.

Wat houdt het beroepsgeheim in? 
Anne-Sophie Versweyvelt, Instituut voor Sociaal Recht KU Leuven: “Het beroepsgeheim maakt deel uit van het strafrecht. Wie het beroepsgeheim schendt, is strafbaar. Hierdoor onderscheidt het zich van andere vertrouwelijkheidsplichten. Als je beroepsgeheim hebt, moet je de vertrouwelijke informatie die je krijgt in je functie geheim houden en niet zomaar aan anderen onthullen, tenzij een uitzondering op het beroepsgeheim je toelaat of verplicht de info bekend te maken.”  
Vallen bijna alle hulpverleners onder het beroepsgeheim?
Tim Opgenhaffen, Instituut voor Sociaal Recht KU Leuven: “Behalve over vijf beroepen, blijft de strafwet vaag. Hoewel de wet lijkt te suggereren dat iedereen die beroepsmatig met vertrouwelijke informatie in aanraking komt beroepsgeheim heeft, gaat het enkel om de gevallen waarin de wetgever vertrouwelijkheid belangrijker acht dan andere waarden. Je moet dus op zoek naar de wil van de wetgever. Het is bijvoorbeeld niet omdat je een diploma sociaal werk hebt dat je er ook onder valt. Werk je in een CAW? Dan heb je wel beroepsgeheim. Ben je studentenbegeleider aan de hogeschool? Daar schrijft de wet geen beroepsgeheim voor. Maar dat betekent niet dat zo iemand zomaar alle informatie in het rond mag strooien. Naast het beroepsgeheim bestaat er een discretieplicht. Daar vallen zij wel onder. Hoewel de schending ervan niet strafrechtelijk gesanctioneerd wordt, is dit ook een vertrouwelijkheidsplicht.”

Niet absoluut

Het beroepsgeheim is niet absoluut. In welke gevallen hebben hulpverleners spreekrecht en spreekplicht? 
Versweyvelt: “Aanvankelijk was het beroepsgeheim quasi absoluut, maar door de jaren heen kwamen er steeds meer uitzonderingen, waarin de vertrouwensrelatie tussen cliënt en hulpverlener doorbroken kan worden, bijvoorbeeld wanneer je als hulpverlener op huisbezoek vaststelt dat kinderen mishandeld worden door hun ouders. De laatste jaren komen er steeds meer uitzonderingen bij. Het is niet eenvoudig om op de hoogte te zijn van wat mag en niet mag. Zo werd de wet aangepast na de zaak Dutroux, na de zaak van seksueel misbruik in de kerk, na de aanslagen op Zaventem en Maalbeek… In het kader van ‘controle’ mag het beroepsgeheim soms ook doorbroken worden. Denk maar aan controleartsen die werken in opdracht van werkgevers.” 
“Je moet durven zwijgen. Eens gesproken, kan je je woorden niet terugnemen. Door even te zwijgen heb je de tijd om na te denken, je te informeren en dan eventueel te spreken.” Er bestaat ook iets als een gedeeld beroepsgeheim. In welke gevallen geldt dat? 
Versweyvelt: “Iedereen die binnen dezelfde hulpverlenende context met dezelfde finaliteit met een cliënt werkt, kan noodzakelijke informatie delen op grond van het gedeeld beroepsgeheim. Dat hoeft niet binnen één team te zijn. Het gaat dan over hulpverleners die samen aan één hulptraject werken. Wie in één team met dezelfde cliënt werkt - bijvoorbeeld mensen die in de dagpost en nachtpost werken in een woonzorgcentrum - kan op grond van het gezamenlijk beroepsgeheim ook nuttige informatie delen. Al is dat juridisch niet algemeen aanvaard. Je cliënt moet steeds weten dat er informatie over hem wordt gedeeld en mag hier geen bezwaar tegen hebben. Het gedeeld beroepsgeheim is bovendien niet de regel maar de uitzondering. Info delen moet de uitzondering blijven. En er is nooit gedeeld beroepsgeheim met politie en justitie, aangezien zij met een andere finaliteit naar de cliënt kijken.”
Cliënten kunnen ook toestemming geven om het beroepsgeheim te doorbreken. In welke omstandigheden kan dat?  
Versweyvelt: “Er zijn twee kampen op dat vlak. De strikte benadering zegt dat de schending van het beroepsgeheim  strafbaar is en dat je in principe geen toestemming kan geven om strafbare feiten te plegen. Net zoals je geen toestemming kan geven om je te laten vermoorden. De meer gematigde strekking zegt dat de cliënt wel toestemming mag geven als het gaat over informatie die over hemzelf gaat. De cliënt moet wel goed geïnformeerd zijn over wat precies wordt gedeeld , en met wie. Ook  wanneer de toestemming is gegeven, moet de hulpverlener steeds de afweging  maken of het delen van de info ook effectief in het belang van de cliënt is.” 


Opgenhaffen: “In de wegwijzers volgen wij de meer gematigde strekking. Maar wat we niet willen zijn hulpverleningscontracten of opnameovereenkomsten die eindigen met: ‘hiermee geef ik toestemming dat al mijn info met iedereen gedeeld mag worden’. Het beroepsgeheim op grond van toestemming doorbreken doe je heel gericht en steeds in samenspraak met de cliënt die bepaalt wat precies met wie gedeeld mag worden. Dit kan niet met een standaardformulier. Een heel praktische tip is: nodig je cliënt uit als je info deelt met andere hulpverleners. Dan kan hij zelf delen wat hij wil, onder begeleiding van zijn hulpverlener.” 
“Het beroepsgeheim is niet alleen van individueel, maar ook van maatschappelijk belang. Zonder beroepsgeheim zouden veel mensen hulpverlening vermijden, en buiten de maatschappij vallen.”Recent werd er een extra artikel aan de wet toegevoegd om casusoverleg tussen hulpverleners, politie en justitie mogelijk te maken. Wat houdt dat in?  
Opgenhaffen: “Er is geen gedeeld beroepsgeheim met politie en justitie. Met het casusoverleg wil de wetgever binnen een strikt kader toch bepaalde informatieuitwisseling toelaten. Het casusoverleg is ontstaan om het hoofd te bieden aan complexe casussen van intrafamiliaal geweld. Uit proefprojecten bleek dat het in zo’n gevallen nuttig kan zijn dat justitie en de betrokken hulpverleners een deel van hun informatie uitwisselen. Zo’n gecoördineerde aanpak lag juridisch moeilijk. Door het casusoverleg kunnen de verschillende partijen nu structureel informatie delen rond één casus voor zover een wet dat toelaat of de procureur des Konings daar de toelating voor geeft. Zo krijgen ze een beter beeld op het probleem en kunnen ze hun handelingen op elkaar afstemmen.” 

Kader om in te kleuren

Hulpverleners moeten vaak zelf nog een afweging maken in welke situatie ze hun beroepsgeheim kunnen doorbreken.
Versweyvelt: “Het recht is het kader, maar hoe je dat inkleurt - met welke kleurtjes, en hoe ver je van de lijnen blijft – moet je zelf afwegen. Dat is een kwestie van deontologie en goede praktijken binnen organisaties. Moet een hulpverlener op het terrein weten welke regels er precies  van toepassing zijn en die ook kunnen benoemen? Neen. Hij moet wel het kader kennen waarin hij kan handelen. Als je een vraag krijgt van een andere hulpverlener, of van politie of justitie, moet je durven zwijgen. Eens je gesproken hebt, kan je immers je woorden niet meer terugnemen. Door even te zwijgen heb je de tijd om na te denken, je te informeren en dan eventueel te spreken..”

 
Opgenhaffen: “Zie het als een stoplichtensysteem: je moet weten wanneer je groen licht hebt om door te rijden, of rood licht om te stoppen. Bij een oranje licht moeten je alarmbellen afgaan: je hoeft niet exact te weten wat je dan moet doen, maar je moet dan wel de reflex hebben om even na te denken of te overleggen met iemand die er meer over weet. Stel dat de politie aan de deur van de voorziening staat met een vraag over je cliënt, antwoord niet meteen, maar denk even na. En bel eventueel even met de juridische dienst van je organisatie als je niet zeker bent over welke info je mag delen. Mensen die het beleid van een organisatie vormen moeten hier meer in detail van op de hoogte zijn om hun veldwerkers te kunnen informeren en bijstaan. Voor hen maakten we ook onze wegwijzers over het beroepsgeheim.”
  
Wordt de schending van beroepsgeheim vaak effectief bestraft? 
Opgenhaffen: “Hulpverleners zwemmen constant tussen twee oevers: enerzijds heb je beroepsgeheim, maar wat als het morgen escaleert en je hebt niets gemeld? Word je dan vervolgd voor schuldig verzuim? Weersta aan informatievragen van andere hulpverleners, je moet niet altijd (meteen) antwoorden. Daar zit ook het belang van intervisie en supervisie: juridische diensten en teamverantwoordelijken moeten regelmatig samenzitten met veldwerkers om te bespreken hoe je in moeilijke situaties met je beroepsgeheim omgaat. Documenteer ook goed wat je doet, op welk moment en waarom. Niemand kan van hulpverleners verwachten dat ze helderzienden zijn die de uitkomst van elke tussenkomst exact kunnen voorspellen.” 

Individueel en maatschappelijk belang

Opgenhaffen: “Soms wordt er wel eens over geklaagd dat het beroepsgeheim ‘te streng’ is. Dan moet je er bij stilstaan waarom het beroepsgeheim zo belangrijk is. Het bestaat omwille van de vertrouwensrelatie tussen cliënt en hulpverlener. In die zin is het ook de toegangspoort tot de hulpverlening. Mensen gaan naar een psycholoog omdat ze er zeker van zijn dat die persoon niets over hen gaat vertellen aan derden zonder dat zij dat willen. Stel dat die psycholoog info begint uit te wisselen met de huisarts, en een zorgkundige zonder dat de cliënt dit wil. Dan is de vertrouwensband tussen psycholoog en patiënt geschonden, maar ook het vertrouwen dat de patiënt waarschijnlijk had in alle psychologen en bij uitbreiding alle andere zorgverleners. Als over bepaalde mensen info gedeeld kan worden zonder dat die persoon het weet, dan kan dat bij mij ook gebeuren. Dan is ook mijn vertrouwen in dat beroep geschonden. Zonder beroepsgeheim zouden sommige mensen alle hulpverlening gaan mijden, en buiten de maatschappij vallen. Het is dus niet alleen van individueel belang, maar ook van maatschappelijk belang.” 

Godelieve Winckelmans is regio-coördinator bij CAW Oost-Brabant en zet met het juristenteam het beleid rond het beroepsgeheim uit in de organisatie. “Medewerkers van CAW zijn door de wet gebonden aan het beroepsgeheim. Het is een ruim begrip, dat aan veel punten raakt. Het is voor medewerkers niet altijd even helder wat ze kunnen delen en met wie. Ze zijn zich erg bewust van het beroepsgeheim als spreken ten nadele van de cliënt zou zijn, maar minder als de info ten voordele is. Terwijl info in dat tweede geval even moeilijk te delen valt als in het eerste geval.” 
‘Onthou dit mantra over beroepsgeheim: geheimhouding is algemeen, de cliënt staat op één, je handelt nooit alleen, je handelt nooit meteen.’“We merken dat medewerkers die hier beginnen de theorie rond het beroepsgeheim wel vrij goed onder de knie hebben, maar de echte confrontatie komt er pas in de praktijk. Ermee omgaan in concrete situaties in niet zo vanzelfsprekend. Voor nieuwe medewerkers voorzien we een onthaaltraject, en deontologie en beroepsgeheim maken daar deel van uit. In teamoverleg en casusbesprekingen is dit een blijvend aandachtspunten we maakten een folder met vier handvatten die ze als een mantra in hun hoofd kunnen houden: geheimhouding is algemeen, cliënt staat op één, je handelt nooit alleen, je handelt nooit meteen.”  


“Als het kan, laten we de cliënt zelf informatie delen met derden, betrekken we hem bij overleg met andere hulpverleners. We proberen hem sterk genoeg te maken om zelf zijn verhaal te doen. We drukken onze cliënten op het hart dat het niet loont om te liegen of zaken te verzwijgen. Verkiezen ze dat toch te doen? Dan kunnen we hen er enkel nadien op aanspreken. Dat zet de hulpverleningsrelatie dan soms wel onder druk.” 
“Beroepsgeheim is er om de vertrouwensrelatie te waarborgen. Zo krijgen wij info die de cliënt elders niet wil of durft geven en die van belang is voor het hulpverleningsproces. Maar het beroepsgeheim is een belangrijke waarde: anders zouden onze cliënten ons niets meer durven toevertrouwen. Het beroepsgeheim staat wel onder druk door het steeds groeiende belang dat gehecht wordt aan veiligheid en controle. Bij grote verontrusting delen wij wel informatie, binnen de wettelijke kaders en vanuit een welzijnsbenadering. Maar hulpverlening in vertrouwen blijft onze eerste plicht.”

De wegwijzers beroepsgeheim vind je op www.law.kuleuven.be/isr/beroepsgeheim

Foto's
Jan Locus

Reactie toevoegen