welzijn & zorg

"We hebben geen wachtlijst, maar wel een wachttijd."

WGC’s Ridderbuurt en Caleido weerspiegelen Leuvense diversiteit in geestelijke gezondheidszorg
21.05.2026
Foto's
Jan Locus

In twee Leuvense wijkgezondheidscentra bewees een klein team dat geestelijke gezondheidszorg toegankelijk kan zijn voor iedereen. De aanpak is eenvoudig: hulp vertrekt bij de vraag van de persoon, wordt snel opgenomen door een vertrouwd team en combineert psychologische, medische en sociale ondersteuning waar nodig.

De stap naar een psycholoog is voor veel mensen niet evident. Ze botsen op lange wachtlijsten, hoge tarieven en hulpverleners die niet altijd vertrouwd zijn met hun taal, context of kijk op geestelijke gezondheid. Voor wie geen Nederlands spreekt, loopt het soms al vast bij de eerste telefonische afspraak. Voor kwetsbare groepen zijn die drempels vaak onoverkomelijk.

Sylvia Hubar zag het jarenlang gebeuren in de wijkgezondheidscentra De Ridderbuurt en Caleido in Leuven, waar ze werkt als praktijkondersteuner geestelijke gezondheidszorg. “Er was een grote kloof tussen onze doelgroep en de traditionele geestelijke gezondheidszorg”, zegt Hubar. “Wij werken met mensen van wie een groot deel van de eerste of tweede generatie migranten is, of met Belgen die in armoede leven. Men zegt vaak dat geestelijke gezondheidszorg voor hen een groot taboe is, maar ik twijfel daaraan. Het afgelopen jaar hebben we 150 mensen voor het eerst doorverwezen naar de geestelijke gezondheidszorg en dat liep vlot. Het probleem is niet zozeer het taboe, maar eerder de toegankelijkheid."

De psycholoog in huis

In september 2022 veranderde dat. Met extra middelen kon het centrum eindelijk uitbreiden. Redouane Ben Driss, psycholoog en psychotherapeut bij CGG VBO Leuven met een specialisatie in vluchtelingen en transculturele zorg, werd aangesteld als eerstelijnspsycholoog voor de twee centra. Hij was de eerste. Intussen zijn het er vijf, samen goed voor dertig individuele uren per week.

Uit onderzoek blijkt dat vertrouwde plaatsen bijzonder effectief zijn om mensen naar de geestelijke gezondheidszorg te leiden. “Mensen zijn gewend om hier te komen. Ze kennen de receptionist, de verpleegkundige, de dokter. Ook de psycholoog is hier geen vreemde in een afgelegen spreekkamer," zegt Ben Driss. "Hij is deel van het team en zit ook gewoon hier, in het wijkgezondheidscentrum.”

"Daardoor verloopt alles zo veel vlotter," zegt hij. "De samenwerking is geen administratieve oefening. Als er iets dringend is, hoef je geen twee maanden te wachten op een multidisciplinair overleg. Je stuurt een mail, pakt de telefoon, of tikt iemand op de schouder in de keuken."

De praktijkondersteuner geestelijke gezondheidszorg als spilfiguur

Die nabijheid werkt, maar ze werkt niet vanzelf. Daarvoor is Hubar nodig. Als praktijkondersteuner geestelijke gezondheidszorg is zij de schakel tussen huisarts, psycholoog en de persoon zelf.

"Als een huisarts iemand doorverwijst, gaat dit via mij. Ik kijk of er nood is aan een psycholoog, of er eerst iets anders nodig is, zoals een sociaal onderzoek, een gesprek bij het CAW, een rouwgroep of een ontmoetingscentrum. Ik ken zowel het geestelijke gezondheidslandschap als de sociale kaart van Leuven goed, en dat laat me toe om die afweging te maken”, legt Hubar uit. “De eerstelijnspsychologische zorg is er voor mensen die voor het eerst hulp zoeken bij milde, niet-complexe problematiek. Zware chronische casussen horen in de tweede of derde lijn. Ik schuif niet alles door naar de psychologen, wat ook wachtlijsten helpt voorkomen.”

Hubar doet namelijk ook aan wachttijdbeheer. “We hebben geen wachtlijst, maar wel een wachttijd. Ik zorg dat die aanvaardbaar blijft, bijvoorbeeld één of twee maanden. Tijdens die periode worden mensen goed geïnformeerd over wie de psycholoog is en hoe het traject eruitziet”, vertelt Hubar. “Zo werken we heel gericht en weten mensen waar ze op wachten. Door die motiverende aanpak hebben we een zeer laag percentage 'no-shows', slechts zo'n 10%."

Ben Driss voegt toe: "De rol van Sylvia is cruciaal. In veel organisaties bestaat haar functie niet. Maar het is net die samenwerking die het verschil maakt. Patiënten die via haar zijn doorverwezen, tonen een veel sterkere continuïteit in hun behandeling. Dat is niet toevallig."

Stand-by, niet aan-uit

Ook eenmaal een traject is gestart, wijkt het centrum af van de klassieke aanpak. Er is geen rigide model van een aantal sessies waarna de begeleiding stopt. Het team werkt met wat Hubar de 'stand-by modus' noemt, de patiënt staat nooit alleen, en de begeleiding past zich aan naargelang wat op dat moment het meest nodig is.

Ze illustreert dat met een casus die haar is bijgebleven. Een man, zwaar getraumatiseerd, had honderd dagen onterecht in voorarrest gezeten. Hij was chronisch onrustig, kon overdag niet rusten. Pas door intensief overleg met Ben Driss begreep Hubar waarom: zijn trauma had hem geleerd om 's nachts alert te blijven. Overdag, als iedereen wakker was, kon hij pas echt ontspannen.

"Zonder het advies van Redouane had ik dit nooit gedurfd," zegt ze, "maar we besloten om nachtwerk voor hem te zoeken." Ze regelden het via een interimkantoor, volgden het op. Het werkte. De man is nu gelukkig met zijn job. Hij heeft Ben Driss niet meer wekelijks nodig, maar weet dat hij hem kan sms'en als dat nodig is.

"Persoonlijk contact is essentieel," voegt Ben Driss toe. "Ik stuur patiënten een sms ter herinnering, ik vang het op als iemand op een ander uur wil komen. Het grootste knelpunt vandaag is zorgcontinuïteit. Mensen moeten blijven komen. Als psycholoog moet je ook buiten de spreekkamer durven treden: via praatgroepen, via intensief contact met de huisarts, de maatschappelijk assistent en de psychiater.”

Thuiskomen in een vreemde taal

Leuven telt meer dan 170 nationaliteiten. De Ridderbuurt en Caleido weerspiegelen die diversiteit. Hun 5.000 patiënten komen uit de hele wereld. Dat stelt specifieke eisen aan de psychologen die er werken.

"We spreken liever over 'transculturele' zorg," zegt Ben Driss. "Het betekent dat je aandacht hebt voor hoe iemand zijn lijden beleeft vanuit zijn eigen culturele context. Dat is een noodzaak om kwalitatieve en efficiënte zorg te bieden. Praten in de moedertaal of werken met een tolk verlaagt de drempel aanzienlijk. Veel patiënten vinden elders moeilijk aansluiting omdat ze zich niet begrepen voelen.”

De vijf psychologen die het centrum aantrekt, zijn dan ook zorgvuldig gekozen. Ze spreken verschillende talen, hebben diverse achtergronden, en zijn vertrouwd met specifieke gemeenschappen. "Zodra de eerste mensen uit een groep de stap hebben gezet, fungeren ze als ambassadeurs", vertelt Hubar.

Interdisciplinair werken

“Als wijkgezondheidscentra werken we vaak met heel kwetsbare mensen. Dan volstaat het niet dat iedereen naast elkaar werkt. Onze kracht is juist dat we interdisciplinair werken. Voor mij betekent dat op elkaars terrein mogen komen”, aldus Hubar.

Die geïntegreerde aanpak heeft ook een effect buiten de geestelijke gezondheidszorg. “Doordat de psychologische zorg goed geregeld is, stijgt ook de kwaliteit van de fysieke zorg”, vervolgt Hubar. “Voorheen brachten patiënten hun hele psychische verhaal mee naar het spreekuur van de huisarts, waardoor er geen ruimte meer was voor fysieke preventie. Nu de psycholoog de mentale kant opvangt en ik het sociale domein ondersteun, kan de arts zich weer richten op de fysieke gezondheid.”

Wat het model zo sterk maakt, is volgens Ben Driss de combinatie van gezondheidszorg en welzijn onder één dak. "De link tussen gezondheid en welzijn is essentieel voor de patiënt. We zien dat problematieken verergeren doordat de armoede toeneemt. Dat kun je niet alleen psychologisch of existentieel benaderen; dat is ook een welzijnsvraagstuk. Als je die aspecten kunt combineren door een goede maatschappelijk assistent, een goede psycholoog en een goede psychiater samen te laten werken, dan maak je een wezenlijk verschil in iemands leven."