A Way Home biedt laagdrempelige hulp
Dak- en thuisloosheid treft heel wat jongvolwassenen. Om dit te voorkomen en te beëindigen, is er de wereldwijde beweging A Way Home, met twaalf coalities in Vlaanderen. An Rommel (Agentschap Opgroeien) en Sarah Carlier (ACT Limburg) geven tekst en uitleg.
Wat is A Way Home precies?
An Rommel, beleidsmedewerker Agentschap Opgroeien: “Een wereldwijde beweging die ontstond in Canada. Het idee erachter is dat je, om dak- en thuisloosheid bij jongeren te voorkomen en te beëindigen, nood hebt aan verschillende acties op veel niveaus, met heel wat partners samen. Het is een problematiek met diverse oorzaken, zowel individueel als structureel. A Way Home is geen nieuw hulpverleningsaanbod of beleidsorgaan, maar een beweging die handvatten geeft om dit complexe thema op een structurele manier samen aan te pakken. De eerste Vlaamse coalitie kwam er in 2018 in Antwerpen: Mind The Gap. In Antwerpen bleven veel jongeren in de dak- of thuisloosheid onder de radar. Om snel contact te leggen met hen, kwam er een inloophuis waar ze even tot rust konden komen of een douche konden nemen. Dat hielp ook om laagdrempelig te weten te komen welke hulp jongeren nodig hadden.”
Sarah Carlier, beleidsmedewerker ACT Limburg: “Dak- en thuisloosheid heeft een enorme impact op het leven van jongvolwassenen. Omdat ze geen vaste verblijfplaats hebben, kunnen ze niet werken of studeren. Ze zien hoe hun leeftijdsgenoten volop bezig zijn met experimenteren, studeren en werken. Maar zelf zitten ze in overlevingsmodus. Dat is heel ontwrichtend, vaak met nefaste gevolgen voor de toekomst.”
In Vlaanderen zijn er intussen twaalf A Way Home-coalities. Wat doen die precies?
Carlier: “Omdat het lokale coalities zijn, wordt er altijd samen gekeken naar wat er al gebeurt in de regio. Wat zijn de hiaten? Welke acties kunnen er worden opgezet? Het kan gaan om preventie, sensibilisering of opvang. Zelf werk ik mee aan twee A Way Home-coalities, in West- en Noord-Limburg. Wij zijn vertrokken vanuit de vaststelling dat de verschillende partners elkaar niet vonden. Wanneer een van de OCMW-medewerkers uit de regio geconfronteerd werd met een dak- of thuisloze jongere, wist die niet welke jeugdhulppartners en welke vormen van ondersteuning er waren. Een van de acties in onze twee coalities was dus het aanbod goed in kaart brengen. Verder willen we OCMW-medewerkers vertrouwd maken met de taal van jongvolwassenen, om de drempel naar hulp te verlagen. Jongvolwassenen vallen in de hulpverlening soms een beetje tussen wal en schip. In de jeugdhulp is er wat te weinig autonomie, terwijl de hulpverlening voor volwassenen te zeer steunt op eigen verantwoordelijkheid. Er wordt verwacht dat ze alleen kunnen wonen, dat ze hun huur en facturen kunnen betalen. Zonder netwerk is dat op die leeftijd best lastig.”
Hoe ziet een A Way Home-coalitie eruit?
Carlier: “Dat verschilt per regio. Maar er zijn wel enkele partners die quasi altijd betrokken zijn, zoals de lokale besturen en OCMW’s, jeugdhulp, de geestelijke gezondheidszorg, de CAW’s en het VAPH.”
Rommel: “Lokaal kan dit nog worden aangevuld met partners zoals het onderwijs en de sociale huisvestingsmaatschappijen, afhankelijk van de concrete acties. Meestal missen jongeren niet alleen een dak boven hun hoofd, maar ook een opleiding of werk, worstelen ze met een psychische kwetsbaarheid of hebben ze totaal geen sociaal vangnet of vrijetijdsbesteding.”
Carlier: “Elke coalitie heeft een backoffice of stuurgroep die de verschillende acties op elkaar afstemt en zorgt voor correcte communicatie naar de buitenwereld. Daarnaast zijn er mensen van verschillende organisaties die zich engageren voor specifieke acties. De stuurgroep komt geregeld samen, maar het is ook belangrijk dat de andere betrokkenen goed op de hoogte blijven en dat het collectief dus geregeld bijeenkomt.”
Jullie proberen ook in te zetten op preventie. Hoe precies?
Rommel: “In enkele coalities rond Antwerpen loopt er een pilootproject: Upstream. Dat is gebaseerd op een Australisch voorbeeld waarbij aan vroegdetectie wordt gedaan in het derde middelbaar. Jongeren vullen een vragenlijst in, op basis waarvan wordt ingeschat hoe hoog hun risico op dak- en thuisloosheid is. Wie een groot risico loopt, wordt gecontacteerd door een Upstream-medewerker. Als de jongere dat zelf wil, kunnen ze dan samen bekijken welke hulp mogelijk is. Op die manier kun je voorkomen dat de situatie escaleert.”
Wat zijn de grootste uitdagingen?
Carlier: “Betaalbaar wonen is een gigantisch probleem. Een jongere met een leefloon die alleen wil wonen, zal het lastig hebben om een betaalbare studio te vinden. En de wachtlijsten voor sociale huisvesting zijn lang, zelfs met de versnelde toewijzing waar bepaalde kwetsbare jongeren recht op hebben. Gelukkig vinden ze vaak een tijdelijke oplossing en kunnen ze terecht bij familie of vrienden, maar dat blijft een kwetsbare situatie. Soms willen jongeren ook niet geholpen worden. In die leeftijdsfase is de drang naar vrijheid en autonomie heel groot. In dat geval raden we hulpverleners aan om in ieder geval het contact warm te houden.”
Rommel: “Ook de zoektocht naar en het engagement van partners uit alle verschillende hoeken loopt soms ingewikkelder dan we zelf zouden hopen. Het is absoluut een must om dit vanuit het beleid te ondersteunen. En we voelen ook dat de coalities nog veel van elkaar kunnen leren en versterken.”
>> Meer info op www.opgroeien.be