Hard werken en toch arm zijn

Corona vergroot het aantal werkenden in armoede

Bijna vijf procent van de werkenden leeft onder de armoedegrens. Ondanks een vast salaris kunnen deze medewerkers financieel niet rondkomen. Door de coronacrisis neemt de groep sterk in aantal toe. Het Netwerk tegen Armoede wil werkgevers bewustmaken van deze verborgen problematiek en werkte een coachingstraject uit. “Met een paar eenvoudige inspanningen maak je als werkgever een wereld van verschil.”

Het schoonmaakbedrijf Care betaalt de lonen van haar arbeiders in twee delen. Rond de vijftiende krijgen ze een eerste deel. Aan het einde van de maand volgt het tweede deel. Ondanks deze maatregelen zijn er nog regelmatig werknemers die tussendoor een voorschot komen vragen. “Het toont aan hoe kwetsbaar de financiële positie van onze mensen is”, zegt salesmanager Chantal Moerenhout van Care. “Ze hebben geen marge. We zorgen er daarom altijd voor dat het geld exact op de beloofde dag op hun bankrekening staat.”
De werknemers van Care staan niet alleen. Volgens onderzoek van de Universiteit Antwerpen leeft 4,8% van de werkenden in een gezin met een inkomen onder de armoederisicodrempel. “Armoede op de werkvloer is zeer moeilijk meetbaar”, zegt Heleen Dom. Ze is consultant duurzame tewerkstelling bij het Netwerk tegen Armoede, een koepelorganisatie van 58 verenigingen waar mensen in armoede het woord nemen.  


“Voor werkgevers is het niet eenvoudig om signalen van armoede te herkennen. Mensen lopen niet te koop met hun moeilijke situatie. Ze proberen het te verbergen, omdat ze zich schamen. Sommige werknemers wisselen regelmatig van baan. In een korte periode is het voor een leidinggevende moeilijk om een beeld van de situatie te krijgen. Of mensen combineren twee of drie jobs en zijn maar beperkte tijd aanwezig bij dezelfde werkgever. Armoede kent veel gezichten. Er zijn werkenden met een goed diploma en een degelijk inkomen die toch niet rondkomen, omdat ze alleenstaande ouder zijn, schulden uit het verleden meeslepen of moeten zorgen voor een ziek gezinslid.”

Signalenkaart om armoede te herkennen

Toch zijn er signalen waar werkgevers op kunnen letten, omdat die wijzen op een armoedesituatie. Het Netwerk tegen Armoede werkte een signalenkaart uit. Werkgevers kunnen deze kaart online invullen. Is de score hoog, dan is de kans groot dat er een verborgen probleem van armoede aanwezig is op de werkvloer. 
Een aantal indicaties ligt voor de hand, zoals de vraag naar een voorschot of het feit dat werknemers te maken hebben met loonbeslag. Maar ook andere signalen zoals vaak afwezig zijn, nooit deelnemen aan sociale activiteiten op het werk, niet over kinderopvang beschikken of gehuisvest zijn in een sociale woning kunnen wijzen op een verborgen financieel probleem. 
 “Armoede is een zeer complex en gelaagd probleem”, weet Cindy Van Geldorp. Ze is ervaringsdeskundige en vormingswerker bij het Netwerk tegen Armoede. “Armoede heeft niet alleen te maken met het bedrag dat op je rekening staat. Het is ook gelinkt aan of je wel of niet over een sociaal netwerk beschikt. Wie vrienden of familie heeft die de kinderen van school of de opvang kan halen, kan langer doorwerken. Wie de weg weet te vinden in het administratieve doolhof is een stuk minder kwetsbaar. Ook digitale armoede is van tel. Wie niet over een computer of smartphone beschikt, mist een deel van de communicatie en komt daardoor in de problemen.”
“Bij armoede op de werkvloer zien we vaak een draaideureffect”, gaat Cindy Van Geldorp verder. “Mensen beginnen vol goede moed aan een nieuwe job al dan niet met een tijdelijk of onzeker arbeidscontract. In sommige gevallen hebben ze te maken met een wisselend uurrooster. Plots moeten ze hun leven helemaal anders organiseren. Bovendien komen er veel extra kosten bij kijken, zoals transportkosten, de rekening van kinderopvang, de aankoop van een nieuw paar schoenen of een smartphone. Het loon komt pas aan het einde van de maand. Maaltijdcheques krijg je nog later en op de dertiende maand moet je als werknemer vaak lang wachten. Sommige sociale voordelen zoals de huurtoeslag of de derdebetalersregeling vallen weg. Mensen in armoede hebben geen buffer waar ze op kunnen terugvallen. De eerste periode kan financieel heel zwaar zijn. Ze werken en verdienen een salaris, maar hebben nog minder financiële ruimte dan voorheen. Werkgevers zijn zich daar niet altijd van bewust.”

Advies op maat van het bedrijf

Ook Chantal Moerenhout van Care geeft toe dat ze onvoldoende zicht had op de complexiteit van het probleem. Care heeft duizend werknemers in dienst waaronder bedienden en arbeiders. De laatste groep werkt lang niet altijd voltijds. Het schoonmaakbedrijf telt 750 klanten waaronder enkele grote namen zoals Carglass en Deloitte. “De schoonmaak is een sector die extra vatbaar is voor armoede onder werkenden”, weet Chantal Moerenhout. “Bij sollicitaties hoor ik vaak dat mensen al lange tijd van een uitkering leven. Een groot deel van onze medewerkers heeft een migratieachtergrond. Ze beheersen het Nederlands niet altijd even goed. Dat maakt hen kwetsbaar.” 
Chantal Moerenhout stelde het managementteam voor om een coachingstraject te volgen bij het Netwerk tegen Armoede. Het coachingstraject bestaat uit een armoedegevoeligheidsscan en een advies op maat van het bedrijf. Verschillende medewerkers van Care waren hierbij betrokken waaronder iemand van de loonadministratie, maar ook districtsleiders en teamverantwoordelijken. 
De scan brengt in kaart hoe gevoelig het bedrijf is voor armoede. Aan de hand van vragen wordt gepeild hoe het bedrijf scoort op zes topics die verband houden met armoede. Het eerste en meest fundamentele is inzicht in armoede. Daarna volgen nog communicatie, aanwezigheidsbeleid, werken in team, doorverwijzen en beschikbaar inkomen.
Uit de scan blijkt dat Care al veel goede dingen doet op het vlak van armoedebeleid voor werknemers. Behalve de grote aandacht die gaat naar het op tijd betalen van de lonen, zijn er nog tal van positieve punten. Poetsmedewerkers krijgen vaste klanten in de buurt van hun woning. Er wordt gezocht naar een goede match tussen werknemers en klant, zodat medewerkers zich betrokken voelen bij het werk. Op het vlak van communicatie probeert men telefonisch contact te vermijden en verkiest men face-to-facecontact, zodat ook de lichaamstaal duidelijk is. 
Elke nieuwe werknemer bij Care krijgt een basisopleiding van twintig uur waarin een aantal digitale skills wordt aangeleerd, onder meer wordt hoe je een emailadres aanmaakt. In samenwerking met de VDAB biedt Care ook cursussen Nederlands op de werkvloer aan. Chantal Moerenhout: “Dat kost het bedrijf tijd en geld, maar we zien de positieve effecten. Als je niet met elkaar kan communiceren, kan je ook niet samenwerken.”


Toch formuleerde het Netwerk tegen Armoede ook een aantal adviezen. Een belangrijke eerste stap is het schrijven van een charter over armoede. Een bedrijf moet zijn visie op armoede bepalen en vragen beantwoorden. Wat wil het bedrijf als werkgever doen? En waar ligt de grens?
Een ander advies is het herschrijven van de bedrijfsbrochure Start to Work met daarin informatie over lokale sociale voorzieningen, zoals kindercrèches, OCMW’s en scholen. Werknemers verliezen vaak veel tijd en energie als ze zelf een crèche of een school moeten zoeken. Of ze worden van het kastje naar de muur gestuurd en raken gefrustreerd. Voor bedrijven is het vaak een kleine moeite om de lokale sociale voorzieningen in kaart te brengen en de informatie beschikbaar te stellen. 
Ook het arbeidsreglement werd vereenvoudigd. Heleen Dom: “Een arbeidsreglement is vaak een lange, saaie en moeilijk leesbare tekst. Ons advies is om alleen die zaken te melden die relevant zijn voor het poetspersoneel. We raden ondernemingen aan om eenvoudige taal te gebruiken en te werken met schema’s, foto’s en pictogrammen. Anderstalige of laaggeletterde werknemers kunnen visuele informatie makkelijker verwerken. Het klinkt misschien allemaal voor de hand liggend, maar met een paar eenvoudige ingrepen kan je als werkgever een wereld van verschil maken.”

Stress beheerst het leven van mensen in armoede 

Het Netwerk tegen Armoede wijst in het rapport van de armoedegevoeligheidsscan nog op een ander punt. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat de hersenen van mensen met financiële problemen anders functioneren, wat hun gedrag verandert. “Wie in armoede leeft, ervaart veel stress en spanningen. Het brein is zo zwaar belast dat er vaak nauwelijks plaats is voor andere gedachten. Je hebt als het ware minder bandbreedte. Je verliest het overzicht, krijgt een tunnelvisie en het wordt moeilijker om op lange termijn te denken. De problemen worden groter en je belandt in een vicieuze cirkel”, legt Cindy Van Geldorp uit. 


Zelf heeft ze het ook meegemaakt. “Je bent alleen nog bezig met overleven en staat onder grote spanning. Het is lastig uitleggen aan mensen die niet in armoede leven, maar financiële problemen wegen zo zwaar dat je met niets anders bezig kunt zijn. Ik was me in die tijd niet bewust van het feit dat ik in armoede leefde. Dat inzicht kwam pas later. De bewustmaking is heel belangrijk, anders kan je nooit opkomen voor je rechten. We hebben het bij het Netwerk tegen Armoede altijd over mensen in armoede en niet over armen. Het is cruciaal om de juiste terminologie te gebruiken.”
Vanwege de beperkte bandbreedte waar mensen in armoede mee te maken hebben, is het belangrijk dat de werkgever heel duidelijk communiceert over wat hij van de werknemer verwacht. Een persoonlijk ontwikkelingsplan kan een antwoord bieden. Maar ook de figuur van een peter of meter kan veel bijdragen aan het verminderen van de stress bij kwetsbare medewerkers. Het systeem werkt alleen goed, stelt het Netwerk tegen Armoede, als er voldoende tijd is voor de peter of meter en de medewerker om elkaar te leren kennen. De peter of meter moet ook de ruimte krijgen om de taak op zich te nemen. 
Care heeft vroeger met een peter-en-metersysteem gewerkt. Het bedrijf is van plan om het initiatief nieuw leven in te blazen. “Je stapt als werknemer toch sneller af op een peter of meter dan op een leidinggevende als je een vraag hebt. De nabijheid van een vertrouwenspersoon geeft rust.”
Het schoonmaakbedrijf is heel tevreden over de samenwerking met het Netwerk tegen Armoede. Een aantal suggesties is al uitgevoerd. Het uitwerken van andere adviezen heeft vertraging opgelopen vanwege corona. Chantal Moerenhout benadrukt graag dat Care veel waarde hecht aan maatschappelijk verantwoord ondernemen en de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Het coachingstraject maakt hier deel van uit. Tegelijk erkent ze dat het om een win-winsituatie gaat. “Het personeelsverloop in de schoonmaaksector is groot. Een sollicitatieprocedure uitschrijven, nieuwe medewerkers opleiden en inwerken: het kost allemaal veel geld. Hetzelfde geldt voor medewerkers die zich regelmatig ziek melden. Investeren in een goed personeelsbeleid waarbij je oog hebt voor de meest kwetsbare medewerkers is ook een slimme bedrijfsinvestering. Care heeft al twee jaar op rij het Voka Charter Duurzaam Ondernemen gewonnen. De ambitie is om het succes dit jaar te herhalen.”

Corona vergroot het probleem

Het Netwerk tegen Armoede wijst bedrijven altijd op de voordelen van een investering in armoedebeleid. “De organisatie benadert actief bedrijven waarvan ze weten dat er potentieel werkende armen aan de slag zijn om hun diensten aan te bieden. Er worden ook infosessies gegeven tijdens bijeenkomsten van VOKA of de VDAB. Sommige bedrijven vinden zelf hun weg naar het Netwerk tegen Armoede.”
“De vrees bestaat dat steeds meer werkenden de komende maanden in financiële problemen komen”, zegt Heleen Dom. “Corona treft onze doelgroep bijzonder hard. Ze werken vaak in onzekere arbeidsstatuten en in sectoren die een tijdlang stil hebben gelegen of nog steeds stilliggen. Dat is zeer zorgwekkend. We stellen vast dat de vraag naar coachingstrajecten en advies op maat nu al toeneemt. Er komt een drukke periode aan voor ons.”

>> www.netwerktegenarmoede.be/nl/wat-kan-je-doen#werkgever
>> www.netwerktegenarmoede.be/nl/armoedegevoelig-hr-beleid
>> Signalenkaart voor werkgevers: bit.ly/3cms77w

 

Foto's
Bob Van Mol