welzijn & zorg

Een kader voor lokale gezinscoaches in Vlaanderen

De kennis over gezinscoaching is op dit moment nog beperkt en er is nog maar weinig geweten over welke organisatorische en methodische keuzes het aanbod gezinscoaches tot een succes kunnen maken. Verschillende instanties onderzochten al welke principes deze formule succesvol maken. Deze onderzoeken bleven, elk op zich, beperkt tot één lokale context en gebeurden meestal in steden. Daarom bestudeert dit onderzoek 5 pilootprojecten in Mol, Leuven, Herenthout, Oostende en Bilzen.

Het onderzoek bestaat uit een kwalitatief en een kwantitatief luik, waarbij een analyse van lived experience gecombineerd wordt met de analyse van de door de gezinscoaches geregistreerde data. De onderzoekers proberen een aantal elementen (doelgroep, doelstellingen, werkingsprincipes, etc.) die het concept gezinscoaching kunnen doen werken over de verschillende lokale contexten heen te identificeren.

De meerwaarde van gezinscoaching blijkt overduidelijk uit de kwalitatieve studie, in het bijzonder de lived experience van de gezinnen. Gezinscoaching blijkt volgens zowel de coördinatoren, de gezinscoaches als de gezinnen een betekenisvolle en zelfs noodzakelijke aanvulling te zijn op het bestaande hulpverleningsaanbod. Vanuit een generalistische vraaggerichte aanpak, zijn de gezinscoaches een vertrouwenspersoon van de meest kwetsbare gezinnen die vaak het vertrouwen kwijt zijn in de standaard hulpverlening. Gezinscoaches hebben de mogelijkheid om langduriger aanwezig te zijn in de gezinnen en te focussen op het gezin als geheel. Ze zijn zowel inhoudelijk als fysiek zeer bereikbaar. Gezinnen kunnen letterlijk met alles terecht bij de gezinscoaches en de gezinscoaches verplaatsen zich tot bij de gezinnen.

Nadruk op wat wel goed loopt

Naast rechtenverkenning en casemanagement, leggen de gezinscoaches de nadruk op wat er nog wel goed loopt in de gezinnen. Er wordt tijd vrijgemaakt voor fijne ervaringen binnen het gezin en gefocust op het empoweren van alle leden binnen het gezin. Deze uitzonderlijke positie die gezinscoaches innemen binnen het hulpverleningslandschap is niet altijd eenvoudig. In het bijzonder de rol van sociale advocaat die gezinscoaches opnemen door steeds naast het gezin te blijven staan, zorgt voor de nodige spanningen met andere collega hulpverleners.

In de kwantitatieve studie werden de pilootprojecten op basis van registratiedata in CEBUD opgevolgd. Hieruit blijkt dat gezinscoaches effectief zeer kwetsbare gezinnen bereiken die geconfronteerd worden met uitdagingen op meerdere levensdomeinen. Hoewel de registratie slechts over een beperkte periode liep, namelijk minder dan 1 jaar, wordt op basis van de analyses wel duidelijk in beeld gebracht dat gezinscoaching wel degelijk effect heeft binnen de gezinnen en de specifieke werking van gezinscoaching tijd vraagt.

Hoofd boven water dankzij gezinscoach

Op basis van een vergelijking met de kansarmoede index van Kind&Gezin wordt duidelijk dat een deel van de gezinnen mede dankzij de ondersteuning van de gezinscoaches uit de kansarmoede geraakt. Een groot deel van de gezinnen slaagt erin om mede dankzij de gezinscoach het hoofd boven water te houden. Het wordt echter ook duidelijk dat gezinscoaches, net als andere hulpverleners, botsen tegen de meer structurele uitdagingen binnen de samenleving, zoals de huisvestingsproblematiek en de wachtlijsten binnen de hulpverlening. Binnen de meest kwetsbare gezinnen kan iedere kleine tegenslag ook een gat slaan in de buffer die opgebouwd werd.

Op basis van dit onderzoek wordt duidelijk dat gezinscoaching effectief de meest kwetsbare gezinnen in onze samenleving bereikt. Deze gezinnen vallen door de mazen van het net van de traditionele hulverlening of hebben reeds een uitdagend parcours achter de rug waardoor ze argwanend staan ten opzichte van hulverleningsinitiatieven. Gezinscoaching is daarbij bovenal een kansenverhaal, waarbij mensen vertrouwen terug krijgen in zichzelf en hun weg (terug) leren vinden in de hulpverlening. Om dit te realiseren hebben de gezinscoaches een eigen werkmethode die bovenal tijd en de nodige handelingsruimte vereist. Dit zorgt ervoor dat hun caseload ten opzichte van andere hulpverleners mogelijk beperkter is in aantal, maar wel hoger in intensiteit.

Gezinsperspectief centraal

Laagdrempeligheid en nabijheid zijn van doorslaggevend belang. Het vertrouwen in de persoon van de gezinscoach lijkt daarbij wel crucialer te zijn dan de organisatie waarbinnen deze gezinscoach de rol in alle vrijheid kan opnemen. De samenwerking binnen de traditionele hulpverlening is niet altijd vanzelfsprekend. Gezinscoaches zetten het gezinsperspectief duidelijk centraal en nemen de rol van sociale advocaat op. Naast de bemiddelingsrol die gezinscoaches hierin zelf opnemen, kan ook de coördinator de samenwerking bevorderen door ruggensteun te bieden en aan beleidswerk te doen. Hoewel het nut van de pilootprojecten door alle betrokkenen erkend wordt, is het voortbestaan van het project gezinscoaching niet gegarandeerd. Vooral de financiering op basis van projectmiddelen zet de continuïteit van de projecten onder druk.

 

Onderzoeker: Dr. Marjolijn De Wilde (Centrum voor Sociologisch Onderzoek, KU Leuven), dr. Nele Van den Cruyce (LUCAS, KU Leuven)
Promotor: Prof. dr. Koen Hermans (LUCAS, KU Leuven), prof. Dr. Wim Van Lancker (Centrum voor Sociologisch Onderzoek, KU Leuven)

Het volledige onderzoek is te vinden op de website van het Steunpunt WVG.