'Dit project brengt alleenstaande ouders op de radar'

MIRIAM versterkt alleenstaande moeders met een leefloon

In België zijn er voor elke alleenstaande vader met een leefloon acht moeders. Daarom ontwikkelden de Nederlandstalige Vrouwenraad en de POD Maatschappelijke Integratie het project MIRIAM. Via dat project wordt in OCMW’s en/of lokale besturen een casemanager aangesteld die moeders met een leefloon intensief begeleidt. Het doel is om de moeders te versterken en het project structureel in te bedden in de werking van de OCMW’s en lokale besturen.

“In ons land zijn er heel wat alleenstaande ouders in armoede. Brussel alleen al telt maar liefst 65.000 eenoudergezinnen en veel van die gezinnen hebben het financieel moeilijk”, zegt Heidi Degerickx van de Nederlandstalige Vrouwenraad en projectcoördinator van MIRIAM. “De moeders die we met MIRIAM bereiken hebben daarnaast nog andere problemen. Met het vinden van werk of huisvesting bijvoorbeeld, het verkrijgen van alimentatie, het spreken van de taal, ... Vaak hebben de moeders nauwelijks een netwerk. Daar proberen de casemanagers verandering in te brengen”, zegt Heidi. 

Jonge Antwerpse moeders

Eén van die casemanagers is An Gielen. Zij werkt voor Sociale Dienstverlening van de stad Antwerpen en begeleidt sinds 2018 kwetsbare alleenstaande moeders tussen 18 en 25 jaar met een leefloon. “In Antwerpen kozen we voor jonge alleenstaande moeders – het project is daarom ingebed in onze Jongerenwerking – en werken we binnen één wijk. De moeders kunnen makkelijker een netwerk uitbouwen als ze in dezelfde buurt wonen en ze kunnen dan ook beter worden toegeleid naar buurtinitiatieven en lokale hulp”, legt An uit. “We selecteren de wijk op basis van cijfers van alleenstaande moeders en de kansarmoede-index van Kind en Gezin. We werkten al in Antwerpen-Noord, Deurne-Noord, en de Merksemse wijk ‘t Dokske.”
“Als na een informatief gesprek vanuit de sociale centra blijkt dat moeders zich willen engageren, volgt een intakegesprek bij hen thuis. Huisbezoeken zijn heel belangrijk. Je kan de situatie van de gezinnen dan veel beter inschatten”, vindt An. “Ik vraag de moeders waar ze samen met mij aan willen werken, wat ze willen verwezenlijken, en dan stellen we een plan van aanpak op. De moeders hebben dus de regie in handen en mijn steun is aanklampend maar vrijblijvend. Elk jaar begeleid ik 12 tot 15 moeders en dat gebeurt zowel individueel als in groep, zodat de vrouwen elkaar ook kunnen versterken.” 
“Het traject dat we met de moeders doorlopen is intensief en duurt een jaar. Vertrouwen opbouwen is essentieel. En er is nauw overleg met de maatschappelijk assistent die de moeders ondersteunt en die hun dossier verder opvolgt als de MIRIAM-werking afloopt”, vertelt An. “We hebben ook heel wat partners waarmee we expertise uitwisselen: de sociale centra, de stedelijke kinderopvang, buurthuizen en -restaurants, Huizen van het Kind, …”


“De MIRIAM-methodiek is erop gericht om alleenstaande moeders een kans te geven om hun situatie – op verschillende levensdomeinen – wezenlijk te veranderen. En dat gaat niet alleen over het vinden van werk. Als vrouwen tijdens de begeleiding opteren om hun middelbaar diploma te behalen of een opleiding te volgen, is dat ook belangrijk een belangrijke opstap naar een beter leven”, concludeert An. 

Wetenschappelijke basis

De effectiviteit van de methodiek werd getest met focus- en testgroepen en begin- en eindmetingen. “Die wetenschappelijke basis zorgt ervoor dat MIRIAM niet alleen een uitvoerend project is, maar dat er ook beleidsaanbevelingen kunnen worden gedaan”, zegt Heidi. “Eenoudergezinnen in armoede kwamen door dit project meer op de radar. Alleenstaande moeders krijgen er een stem door, en zowel regionaal als federaal gaat daar nu meer aandacht naar uit. Doordat MIRIAM gecoördineerd wordt door de Vrouwenraad, vloeit wat er uit de lokale projecten komt terug naar het beleid. Zo doen we onder meer aanbevelingen rond flexibele kinderopvang, betaalbare woningen en discriminatie op de arbeidsmarkt.” 


Soms brengt MIRIAM ook verandering teweeg binnen OCMW’s en lokale besturen. Is het project na een jaar positief? Dan is er veel kans dat het ingebed wordt in de reguliere werking van het lokale bestuur en de partners. “MIRIAM brengt het genderperspectief binnen; organisaties krijgen meer oog voor de link tussen genderongelijkheid en armoede”, zegt Heidi nog. “OCMW’s of lokale besturen helpen ook om de MIRIAM-methodiek verder te verspreiden. En daarnaast ontstaan er door het project ook lerende netwerken om kwetsbare vrouwen niet alleen te empoweren, maar ze ook meer een plaats te geven in reguliere vrouwenbewegingen en -groepen.”

>> MIRIAM bestaat sinds 2015. Het project werd toen uitgevoerd in de OCMW’s van Namen, Charleroi, Sint-Jans-Molenbeek, Leuven en Gent. In 2018 en 2019 volgden de OCMW’s en het lokaal bestuur van Antwerpen, Bergen, Brussel, Genk, Luik en Oostende en sinds 2020 wordt het uitgerold in Anderlecht, La Louvière, Mechelen, Schaarbeek, Seraing en Sint-Niklaas. 

>> Politiserend werken is deel van het DNA van sociaal werk. Maar wat is dat concreet? In het kader van #sterksociaalwerk brengen Weliswaar, Sociaal.Net en Socius goede praktijken in beeld. 

Foto's
Jan Locus