welzijn & zorg

De onzichtbare wonde

Begrip en genezing van racismepijn
22.08.2025
Foto's
Jeroen Hanselaer

Hoe anderen met ons omgaan, bepaalt sterk hoe we naar onszelf kijken. Dat is zeker waar voor de racisme-ervaringen die systeemtherapeute Birsen Taşpinar beschrijft in haar boek De pijn diep vanbinnen. Ze houdt een hoopvol pleidooi voor zorgzaamheid en dialoog.

Systeemtherapeute en klinisch psychologe Birsen Taşpinar is verbonden aan het kenniscentrum gezinswetenschappen van hogeschool Odisee. Op basis van haar onderzoek schreef ze De pijn diep vanbinnen, een boek waarin mensen getuigen over de mentale en sociale gevolgen van racisme. In onze superdiverse samenleving is racisme nooit ver weg. De zichtbare of sensationele gevallen van racisme wekken uiteraard terecht verontwaardiging op. Maar wat als je bijvoorbeeld doodgewoon het openbaar vervoer neemt en een nare ervaring meemaakt? De pijn diep vanbinnen begint met een scène in een bus waarbij een jonge vrouw op een pijnlijke manier gekleineerd wordt. Heel wat mensen zouden zo’n geval van ‘banaal racisme’ minimaliseren, terwijl de stress die met zo’n ervaringen gepaard gaat wel degelijk een effect kan hebben op je welzijn.

Om te beschrijven hoe racismepijn werkt, vergelijk je mensen met klei. Als we te veel negatieve ervaringen meemaken, wordt de kans groter dat we verharden.

Birsen Taşpinar: “Het is een stuk boosheid dat geen plek heeft gekregen, en dat je op andere manieren uit, zonder te weten waar het vandaan komt. Soms weten mensen niet dat het in hen zit. Dat is eigenlijk het lastigste. Want als je niet begrijpt dat het in je zit en dat het mee je gedrag en je denken bepaalt, dan kan je er ook niks mee doen. Sommigen isoleren zich, bij anderen heeft het een negatief effect op hun relaties, ook die met hun kinderen.”

“Er zijn gradaties in het verharden. Je hebt ouders tegen hun kinderen zeggen dat ze flink moeten zijn. Kinderen wordt dan geleerd om emoties te onderdrukken en te negeren. Uit onderzoek blijkt dat ouders strenger tegen hun kinderen zijn dan de leerkrachten, ook wanneer het om witte ouders met geadopteerde kinderen van kleur gaat. Het cliché wil dat ouders van kleur hun best niet doen, hun verantwoordelijkheden niet opnemen, hun kinderen belemmeren in het integratieproces. Maar dat klopt dus niet. Ze overcompenseren.”

Merk je dat ook in je therapeutische praktijk? Zijn die ouders er zich van bewust dat ze overcompenseren?

“Na lezingen wordt ik regelmatig aangeklampt door ouders van kleur die me met de tranen in de ogen toegeven dat ook zij hun kind leren om hun emoties te onderdrukken. Mensen beseffen meestal niet dat hun defensiemechanisme continu aanstaat. Dat is een gevolg van chronische stress. Je weet dat je altijd en overal nare, racistische ervaringen kan meemaken, en daarom ben je altijd op je hoede. Als ouder wil je je kind beschermen tegen wat je zelf hebt meegemaakt. Bij ouders in armoede heb je een vergelijkbaar defensiemechanisme, of bij ouders die een dochter opvoeden. Ze leren hun kind om er rekening mee te houden dat ze in armoede opgroeien. Bij ouders van kleur komt daar de racisme-ervaring bij. Ik beweer uiteraard niet dat ouders van kleur het altijd lastiger hebben, maar hun situatie is complex.”

Je verzamelt getuigenissen van mensen met verschillende opleidingsniveaus en sociale milieus. Heb je gelijkenissen gevonden?

“Alle geïnterviewde ouders van kleur hadden, onafgezien hun sociale status, met de politie te maken gehad, ofwel via hun kinderen, ofwel toen ze zelf jong waren. Iedereen was redelijk vaak van school veranderd, was vaak verhuisd, en was daardoor ook vaak van werk veranderd. Dit alles als gevolg van uitsluitingsmechanismen.”

“Sommige kinderen waren al op jonge leeftijd twee, drie keer van school veranderd, omdat ze zich niet veilig voelden. Ook kinderen van kleur uit de middenklasse maken dit mee. Ook hoogopgeleide ouders van kleur hebben het lastig om een huis te vinden of krijgen opmerkingen als ze solliciteren. Er waren ook ouders die me vertelden dat ze het gevoel hadden dat ze net meer met racisme werden geconfronteerd omdat ze meerdere diploma’s hadden. Dat strookt met wetenschappelijk onderzoek over racisme-ervaringen.”

Zie je een verband tussen racismepijn en de toename van het aantal klachten over mentaal welzijn, zowel bij volwassenen als bij jongeren?

“Als psycholoog zocht ik een werkbare, neutrale term, zowel voor cliënten als voor de zorgverleners die we opleiden. De term moest me de ruimte geven om er op een veilige manier rond te werken. Daarom koos ik voor racismepijn, en niet voor racismetrauma. Alles lijkt in onze hedendaagse samenleving een trauma. Daardoor raakt het begrip trauma helemaal uitgehold.”

“Als je de klachten van die brede groep in rekening brengt als trauma, dan zouden al die mensen in therapie moeten gaan. Dat hoeft niet volgens mij. Bovendien is trauma zeer westers, het is een begrip uit een geïndividualiseerde samenleving. Door het begrip trauma te gebruiken, kan je ook aan mensen het gevoel geven dat ze er zelf de schuld van dragen. Dat het hun verantwoordelijkheid is dat ze hun klachten hebben ontwikkeld of dat ze er symptomen aan overhouden.”

“Ik wilde de verantwoordelijkheid niet bij het individu leggen. Racisme is vooral systemisch en hangt samen met de manier waarop culturele of maatschappelijk normen worden overgedragen of herhaald. Het is dus een gedeelde verantwoordelijkheid.”

De DSM, het handboek voor de classificatie van psychische stoornissen, vermeldt racismepijn als context, niet als diagnose.

“Ik pleit ervoor om racismepijn te erkennen als een vorm van chronische stress of als acute stress bij een traumatische ervaring. Ik pleit er ook voor een begrip als chronische racismestress te introduceren – die term wordt al gebruikt in de academische literatuur.”

Hoe ga je tijdens therapie om met de historische achtergronden van racisme en dekolonisatie?

“Daar bestaan methodieken voor, zoals transgenerationele traumaverwerking en familieopstelling. Bij het maken van zo’n familieopstelling kan bijvoorbeeld de oorlog ook een personage zijn dat betrokken wordt bij de therapie. Het is manier om de cirkel van boosheid te doorbreken en mensen verder te laten gaan met hun leven. Op die manier hoeven ze hun trauma niet door te geven aan de volgende generatie.”

“Ook EMDR (eye movement desensitization and reprocessing, nvdr.) is een therapie die voor de behandeling van posttraumatische stress en dus voor racismepijn kan worden gebruikt. Aan welk beeld denk je als je al je racisme-ervaringen optelt? Bij mensen die de therapie om die reden volgen, komt er dan ook echt een beeld waarmee je aan de slag kan gaan. Je kan dat beeld tijdens de behandeling veranderen.”

Het lijkt alsof je mensen vooral op adem laat komen.

“Als samenleving hebben we een verantwoordelijkheid om racisme te stoppen. Mensen met racisme-ervaringen moeten de tijd krijgen om te helen. Ze krijgen die tijd niet, want meestal moeten ze met hand en tand uitleggen wat hen heeft gekwetst en waarom.”

Hoe moet het dan wel?

“Het is niet eenvoudig om een boek te schrijven over een thema waar heel veel weerstand rond bestaat. Er is te lang gedebatteerd over dit thema, te lang moest er bewezen worden of uitsluiting bestond of niet. De samenleving had niet de tijd om stil te staan bij wat uitsluiting met mensen deed. Daarom vind ik het belangrijk dat een zo breed mogelijke groep mensen zich bewust wordt van de betekenis en de gevolgen van racismepijn, van wat een racisme-ervaring met je gezondheid kan doen.”

“Voor mij is het essentieel om mensen te helpen om de juiste  woorden te vinden om erover te praten. Het gaat vaak om geïnternaliseerde ervaringen. Bij racisme vraag je je dan af: heb ik nu juist aangevoeld wat er is gezegd of gebeurd, of niet? Je begint aan jezelf te twijfelen en je slaagt er minder goed in om ervaringen van elkaar te onderscheiden. Een belangrijk gevolg is dat je je onveilig voelt in veilige situaties, en dat je je veilig voelt in onveilige situaties. Dat betekent dat je uitsluiting op basis van etniciteit, herkomst, religie of taal niet meer herkent als het gebeurt. En als het niet gebeurt, dan denk je dat het wel racisme is.”

Doordat je probeert te compenseren, interpreteer je situaties verkeerd?

“Het is zoals iemand die als kind mishandeling heeft meegemaakt en als volwassene een partner kiest die mishandelt. Verharding is een onderdeel van dit proces. Ik vind persoonlijk de schade die relaties oplopen het ergste, het wegvallen van vertrouwen, het gebrek aan sociale hechting. Dit kan heel sterk bepalen hoe je zelf in het leven staat en reageert op het werk en relaties, hoe je emoties en teleurstelling voor jezelf een plaats geeft.”

Wat je nu beschrijft, speelt zich ook af in de zorg, zowel bij hulpverleners als cliënten?

“Stel dat een patiënt van kleur boos wordt op een verzorger, als reactie op de vraag uit welk land de patiënt komt. De verzorger reageert dan misschien ook geïrriteerd, maar het is belangrijk dat die de situatie herkent als racismepijn en de vraag niet persoonlijk neemt. De reactie van de patiënt kan een gevolg zijn van opgestapelde negatieve ervaringen. Bij systemische uitsluiting kan je niet kwaad worden op iemand. Je moet op zo’n moment rustig blijven en dat gevoel toch bespreekbaar maken. Een goeie methode is begrip tonen. ‘U bent nu boos en ik zou graag willen weten waar dat gevoel vandaan komt. Mijn bedoeling is om u beter te leren kennen zodat ik u beter kan helpen.’ Het is essentieel om de keten van wantrouwen te doorbreken, en te leren dat je lastige situaties ook op een positieve, sterke manier kan oplossen.”

“Ik heb dit boek ook geschreven om mensen inzichten te geven over hoe je kan herstellen van racismepijn. Ja, er zijn littekens, maar je kan als individu of als gezin wel sterker worden. Ik wil vooral aan gezinnen tonen dat er een weg vooruit is, dat zo’n pijn kan geheeld worden, en dat je niet boos hoeft te blijven.”

“Ik heb veel patiënten die in hun relatie boos zijn op hun ex-partner, na een breuk of na overspel. Die boosheid gaat hun gedrag bepalen, tot ze verbitteren en verharden. Ook die boosheid kan niet worden hersteld door iemand anders. Mensen kunnen enkel zelf hun gebroken hart lijmen of hun boosheid temperen, zodat ze weer greep krijgen op hun emoties.”

Racismepijn kan iedereen treffen.

“Tuurlijk, ook activisten of hulpverleners overigens. Sommigen zijn doodop en krijgen een burn-out. Door te zien hoe anderen worden uitgesloten, kan je ook de stress en de pijn van uitsluiting ondergaan. Helaas kunnen ook mensen van kleur racistisch zijn. Ik heb onlangs nog de getuigenis aangehoord van een Afghaanse vrouw de door mensen van kleur was vernederd.”

Een groot deel van het boek gaat over het verwoorden van iets dat eigenlijk onzichtbaar blijft. Meermaals schrijf je dat we eigenlijk nog niet die juiste woorden hebben gevonden om over racismepijn te spreken. Ervaar je dat persoonlijk ook zo? Hoe heb je dat zelf opgelost?

“Het was voor mezelf een zoektocht om de kennis en ervaring die ik tijdens mijn therapeutisch werk rond racisme had verzameld, terug te geven aan de samenleving. Ik wou een verbindend boek schrijven. Ik heb aan dit boek veel langer gewerkt dan aan mijn eerste boek, Moeders van de stilte (2013). Racismepijn is een moeilijker thema. Ik ben niet over één nacht ijs gegaan. Tijdens het werken aan het boek ben ik ook zelf moeder geworden. Voor mij speelde het ook mee dat ik mijn kind wilde beschermen tegen negatieve reacties. Moeders van de stilte ging over migratiepijn, maar tijdens interviews voelde ik het aan dat men me probeerde vast te pinnen op het thema racisme. Na de publicatie van De pijn diep vanbinnen heb ik haatmails gekregen. Dat was ook zo toen ik columns voor de krant schreef.”

“Ik ben verbonden aan het kenniscentrum gezinswetenschappen van hogeschool Odisee en geef er praktijkles. Het basisonderzoek van het boek heb ik in opdracht van hen gedaan. Mijn therapeutisch werk was het startpunt, aangevuld met persoonlijke gesprekken en gesprekken in focusgroepen. Ouders vertelden me aanvankelijk allemaal dat ze geen last hadden van racismepijn. Tot ik hen concrete situaties voorlegde, dan wisten ze er plots alles van. ‘Zeg ons wat we niet hebben meegemaakt.’”

“Het woord ‘racisme’ is besmeurd, vervuild. We hebben neutralere, menselijkere termen nodig, zoals vernedering of afwijzing. Ik wou weten wat de toegevoegde waarde was van het beschrijven van ervaringen van gezinnen. Ik wou niet zomaar voor de zoveelste keer racisme-ervaringen beschrijven. De Nederlandse schrijfster Gloria Wekker zegt terecht dat al die herhalingen alleen maar traumatiserend werken. Ik heb de taal van mijn gesprekspartners gebruikt om te tonen hoe krachtig ze omgingen met hun pijn. Ik wilde doordrongen zijn van hun taal en van daaruit zoeken naar een taal die helend is. Eigenlijk heb ik me laten leiden door mijn gesprekspartners. Zij waren mijn gids in het zoeken naar de juiste balans, met de juiste woorden. De zoektocht naar de woorden die die we als samenleving nodig hebben, maar ook de woorden die de gezinnen zelf nodig hebben om hun eigen ervaringen te beschrijven.”

Wat heb je zelf uit dit boek geleerd wat je nog niet wist?

“Racismepijn is een gedeelde zorg. Iedereen loopt met zo’n kwetsuren rond. Je kan als hulpverlener ook bang zijn om als racist te worden beschouwd of handelingsverlegen zijn. ‘Ik zal maar niets zeggen of vragen.’ Een gezin kan bang zijn om gekwetst of niet begrepen te worden.”

“Iedereen moet zijn deel van het werk doen om te begrijpen wat racisme juist betekent en hoe je de pijn kan herstellen. We zijn heel lang bezig geweest met de samenleving uit te leggen wat racisme juist is en hoe het kan worden weggewerkt. Daar bestaan een zekere vermoeidheid rond. Ik wilde met dit boek vooral tonen hoe kan je groeien als mens door negatieve ervaringen, door lastige situaties. Wat kan je met die pijn doen.”

Je geeft veel aandacht aan individuele getuigenissen. Wat moet er volgens jou in de zorg gebeuren om mensen weerbaarder te maken, zodat ze beter opgewassen zijn tegen de nefaste gevolgen van racisme?

“Die bewustwording, die cultuursensitiviteit is een taak voor de hele samenleving. Je moet leren zien welke schade racisme berokkent en hoe hulpverleners daarmee kunnen omgaan. Er is ook bewustwording nodig over de manier waarop racisme niet alleen een zaak van individuen is, maar mee wordt bepaald door de manier waarop we naar elkaar kijken, door systematische vormen van uitsluiting. Het gaat ook om kleine details in de manier waarop patiënten worden aangemeld, hoe ze in een wachtkamer wordt begroet. De formulieren die ze moeten invullen.”

“We moeten leren uit negatieve ervaringen en ruimte nemen om out of the box te kijken naar wat echt helpend is. Gezinnen helpen ons daarbij, als we ons daarvoor openstellen. De gezinnen die ik begeleid zijn mijn beste leerkrachten. Zij zijn de experts van hun eigen kwetsuren.”

“Neem nu opvoedingsondersteuning. Heel lang hebben we ouders vooral proberen herop te voeden. We hebben te lang te weinig gekeken naar wat ouders wel wisten, naar wat ze wel probeerden. We moeten hun kracht proberen te zien. Voor de zorg is het volgens mij belangrijk om de modellen te herbekijken op basis waarvan we mensen behandelen. Het is bewezen dat patiënten zwaardere of verkeerde diagnoses kunnen krijgen als er met een verkeerde bril naar hen wordt gekeken. Ik heb ooit een moeder begeleid bij wie een psychose was vastgesteld. Maar toen ik haar onderzocht, bleek het niet om een psychose te gaan, maar om een trauma. Na een drietal sessies ging het beter. Als je de juiste diagnose stelt, kan je problemen correct behandelen. Zo zijn er veel mensen die in psychiatrie belanden, maar er eigenlijk niet thuishoren.”

“Een ander voorbeeld maakte ik mee in de psychiatrie. De patiënte was Turkssprekend. Men had via vertalers een diagnose proberen te stellen, maar dat was niet gelukt. Toen ik met de vrouw begon te praten, merkte ik dat ze zwakbegaafd was. Ze zat daar totaal niet op haar plaats. Ze was in een crisissituaties terechtgekomen door haar nooit erkende zwakbegaafdheid. Het is belangrijk om tools te hebben waarmee je de juiste diagnose kan stellen. In kinderpsychiatrie gaat dit in de goede richting, maar in de volwassenenpsychiatrie blijft er nog veel werk.”

Op het einde van je boek roep ke op om ‘collectief niet te stoppen met dromen’. Zie je dat als de grote uitdaging van de toekomst?

“Ontvankelijkheid is de juiste houding in dit opzicht. De wil om te zoeken naar een oplossing. Nieuwsgierig zijn. Er niet vanuit gaan dat je alles weet, want dan loop je het risico dat je die systemische uitsluiting bevestigt. Mensen voelen dat en haken af. Het niet weten brengt ons eigenlijk verder. Die houding heeft me persoonlijk ook het meeste bijgebracht.”

 

>> Birsen Taşpinar, De pijn diep vanbinnen. Ouders na racisme-ervaringen, EPO, 2025, 184 p. ISBN 9789462675209 | €19,90