'De maatschappij mag laaggeletterden niet in de steek laten'

Strategisch Plan Geletterdheid

Een op de zeven Vlaamse volwassenen is laaggeletterd. Om iets aan dat prangende probleem te doen, lanceerde de Vlaamse Regering het Plan Geletterdheid. Daarin staan ook enkele expliciete doelen om mensen in armoede te helpen.

Heel wat mensen denken bij ‘geletterdheid’ aan een heel enge definitie: kunnen lezen en schrijven. Maar de werkelijkheid is een stuk breder en complexer, vertelt Carolien Fuchs, coördinator van het Strategisch Plan Geletterdheid. “Het gaat om competenties die je nodig hebt om zelfstandig te kunnen functioneren in de maatschappij. We delen die op in drie grote onderdelen: talige, cijfermatige en digitale geletterdheid. Het eerste wil zeggen dat je kunt lezen en schrijven, maar ook dat je goed begrijpt wat er geschreven wordt en daarmee aan de slag kunt. Datzelfde geldt voor cijfermatige geletterdheid: je moet cijfers kunnen interpreteren, verwerken en gebruiken. Stel dat je de trein moet nemen, maar jouw trein wordt afgeschaft. Dan moet je uit de tabel kunnen opmaken wat het beste alternatief is en op het correcte moment op het juiste spoor staan. Tot slot is er digitale geletterdheid: corona heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat er op dat vlak gigantische maatschappelijke verwachtingen zijn. Iedereen moet zomaar een Covid Safe Ticket tevoorschijn kunnen toveren, of present geven bij onlinelessen of telewerk.”

“Uit het internationale PIAAC-onderzoek blijkt dat 15% van de Vlamingen laaggeletterd is. Dit is een groep die elke dag worstelt met dingen die voor velen vanzelfsprekend zijn: prijzen vergelijken in de supermarkt, rekeningen betalen, je kinderen helpen bij hun huiswerk of de bus nemen. Daarnaast is er nog eens 30% die nét het basisniveau haalt. Deze mensen kunnen zich in normale omstandigheden wel uit de slag trekken, maar worden op kantelmomenten geconfronteerd met problemen. Stel dat een laaggeschoolde arbeider tijdens de coronacrisis zijn werk verloor en zich nu moet omscholen. Dan kan het moeilijk zijn om ineens veel leerstof te verwerken, al dan niet digitaal.”

Financiële geletterdheid

Ook financiële geletterdheid maakt deel uit van het totaalplaatje, vertelt postdoctoraal onderzoeker Kenneth De Beckker (KU Leuven en UHasselt). “Zowel kennis, gedrag als attitudes zijn cruciaal. Neem nu pensioensparen: het is belangrijk om te beseffen dat het wettelijk pensioen niet altijd toereikend is en dat extra sparen dus verstandig kan zijn. Maar aan die kennis heb je niets, tenzij je ook effectief naar de bank stapt, of beter nog: verschillende banken vergelijkt. En vervolgens moet je ook de attitude hebben om geld opzij te zetten.” De mate waarin je financiële geletterdheid nodig hebt, hangt af van de omstandigheden:. Een 16-jarige moet weten dat hij voor een studentenjob een contract nodig heeft, terwijl een 36-jarige misschien ook kennis moet hebben van hypothecaire leningen, of kindergeld. “Maar zowat elke volwassene moet een gezinsbudget kunnen beheren”, aldus De Beckker. “Bovendien evolueren we steeds meer naar een onlinemaatschappij, waardoor je ook op de hoogte moet zijn van risico’s als phishing.”

Uit het recentste OESO-rapport over deze materie, blijkt dat volwassen Belgen niet bijster goed scoren op financiële geletterdheid, vertelt De Beckker. “Slechts 60% van de Belgen behaalt de minimumscore op het vlak van kennis. Op het vlak van attitudes is dat zelfs maar 56%. Voor gedrag haalt wel 70% het minimum, wat wellicht veel te maken heeft met de Belgische spaarijver. Maar er is dringend nood aan nieuw onderzoek. Zo zijn de vragen uit het OESO-onderzoek vooral gericht op de middenklasse en niet zozeer op mensen in armoede. Neem nu de kwestie of je je facturen op tijd betaalt. Ervaringsdeskundigen in armoede wijzen erop dat het soms slimmer is om de ene factuur op tijd te betalen en de andere niet, als je geld tekortkomt. Niet elk bedrijf stuurt even snel een deurwaarder op je af.”

Risicofactoren

Op de precieze oorzaken van laaggeletterdheid valt heel moeilijk de vinger te leggen, vertelt Fuchs. “Er zijn wel enkele factoren die een invloed kunnen hebben, maar een oorzakelijk verband is moeilijk vast te stellen. Zo weten we dat een laag opleidingsniveau de kans op laaggeletterdheid doet toenemen. Helaas blijkt ons onderwijssysteem de kloof tussen laag- en hooggeletterden nog te vergroten. Zo wordt bijvoorbeeld veel huiswerk gegeven, zeker sinds de pandemie ook vaker in onlineprogramma’s. Maar als kinderen er alleen voorstaan – omdat hun ouders niet de juiste competenties hebben – dan creëert dat vaker een achterstand.”

Daarnaast is ook leeftijd een risicofactor: hoe ouder, hoe groter het risico op laaggeletterdheid. En migranten van de eerste generatie hebben ook een hoger risico. Tot slot blijkt dat mensen die in armoede leven een verhoogd risico hebben: in die groep is een op de vijf laaggeletterd. “Het goede nieuws is wel dat we, door in te zetten op geletterdheid, mensen kunnen versterken en hen zo meer kansen geven om uit die armoede te raken”, aldus Fuchs. “Laaggeletterdheid kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat mensen niet durven te solliciteren of geen promotie durven te vragen. Laaggeletterden hebben ook vaak een lager zelfbeeld. Die drempels kun je verlagen, bijvoorbeeld door een opleidingstraject bij basiseducatie.”

Het Plan Geletterdheid wil ook de intergenerationele laaggeletterdheid wegwerken, vertelt Fuchs nog. “Door in te zetten op geletterdheidsversterking bij ouders, versterken we ook de kinderen. Daarnaast proberen we ook jongeren rechtstreeks te versterken. Uit onderzoek blijkt dat 60% van de jongeren in de derde graad van het beroepsonderwijs niet geslaagd is voor het vak PAV (project algemene vakken). Dat betekent dat er een generatie goede vakmensen afstudeert, die mogelijk toch in de problemen zullen komen in hun dagelijks functioneren, of op kantelmomenten. We zetten in op het proactief aanpakken van dit probleem, via de lerarenopleidingen en de pedagogische begeleidingsdiensten.”

Maatschappelijke verantwoordelijkheid

Om de geletterdheid in Vlaanderen op te krikken, is er een dubbele verantwoordelijkheid, onderstreept Fuchs. “Enerzijds ligt er een verantwoordelijkheid bij de laaggeletterden zelf om hun geletterdheidscompetenties te versterken. Maar anderzijds heeft de maatschappij een gigantische verantwoordelijkheid om deze grote groep niet achter te laten.” Omdat geletterdheid een heel complex probleem is, is het Plan beleidsdomeinoverschrijdend. “Het wordt aangestuurd vanuit het domein Onderwijs, maar ook Werk, Welzijn en Cultuur dragen hun steentje bij.”

Een belangrijke pijler is de geletterdheid bij mensen in armoede versterken. “Daarvoor proberen we vooral partners te verbinden”, vertelt Fuchs. “Enerzijds zijn er organisaties zoals Netwerk tegen Armoede, SAAMO en Welzijnsschakels, anderzijds heb je Ligo (Centra voor Basiseducatie) en de Centra voor Volwassenenonderwijs. Die proberen we zo goed mogelijk aan elkaar te koppelen. Een concreet voorbeeld: de verenigingen waar armen het woord nemen, moeten regelmatig maatschappelijke standpunten formuleren. Een groot deel van de leden is laaggeletterd. Ze worden begeleid door vrijwilligers. Die adviezen zijn dus geen eenvoudige opdracht. Een medewerker van Ligo kan dan zeer goede hulp bieden. De leden krijgen daarbij zeer veel leerkansen, in een functionele context. Of er zijn bijvoorbeeld ook goede samenwerkingen tussen scholen en Ligo: in heel wat lagere scholen verlopen de contacten tussen de ouders en de school stroef, door een beperkte geletterdheid. Dus zijn er medewerkers van Ligo die op scholen vorming geven over heel concrete thema’s, zoals Smartschool. We willen deze doelgroep bereiken op de plek waar ze zich bevinden, in samenwerking met de onderwijspartners, zodat ze de soms hoge onderwijsdrempel niet alleen moeten nemen.”

Er wordt dus veel gedaan voor deze doelgroep, maar toch is er nog een belangrijke nood, aldus Fuchs. “Ook de professionals uit allerlei organisaties die met deze doelgroep in contact komen, zoals VDAB en Kind & Gezin (Agentschap Opgroeien), zouden vormingen kunnen gebruiken. Het is belangrijk om laaggeletterdheid te detecteren en samen met de betrokkenen naar oplossingen te zoeken. Maar daar heb je natuurlijk de juiste skills voor nodig. Op dit moment zijn we bijvoorbeeld een online leermodule aan het uitwerken voor medewerkers van Kind & Gezin, specifiek over laaggeletterdheid.”

Heldere taal

Ook het gebruik van heldere taal is een belangrijke doelstelling in het Plan Geletterdheid, vertelt Fuchs nog. “Vanuit het Plan proberen we het beleid mee te beïnvloeden. Toen de eerste uitnodigingen voor de coronavaccinaties klaar waren, hebben wij die mee onder de loep genomen. Ze waren veel te complex, dus samen met onze partners trokken we aan de alarmbel. De Zuidpoort, een vereniging waar armen het woorden nemen, heeft hard gewerkt om ze op korte tijd visueler en eenvoudiger te maken.”

Tot slot wil Fuchs nog de aandacht vestigen op de jaarlijkse Week van de Geletterdheid, die nu al twee jaar op rij in het teken van digitale geletterdheid stond. “Via de website ikbenmee.be delen we heel wat getuigenissen van mensen die vertellen over hun eigen digitale laaggeletterdheid en de impact daarvan op hun leven in onze digitale samenleving. We proberen zoveel mogelijk mensen te sensibiliseren en te informeren over onze initiatieven, onder meer het project van de Digitale Inclusieve Wijk. Daarvoor hebben drie steden – Antwerpen, Gent en Kortrijk – in enkele van hun wijken specifiek ingezet op e-inclusie. Uit hun ervaringen is een toolbox ontstaan waarmee andere steden en gemeenten aan de slag kunnen.”

“Ik wil dat mensen mij als een normaal persoon behandelen”

Nancy Goor (56) heeft het al van jongsaf moeilijk met lezen en schrijven. Ze volgde heel wat opleidingen, maar blijft vaak struikelen over complexe teksten of financiële zaken.

“Als kind praatte ik moeilijk, waarvoor ik hulp kreeg van een logopediste. Zij vond vooral mijn spraak heel belangrijk. Ook met lezen en schrijven liep ik achter, maar daar was minder aandacht voor. In het middelbaar volgde ik de richting ‘Gezinstechnieken’, waar we maar één uur per week taal kregen. Ik zat in het buitengewoon onderwijs en daar wilden ze vooral dat wij leerden om ‘onze plan te trekken’. Maar moeilijke woorden begrijp ik vaak niet. En als ik snel iets moet noteren, kan ik het nadien vaak niet meer lezen.”

“Ik kreeg vier kinderen en bleef thuis bij hen, omdat ik een invaliditeitsuitkering heb. Toen de oudste naar de derde kleuterklas ging, stelde de school voor dat ik lessen basiseducatie zou volgen. Zo zou ik mijn kinderen beter kunnen helpen met huiswerk. In het begin vond ik dat een moeilijke stap, maar uiteindelijk kwam ik bij een heel goede leerkracht terecht. Eerst leerde ik beter lezen en schrijven, nadien volgde ik een cursus om mijn theoretisch rijbewijs te halen, een cursus ‘opkomen voor jezelf’, computerlessen, enzovoort. Ik blijf maar doorgaan. Nu volg ik een opleiding ‘Office’ en fotografie in het volwassenenonderwijs, maar ik merk dat het toch iets te snel gaat.”

“Ik heb grote stappen vooruit gezet, maar het blijft vaak moeilijk. Mijn oudste zoon heeft autisme en dyslexie en hij werkt bij Lidwina, een maatwerkbedrijf. Onlangs kreeg ik per post een document dat ik in orde moest brengen, maar ik begreep er niets van. Ook op zijn werk konden ze me niet helpen: daar word ik heel moedeloos van. Ook geldzaken zijn vaak te complex voor mij. Ik heb een app van de bank waarmee ik mijn rekeningen kan betalen. Maar ik krijg daarin ook geregeld berichten waar ik niets van snap. Nu open ik die zelfs niet meer. Ik ben ook erg op mijn hoede: onlangs kreeg ik nog een bericht van internetcriminelen. Ik heb toen advies gevraagd aan mijn Facebook-vrienden, die me zeiden dat ik het gewoon moest verwijderen. Gelukkig maar, want anders was ik misschien veel geld kwijt.”

“Soms heb ik het gevoel dat mensen mijn situatie onderschatten. Wie een kantoorjob heeft en veel geld verdient, begrijpt niet dat het voor anderen soms heel moeilijk is. Ik hoef zeker geen medelijden, maar ik wil wel dat mensen mij als een normaal persoon behandelen. En ik wil ook bewijzen dat ik even veel kan als een ander. Nu probeer ik mijn steentje bij te dragen als vrijwilliger voor het Rode Kruis, iets waar ik veel voldoening uit haal.” 

Foto's
Liesbeth Driessens | Bob Van Mol | Jan Locus