'Buurthuis of open huis, wij zijn vooral een warm huis'

Den Botaniek in Ronse geeft iedereen een plek

Spruiten, raapjes, selder, pastinaken, uien en aardappelen. Ze worden gewassen en in kleine stukken gesneden. Het is half elf ’s ochtends en de snijploeg van buurthuis Den Botaniek in Ronse is druk in de weer met het middagmaal. Nu zijn ze nog met vijf, maar over anderhalf uur schuiven zo’n 30 mensen aan tafel aan. Mensen die niet alleen nood hebben aan een maaltijd, maar ook op zoek zijn naar gezelschap en een fijne babbel.

“Het is de supermarkt om de hoek die bepaalt wat we op ons bord krijgen”, vertelt Annie, een van de verantwoordelijken van de kookploeg. “In de wintermaanden halen wij er één keer in de week producten op die niet meer tijdig verkocht werden. Daarmee maken wij hier in Den Botaniek iedere woensdag een middagmaal klaar. In de zomer kweken wij onze groenten zelf. Wij hebben enkele straten verder onze sociale moestuin De Lochting. Wie zin heeft, mag er komen tuinieren. De oogst verwerken we in onze maaltijden die we trouwens ook in De Lochting bereiden. We hebben daar een oventje en een afwasbak, wat tafels en stoelen. Tijdens de vakantiemaanden komen er ook gezinnen met kinderen, die dan op het grasplein spelen. Het is er heerlijk vertoeven.”

Nuttig

Ondertussen ruikt het lekker in Den Botaniek en steeds meer mensen komen aan. Wie naar hier komt, is goedgezind. Eten en drinken verbindt, dat merk je. Niet alleen de bezoekers zoeken een plaats aan de grote tafel, maar ook de vrijwilligers en vaste medewerkers schuiven bij. Eerst is er soep, daarna groentestamppot. Tijdens het eten wordt er druk gebabbeld. Urbain voert het hoge woord. Hij is een wekelijkse bezoeker van het buurthuis. Hij is 78 en alleenstaand. Vroeger werkte hij in een bank en had hij een goed leven. Na zijn ontslag startte hij een eigen zaak, maar die ging failliet en vervolgens scheidde hij van zijn vrouw. Door die tegenslagen belandde hij in de armoede. “Iedereen kan van de ene op de andere dag arm worden. Mensen zouden daar meer moeten bij stilstaan”, zegt hij. “Ik ben heel sociaal en wil me niet wegsteken. Ik kom naar Den Botaniek om te kunnen praten met de mensen en om hen aan het lachen te brengen. Humor is mijn medicijn tegen miserie. Het kost niets en het werkt uitstekend. Bovendien is het eten hier lekker en gratis.” Maar Urbain probeert zich ook nuttig te maken. “In de zomer ben ik compostmeester in De Lochting. Ik ben ook leergierig en lees veel over geneeskrachtige planten en kruiden. Ik geef soms advies bij het aanplanten van gewassen.” 

Ook Khadisja voelt zich graag nuttig. Al drie jaar werkt ze in het buurthuis als wegwijzer, een vrijwilliger die mensen met problemen doorverwijst naar de juiste instantie. “Maar soms mag je de naam ook letterlijk nemen”, zegt ze. “Het gebeurt dat mensen drempelvrees hebben om bij een organisatie aan te kloppen of om simpelweg de bus te nemen. Dan ga ik de eerste keer mee.” Niet alleen in het buurthuis zelf wordt Khadisja om hulp gevraagd. Ze is in Ronse ondertussen een bekend gezicht en mensen spreken haar ook op straat of aan de schoolpoort aan. “Dat wij zo toegankelijk zijn, is een van onze grootste troeven.”

“Het is belangrijk dat we ook aanspreekpunten buiten Den Botaniek hebben”, zeggen Annelies en Kathleen, beide opbouwwerkers. “Vroeger zaten we op verschillende locaties in de stad, maar drie jaar geleden zijn we gecentraliseerd. Sommige mensen zijn dus nu wat langer onderweg om tot hier te geraken. Maar de locatie hier is groter en dat heeft dan weer als voordeel dat ook een deel van onze sociale partners hier gehuisvest zijn. Zo zit het Agentschap voor Integratie en Inburgering onder hetzelfde dak. Ook Kaboes, een winkel voor mensen die het moeilijk hebben, heeft hier zijn intrek genomen. Wij krijgen meer dan 700 hulpvragen per jaar. Door de laagdrempeligheid is dit voor Ronsenaars vaak de eerste plek waar ze naartoe komen als ze problemen hebben.”

Een warm huis

“Den Botaniek is iedere werkdag open”, legt Annelies verder uit. “Na de sluitingsuren wordt het buurthuis een open huis. Andere organisaties zoals koren, vrouwenorganisaties, naai- of kaartclubjes mogen hier dan activiteiten organiseren. Als wederdienst vragen we hen om ook onze bezoekers uit te nodigen voor de activiteiten. We zien dat dat werkt. Onze mensen zijn blij dat ze ook in het weekend iets te doen hebben. De andere deelnemers maken anderzijds kennis met de meer kwetsbaren in onze gemeenschap. Die wisselwerking zorgt voor respect in beide richtingen. Buurthuis of open huis, eigenlijk zijn wij vooral een warm huis.”

Annie die ondertussen de koffie en cake op tafel zet, beaamt dat. “Een warm huis is een mooie omschrijving. Ik ben zelf alleenstaande en moet rondkomen met een klein pensioen. Toch ben ik heel gelukkig. Door hier te werken krijg ik veel vriendschap en voel ik me zinvol. Veel meer heb ik niet nodig om ’s avonds voldaan in bed te kruipen. En in de zomer is het hier nog mooier en warmer”, lacht ze. “Buiten staat een grote gietijzeren schaal. Op mooie zomeravonden steken we een vuur aan. De mensen uit de buurt komen hier dan gezellig bij elkaar zitten. Soms brengt iemand een gitaar mee en zingen we liedjes. Dan moet je zeker eens terugkomen.”

 

Foto's
Bob Van Mol