Afzondering en fixatie in de residentiële geestelijke gezondheidszorg

Multidisciplinaire richtlijn voor preventie en toepassing

Het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin ontwikkelde een multidisciplinaire richtlijn (MDR) voor preventie en toepassing van afzondering en fixatie in de residentiële geestelijke gezondheidszorg. De aanbevelingen voor de toepassing van afzondering en fixatie volgen uit de aanbevelingen van de preventie ervan. De MDR werd bewust ontwikkeld met zicht op de toekomst. Het doel is preventie en toepassing van afzondering en fixatie verbeteren.

Bij de ontwikkeling van de richtlijn werd uitgegaan van deze definities:

- Afzondering: het verblijf van een zorggebruiker in een daartoe speciaal voorziene individuele afzonderingskamer, hetzij in een andere individuele ruimte, welke de zorggebruiker niet zelfstandig kan verlaten.

- Fixatie: elke handeling of elk gebruik van materiaal of medicatie die de bewegingsvrijheid van een persoon beperkt, verhindert of belemmert, waarbij de persoon niet zelfstandig zijn bewegingsvrijheid kan herwinnen. Fixatie kan op drie manieren worden toegepast:

  • Fysieke interventie: fixatie door middel van een interventie waarbij de zorggebruiker door één of meerdere hulpverleners op een fysieke wijze vastgehouden of geïmmobiliseerd wordt of waarbij de zorggebruiker op een fysiek gecontroleerde wijze verplaatst wordt of zich laat verplaatsen.
  • Mechanische fixatie: fixatie door middel van het aanwenden van mechanische hulpmiddelen bevestigd aan of in de directe omgeving van de zorggebruiker, welke niet zelfstandig door de zorggebruiker verwijderd kunnen worden. Ergonomische hulpmiddelen bevestigd aan of in de directe omgeving van de zorggebruiker, welke niet zelfstandig door de zorggebruiker verwijderd kunnen worden, worden niet beschouwd als mechanische fixatie tenzij deze hulpmiddelen buiten hun oorspronkelijke doelstelling gebruikt worden.
  • Medicamenteuze fixatie: fixatie door middel van het acuut en chronisch gebruik van medicatie.

Om goede zorg te bieden, worden fixatie en afzondering zoveel mogelijk vermeden. Wetenschappelijk onderzoek wijst op nefaste gevolgen voor zowel zorggebruikers als hulpverleners. Fysieke vormen van dwang zijn in principe verboden. De autonomie van een persoon is een basisbeginsel in het gezondheidsrecht. Er bestaat daarom ook internationale consensus dat afzondering en fixatie zo kort mogelijk en zo min mogelijk toegepast worden. Daarom gaat de richtlijn die voorligt ook uit van preventie. Als fixatie of afzondering toch toegepast moeten worden, moeten de waardigheid en de rechten van de zorggebruiker maximaal gerespecteerd worden.

De MDR wil de voorzieningen in de residentiële geestelijke gezondheidszorg ondersteunen om de preventie en toepassing van fixatie en afzondering op een betere manier aan te pakken, en dat dit gebeurt volgens de mensenrechten. De aanbevelingen zijn gericht naar directies, beleidsmedewerkers en hulpverleners.

Uit onderzoek blijkt dat afzondering en fixatie best aangepakt worden met een combinatie van strategieën. Betrokkenheid, visie en engagement van leidinggevenden is hierbij een belangrijke factor. Volgende combinatie werkt het best:

  • fysiek aanpassen van de zorgomgeving
  • medewerkers training geven in het voorkomen, vroeg herkennen en omgaan met agressie
  • gebruik van preventiestrategieën
  • registratie van agressie-incidenten, afzonderingen en fixaties voor analyse en beleid
  • evaluatiemomenten na afzondering of fixatie

De manier van communiceren, de bereikbaarheid en betrokkenheid van de hulpverlener hebben een grote invloed op hoe de zorggebruiker fixatie en afzondering beleeft. Een respectvolle behandeling en voldoende informatie blijken universele wensen. Ook de leefomgeving en toepassing van procedures hebben impact op hoe afzondering ervaren wordt. Veel is ook individueel bepaald: wie eerder een (traumatische) ervaring heeft gehad met afzondering of fixatie, neemt deze vaak mee als het opnieuw gebeurt.

Het (1) gelijktijdig toepassen van verschillende vormen van dwang en (2) mechanische fixatie worden meestal als het meest ingrijpend aangevoeld. Medicamenteuze fixatie blijkt doorgaans het minst negatief beleefd te worden. Door de invloed van psychologische trauma’s uit het verleden wordt aangeraden een vorm van fixatie of afzondering zoveel mogelijk af te stemmen op de persoon in kwestie. Nabespreking blijkt zowel voor zorggebruikers als hulpverleners erg belangrijk.

Randvoorwaarden voor de MDR

Op het niveau van de individuele voorzieningen:

  • voorzieningen moeten begeleid worden in het uitwisselen van goede praktijken en bij vorming.
  • Om ‘positive risk taking’ mogelijk te maken, is er een zekere basisveiligheid nodig in de behandelomgeving, op vlak van architectuur, op technisch vlak en op vlak van personeelsbezetting.
  • Goede intervisie en supervisie zijn een must.

Op het niveau van de geestelijke gezondheidszorg in zijn geheel:

  • De ontwikkeling van een registratiesysteem waarin elke afzondering en fixatie geregistreerd wordt, om ervoor te zorgen dat de maatregel zichtbaar wordt in het patiëntendossier, voor de afdeling en de voorziening en voor de betrokken overheden
  • Aanpassingen aan architectuur vragen financiële investeringen
  • Een hogere zorgzwaarte of een verhoogd risico op agressie vereist meer personeel

Op het niveau van de wetgeving:

  • Er moeten duidelijke regels ontwikkeld worden die bepalen (1) welke vormen van afzondering en fixatie (2) wanneer mogen worden toegepast en (3) voldoende waarborgen bevatten om de rechten van de zorggebruikers maximaal te respecteren.

Er is nood aan bijkomend wetenschappelijk onderzoek:

  • naar de concretisering van veilige en humane technieken voor afzondering en fixatie
  • naar parameters die bepalen hoeveel ruimte er nodig is voor privacy; voldoende beweging en voldoende binnen- en buitenruimte
  • naar de optimale verhouding zorggebruikers/hulpverleners in de residentiële GGZ
  • naar de uitwerking van een aantal goede praktijken
  • voor het up to date houden van de MDR op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten op klinisch en juridisch vlak en op basis van feedback van belangrijke betrokkenen binnen de Vlaamse GGZ.

Je kan het volledige rapport over de MDR nalezen op de website van het Steunpunt WVG.

Onderzoekers: Tine Peeters, dr. Kathleen De Cuypers, Tim Opgenhaffen, dr. Inez Buyck.

Reactie toevoegen