“Organisaties tonen hoe ze het verschil maken”
De Dag van de Zorg is een gevestigde waarde. Al vijftien jaar zet de zorg- en welzijnssector het derde weekend van maart de deuren open voor het grote publiek. Het is geen initiatief van de overheid, maar van Els De Smedt en Geert Van Hijfte. Zij willen de sector in de spotlights zetten en mensen wegwijs maken in het zorglandschap.
Els De Smedt en Geert Van Hijfte runnen het communicatiebureau Dotplus. “Bij ons cliënteel uit de zorgsector hoorden we vaak de nood aan een gezamenlijke opendeurdag”, vertelt Els. “Zo groeide het idee voor de Dag van de Zorg. We kennen de sector ook als ervaringsdeskundigen, omdat onze zoon Lucas een beperking heeft. Toen hij 27 jaar geleden met de aandoening spastische quadriplegie geboren werd, moesten we onze weg vinden in het zorglandschap. Met de Dag van de Zorg willen we anderen daarbij helpen.”
Geert knikt. “Na vijftien jaar blijft er nood aan positieve beeldvorming. De sector staat vandaag onder druk door personeelstekorten. Op de Dag van de Zorg kunnen organisaties laten zien hoe ze het verschil maken. Dat geeft een boost en kan anderen ook inspireren.” Geert is blij dat de Dag van de Zorg is uitgegroeid tot een echte feestdag. “Zelfs organisaties die niet officieel met ons meedoen, vieren het toch op de werkvloer.”
Meer zichtbaarheid en inclusie
Volgens Els is de sector doorheen de jaren veranderd. “Er is nu gelukkig veel meer openheid”, vindt ze. “Voorzieningen en zorgorganisaties bevinden zich vandaag veel vaker in gewone woonwijken. Ze zetten hun deuren open en betrekken hun buren. Het is belangrijk dat mensen met een beperking of een zorgnood zichtbaar zijn en gewoon deel uitmaken van de samenleving.”
Dat vindt ook Lucas, de zoon van Els en Geert. “Doordat ik altijd naar de buurtschool in het gewoon onderwijs ben gegaan, heb ik nooit het gevoel gehad dat ik buiten de maatschappij stond. Ik heb niets tegen het buitengewoon onderwijs. En ik begrijp ook wel dat mensen kiezen voor gespecialiseerde ondersteuning”, nuanceert hij. “Maar het zou beter zijn als dat samen, op dezelfde plek werd georganiseerd. Want hoe vaker mensen in contact komen met mensen met een beperking, hoe normaler ze dat vinden. Omdat mijn ouders inclusie altijd heel belangrijk vonden, zie ik het als mijn taak om me ook in te zetten voor een zo normaal mogelijk leven. Zowel voor mezelf als voor anderen met een beperking.”
Vandaag woont Lucas zelfstandig en werkt hij als onderzoeker aan de UGent. “Dat was niet altijd evident, maar gelukkig is er nu wel veel mogelijk”, vertelt hij. “Zo was voorleessoftware voor mij echt een hulp en heb ik altijd veel kansen gekregen, zowel tijdens mijn studies als op het werk. Ook mijn ouders, familie en vrienden zijn er altijd voor mij geweest. Dankzij mijn persoonsvolgend budget kan ik alleen wonen. Ik regel er onder andere ADL-assistentie en andere ondersteuning mee.”
De zorg- en welzijnssector sexy maken
Voor Geert en Els zijn Lucas en zijn zus een inspiratiebron. “We hebben onze kinderen altijd betrokken en praten open met hen over ons werk. Als we een idee hebben voor een campagne, vragen we ook hun mening. Want als iemand de zorgsector hip en sexy kan maken, zijn het jongeren, toch?”, lacht hij.
De Dag van de Zorg is betalend voor organisaties. Maar Geert legt uit dat ze daar heel wat voor in return krijgen. “Veel promomateriaal, advies en begeleiding bij communicatie. Via onze perscontacten zetten we de deelnemende organisaties in de kijker en elk jaar loopt er een mediacampagne met Radio 2. Er wordt live radio uitgezonden op enkele deelnemende locaties. Wie meedoet krijgt een pagina op de website van Dag van de Zorg, en is ook zichtbaar in het magazine dat elk jaar verschijnt. Tenslotte kunnen deelnemers ‘merci-boxen’ winnen om hun personeel te bedanken en vereert koningin Mathilde één organisatie met een bezoek.”
Positief taboes doorbreken
Els en Geert vormen al vijftien jaar de motor achter Dag van de Zorg. Hoe zien ze de toekomst van het initiatief? “Als ik mag dromen, wordt deelnemen ooit gratis. Want vooral voor kleinere organisaties vormt de kostprijs nog een drempel”, weet Els. “En we hopen ook nog veel meer jongeren te bereiken. Dat proberen we nu via een nieuw initiatief, de Open Scholenmarathon. Meer dan 60 onderwijsinstellingen die zorgopleidingen aanbieden nemen daaraan deel. Op die manier laten ze jongeren en zij-instromers zien en ervaren hoe vernieuwend, veelzijdig en toekomstgericht zorgopleidingen zijn. Een job in de zorg- en welzijnssector is boeiend en betekenisvol. Het is echt belangrijk om de jeugd mee te krijgen, want zij zijn de werknemers van morgen.”
Ook sensibilisering vindt Els belangrijk. “Campagnes zoals die van Te Gek?! hebben voor veel meer openheid gezorgd over geestelijke gezondheid. Ook voor mensen met een beperking zouden zulke initiatieven zorgen voor meer begrip. Ze helpen om taboes te doorbreken en kennis te delen.” Lucas beaamt. “Mensen zijn soms bang van mij, omdat ik een beperking heb. Dat is echt nergens voor nodig. We zijn niet zo anders, we dromen van dezelfde dingen.” Wat hij denkt van de Dag van de Zorg? “Ik ben trots op het engagement van mijn ouders. Het is straf dat ze altijd met nieuwe ideeën komen, en dat ze de Dag van de Zorg tot een echt begrip hebben gemaakt. En dat is nodig”, vindt hij. “Want hoewel er pijnpunten zijn – zoals de wachtlijsten in de sector – is er ook zoveel goeds te vertellen. Positiviteit: dat brengt ons vooruit.”
>> De Dag van de Zorg vindt plaats op 14-15 maart.
>> www.dagvandezorg.be