welzijn & zorg

“Het maakte een wereld van verschil om gewoon als mens behandeld te worden”

Naar een menselijke aanpak van vrijheidsbeperkende maatregelen
24.01.2025
Foto's
Jan Locus

Vrijheidsbeperkende maatregelen zoals afzondering en fixatie zijn een realiteit waarmee veel mensen in de psychiatrische zorg te maken krijgen. Hans Jacobs, arts en ervaringsdeskundige, weet hoe ingrijpend deze maatregelen kunnen zijn. “Dan ervaar je pas hoe ontmenselijkend we soms omgaan met onze patiënten.”

Hans Jacobs beschrijft hoe hij in zijn leven meerdere malen werd opgenomen. “In totaal ben ik zeven keer opgenomen geweest, waarvan vier of vijf keer gedwongen.” Zijn eerste opname was op zijn 21e, na een reeks intense activiteiten waarbij hij te veel vroeg van zichzelf. “Ik wist het verschil niet meer tussen dag en nacht. Mijn ouders brachten me naar een psychiatrische instelling, waar ik meteen werd gefixeerd en gedwongen medicatie kreeg toegediend.”

Ook tijdens latere opnames kreeg Hans te maken met vrijheidsbeperkende maatregelen zoals afzondering en fixatie. “Het gebeurde meestal bij escalaties”, vertelt hij. “Ik herinner me een opname waarin ik als onhandelbaar werd beschouwd omdat ik niet naar mijn kamer wilde gaan. Er werd gedreigd met een gedwongen opname, en uiteindelijk werd ik naar de afzonderingscel begeleid.” Hans kijkt hier met gemengde gevoelens op terug. “Ik was op dat moment echt onhandelbaar. In een manische toestand ben ik niet helemaal voor rede vatbaar. Achteraf kon ik begrijpen waarom die beslissing werd genomen, hoe pijnlijk en uitdagend het ook was om dit mee te maken. Toch geloof ik dat deze escalatie voorkomen had kunnen worden.”

De ethiek van vrijheidsbeperkende maatregelen

Als arts-coördinator in de gevangenis heeft Hans ook ervaring aan de andere kant van de tafel. “Als arts moet ik soms gedetineerden voor hun eigen veiligheid naar de afzonderingscel verwijzen”, legt hij uit. “Ik probeer altijd zoveel mogelijk in dialoog te gaan en patiënten zelf richting die cel te begeleiden. Maar er zijn momenten dat iemand niet voor rede vatbaar is. Dan moet het met fysieke begeleiding gebeuren of moet ik gedwongen medicatie toedienen. Dat wringt ethisch enorm.”

Hans beschrijft hoe confronterend het was om zelf als patiënt vrijheidsbeperkende maatregelen te ondergaan. “Afschuwelijk. Dan ervaar je pas hoe ontmenselijkend we soms omgaan met onze patiënten. Hoe weinig ruimte er is voor menselijkheid.” Hij vervolgt: “Je voelt een enorm wij-zijgevoel als je op een afdeling voor gedwongen opnames zit. Het doel wordt dan vooral om hier zo snel mogelijk uit te komen, terwijl herstel en welzijn eigenlijk centraal zouden moeten staan.”

Het belang van menselijk contact

Hans benadrukt dat de manier waarop zorgverleners omgaan met patiënten een groot verschil maakt. “Ik herinner me een opname waarbij een verpleegkundige gewoon naast me kwam zitten, zich voorstelde en me zei dat ik het moest laten weten als er iets was waarmee ze kon helpen. Dat maakte een wereld van verschil, om gewoon als mens in plaats van patiënt behandeld te worden.”

“Veel hulpverleners zijn ook opgeleid om weinig kwetsbaarheid te tonen. Ze blijven in hun rol als zorgverlener, wat vaak een muur creëert tussen hen en de patiënt. Dat maakt het lastig om een echte verbinding te maken, terwijl de problematiek van psychiatrische patiënten volgens mij vaak zit in de relaties met anderen.”

Naar een andere aanpak

Hans ziet ruimte voor verbetering in de manier waarop vrijheidsbeperkende maatregelen worden ingezet. Hij pleit voor meer tijd en aandacht in de zorg. “De werkdruk is enorm. Zorgverleners staan vaak onder zoveel tijdsdruk dat er vaak weinig tijd overblijft voor het echte contact met de patiënt. Maar juist die interindividuele benadering, dat geduld en dat persoonlijke contact, maakt een groot verschil. Veel maatregelen zoals afzondering en fixatie worden toegepast omdat hulpverleners op dat moment geen andere uitweg meer zien.”

Hans benadrukt dat patiënten vaak vrijwillig meewerken, mits er een goede uitleg wordt gegeven. “Als patiënten begrijpen dat een maatregel hun eigen veiligheid dient en er een zekere mate van ziekteinzicht aanwezig is, krijg je vaak hun medewerking. Maar daar moet tijd voor zijn.”

Ook preventie speelt volgens Hans een grote rol. “We moeten vroeger ingrijpen, voordat iemand in crisis belandt. Denk aan een systeem met kleurcodes: groen, geel, oranje, rood. Hoe eerder je problemen signaleert, hoe beter je ze kunt aanpakken.”

Daarnaast ziet Hans kansen in betere nazorg. “Een nabespreking na een gedwongen opname of maatregel kan veel betekenen. Het helpt om te reflecteren en te begrijpen waarom iets nodig was. Dat draagt bij aan herstel.”

Reflectie en oproep

Hans kijkt terug op zijn ervaringen met vrijheidsbeperkende maatregelen. “Soms zijn deze maatregelen onvermijdelijk, zoals bij een ernstige psychose of acute manie. Maar ze zouden niet de enige oplossing mogen zijn. Ik hoop dat we kunnen evolueren naar een zorgmodel waarin zulke maatregelen minder vaak nodig zijn. Door meer te investeren in preventie, duidelijke communicatie en een menselijke aanpak, kunnen we veel situaties onder controle houden zonder dwang.”

Aan beleidsmakers heeft Hans een duidelijke boodschap: “Investeer in zorgverleners en patiënten. Meer tijd, aandacht en menselijkheid maken het verschil. En geef ervaringsdeskundigen een volwaardige plaats in teams, zodat hun inzichten bijdragen aan betere zorg.”