“Bij delicate problemen als pedofilie kan onlinehulp drempels verlagen”

Hulplijn 'Stop it now!' start met chat

Minne De Boeck is criminoloog aan het Universitair Forensisch Centrum (UZA). Ze is verantwoordelijk voor het project Stop it Now!, de hulplijn voor mensen die zich zorgen maken over hun seksuele gevoelens of gedrag tegenover minderjarigen. Binnenkort breidt Stop it Now! ook uit met een chatlijn. 

Toen Stop it Now! twee jaar geleden werd gelanceerd, deed de hulplijn wel wat wenkbrauwen fronsen. Maar intussen is ze al vrij goed gekend, vertelt projectcoördinator Minne De Boeck. “Stop it Now! is ook meer dan zomaar een hulplijn. Het is een breed preventieproject rond seksueel kindermisbruik. Enerzijds willen we dat mensen met pedofiele gevoelens en mensen die zich zorgen maken over hun seksueel gedrag tegenover minderjarigen sneller op zoek gaan naar gepaste hulp. De hulplijn biedt informatie en ondersteuning voor wie met vragen zit, over zichzelf of over anderen. En ze maakt het mogelijk om mensen sneller door te verwijzen naar de bestaande hulp. Maar anderzijds willen we ook iets doen aan de maatschappelijke beeldvorming rond pedofilie en seksueel kindermisbruik. We geven lezingen en vormingen in het onderwijs, of bij politie en justitie.”



Intussen is Stop it Now! een veel groter “succes” dan aanvankelijk gedacht, vertelt De Boeck. “Ik herinner me de opstart, toen we nog helemaal geen idee hadden of we de doelgroep zouden bereiken en wat Stop it Now! teweeg zou brengen. Als we één persoon zouden bereiken en doorverwijzen, waardoor we potentieel misbruik zouden kunnen voorkomen, vonden we dat al een succes. Uit de recentste cijfers blijkt dat we nu gemiddeld iets minder dan veertig contactnames per maand hebben. Soms neemt dat aantal licht af, maar als het thema ineens weer in de actualiteit komt, zien we opnieuw een opstoot. Ongeveer de helft van de contactnames gebeurt trouwens door mensen die bezorgd zijn over zichzelf. Meestal kunnen we hen al helpen met een gesprek, maar als er nood is aan langdurige hulp, verwijzen we door naar een gespecialiseerd centrum. Tot op vandaag hebben we dat in totaal al 88 keer gedaan. Uiteraard is dat vrijblijvend: we geven mensen de contactinformatie van zo’n centrum, ze kiezen zelf of ze ook effectief hulp zoeken. Maar we organiseren ook focusgroepen met de verschillende centra en zij geven aan hoeveel mensen via Stop it Now! bij hen terechtkwamen. Zo hebben we toch al een indicatie.” Af en toe krijgen de medewerkers van de hulplijn te maken met zeer verontrustende situaties, maar dat blijft beperkt, vertelt De Boeck. “Wanneer we moeten overwegen om een melding te doen omdat we een zeer sterk vermoeden hebben dat een kind in acuut gevaar is, dan is dat natuurlijk niet fijn, maar er zijn grenzen aan het bieden van hulp. Veiligheid moet blijven primeren.” 

Chatlijn

Op dit moment is de hulplijn per telefoon en email bereikbaar, maar binnenkort wordt ze uitgebreid met een chatlijn. “Het viel ons op dat vrij veel mensen contact opnemen via mail, iets wat bij de andere Stop it Now!-projecten, in Nederland en het Verenigd Koninkrijk, bijna verwaarloosbaar is. Daarom vermoeden we dat ook een chatfunctie hier goed zal werken. Hopelijk zullen we dan ook meer jongeren bereiken, want die doelgroep weet ons voorlopig minder goed te vinden. Nochtans weten we uit onderzoek dat de meeste mensen met pedofiele gevoelens daarmee worstelen vanaf hun tienerjaren, omdat ze dan hun seksuele identiteit beginnen te ontwikkelen.”

Maar Stop it now! biedt ook nog een andere vorm van onlinehulp, vertelt De Boeck. “De drempel naar een hulplijn is al vrij laag, maar voor bepaalde groepen is die toch nog te hoog. Daarom hebben we samen met onze Nederlandse partners een onlinezelfhulpmodule uitgewerkt, die je terugvindt op de website www.stoppenismogelijk.eu. Die is specifiek gericht op mensen die beelden van kindermisbruik downloaden. Zij maken een belangrijk deel van onze doelgroep uit en ze zijn vaak op zoek naar hulp. De module bevat in de eerste plaats informatie: wat is strafbaar en wat zijn de mogelijke gevolgen. Daarnaast zijn er verschillende tools en opdrachten om het bewustzijn en de motivatie om te stoppen met downloaden te versterken. Die zijn allemaal wetenschappelijk onderbouwd en kunnen door de downloader zelf worden gebruikt, maar bijvoorbeeld ook in gesprek met Stop it Now! of in behandelcentra.”

Aandachtspunten

Voor mensen die zich zorgen maken over hun eigen seksuele gevoelens en hun omgeving is onlinehulp extra belangrijk, omdat er nog steeds een groot taboe is om over zulke moeilijke zaken te praten. “Als je je verhaal via email of chat kunt doen, voelt dat blijkbaar anoniemer aan. Mensen geven ook aan dat ze zo meer controle lijken te hebben dan wanneer ze contact moeten zoeken per telefoon of face to face. Voor zulke delicate onderwerpen is dit dus een zeer goed medium”, aldus De Boeck. Al benadrukt ze ook dat er nog enkele aandachtspunten zijn. “Voor onze medewerkers is het sowieso moeilijk om in te schatten wat precies het probleem is en of er risico’s zijn, op suïcide of misbruik bijvoorbeeld. Aan de telefoon is dat iets makkelijker, omdat je dan ook de intonatie hoort en soms achtergrondgeluiden. Bij mail en chat ontbreken al die zaken. Daarom krijgen onze medewerkers nu een heel specifieke opleiding om met die uitdagingen om te gaan.”Hoe groot de impact van Stop it Now! precies is, valt heel moeilijk te zeggen, vertelt De Boeck. “We weten enkel hoeveel mensen we bereiken en hoeveel mensen we doorverwijzen. Hoe het met hen en hun omgeving afloopt, kunnen we niet opvolgen, gezien de anonimiteit. Maar in elk geval helpen we nu mensen die vroeger onder de radar bleven omdat ze geen hulp durfden te zoeken. En we krijgen ook positieve signalen vanuit de maatschappij. Vooraf waren we daarover wat ongerust, maar ons verhaal is gelukkig altijd correct en genuanceerd gebracht in de media. Al moeten we erover blijven waken dat mensen met pedofiele gevoelens niet worden gedemoniseerd. Dat vergroot enkel het taboe en daardoor ook de risico’s.” 

Foto's
Bob Van Mol
Tags
144

Reactie toevoegen