Voor Werner

Het zorgverhaal van Tina

Al dertien jaar werkt Tina als begeleidster bij personen met een verstandelijke beperking. Niet zomaar een job, maar één die ze met hart en ziel doet, en die een stuk van haar leven werd. Toen Werner - voor wie ze al die jaren al zorgde - plots overleed, besloot ze hem deze mooie brief te schrijven. Weliswaar deelt deze graag, omdat hij zo mooi illustreert dat mensen in de zorg werken met hun handen en hoofd, maar ook zeker en vast met hun hart. 

Lieve Werner,

Al dertien jaar zorg ik voor jou, en jij op jouw manier voor mij. Dertien jaar lang hebben we samen een verhaal geschreven. Net als al de andere bewoners, ben jij door de tijd heen een stukje van mijn leven geworden, een soort tweede gezin dat altijd wel aanwezig is. Ik leerde je kennen als een vrolijke kerel, vol deugnietenstreken. De vriend van iedereen. En ik moet eerlijk zeggen: soms een enorm koppig bazeke. Wanneer je bijvoorbeeld besloot om niet in de bus te stappen, zodat iedereen moest wachten. Wanneer je niet wilde gaan slapen, weer eens een boekje kapotscheurde… kon je mij boos maken. Dit verdween dan weer even snel wanneer je weer je natuurlijke charmes bovenhaalde. Want die had je, en daar was je je volledig bewust van.

Dat je een stuk van mijn leven was, mag duidelijk zijn. Zo stond je daar in het gemeentehuis, op mijn huwelijk: met je broek op je enkels. Want jij had het warm en dan leek dit je de beste oplossing, tot groot jolijt van alle andere aanwezigen. En tijdens de babyborrels van mijn dochters zat je met veel smaak de taarten te verorberen. Je besefte niet altijd goed waarom er een feest was, maar er was taart en cola, en meer had je niet nodig om het leuk te vinden. Zo kan ik nog honderden verhalen vertellen…

Door de jaren heen werd je gezondheid slechter en we wisten dat je niet meer kon genezen. Longontsteking na longontsteking raakte jij er steeds weer bovenop. De dokters vonden het een wonder, maar het putte je lichaam helemaal uit. De uren dat we tijdens en ook na onze dienst naast jou in het ziekenhuis gezeten hebben, zijn niet te tellen. Altijd een beetje bang voor wat komen zou.

2 maart 2018: het was een prachtige avond. Jij en de andere bewoners waren goedgezind en zoetjes, het was rustig in de groep en we genoten allemaal. Ik had eindelijk nog eens tijd om mee tv te kijken, terwijl we het daar meestal te druk voor hebben. Belgium’s Got Talent was op en jij had er duidelijk zin in. Bij elke stukje muziek dat er te horen was, stond je recht en begon je vrolijk mee te dansen. Wij, enkele medebewoners en ik, moesten hier zo om lachen dat de tranen in onze ogen stonden. Even twijfelde ik nog om jouw 'showtje' te filmen, maar ik wilde het moment niet verstoren en gewoon genieten. Toen het gedaan was, stond je terug recht uit de zetel, en met veel bravoure maakte je een buiging voor ons, zoals alleen grote artiesten dat doen. Wisten wij toen veel dat dit jouw laatste show was, jouw laatste buiging.

3 maart 2018: ’s morgens vroeg, ik hoor gekletter uit de leefruimte komen. Snel ging ik kijken. Ik zag nog net hoe jij onder tafel viel, plat op je buik. Ik besefte meteen dat dit niet oké was, helemaal niet oké. Jouw gezicht was blauw, je hapte naar adem… Dit mocht gewoon niet, dit kon niet, niet nu...

Meteen heb ik de 112 gebeld. Ik weet nog dat dit me amper lukte, de toetsen induwen ging opeens bijna niet meer. Wat ik allemaal gezegd heb, weet ik niet meer exact. Die dingen beginnen te vervagen. Ik weet wel dat de meneer van de noodcentrale mij heel de tijd heeft bijgestaan. “Je moet beginnen te reanimeren, weet je hoe dat moet? Enkel hartmassage geven, niet beademen! Ik geef het ritme aan en jij blijft reanimeren tot de hulpdiensten er zijn. Eén en twee en drie en vier, en één en twee en drie en vier….”

Minuten die uren lijken. Een living die anders zo gezellig was, was nu veel te groot en veel te koud. Gevoelens van angst, boosheid, hulpeloosheid wisselden elkaar constant af. “Waar blijft die ambulance? Komaan Werner, hier blijven! Ik wil dit niet”,  heb ik geroepen en telkens opnieuw herhaalde de meneer van de noodcentrale: “Eén en twee en drie en vier, de ambulance is nu in de buurt, blijven reanimeren, niet stoppen, één en twee en drie en vier…”

Ergens wist ik het al, voelde ik dat dit helemaal niet goed was. Maar toch bleef ik hopen. Meer kon ik niet doen: hopen en blijven reanimeren. De ambulance was er, een opluchting maar ineens ook een shock. Aan hun blik zag ik genoeg. Ik wist het al, het moest enkel nog gezegd worden.

"Mevrouw, het spijt ons. We kunnen niets meer doen." 

Werner, lieve lieve Werner... Ik wou dat ik een toverstokje had en de tijd kon terugdraaien. Ik wou dat ik je kon helpen, maar dat ging niet. Ik hoop enkel dat je gevoeld heb dat ik je wilde helpen en dat je je niet alleen of in de steek gelaten voelde. We hoopten allemaal dat je ooit rustig tijdens je slaap zou heengaan, maar dat werd je niet gegund. Misschien is het typerend dat je met veel ophef vertrokken bent, want overal waar je kwam, maakte je indruk. Niemand zou jou ooit vergeten, daar zorgde jij wel voor. Een showbeest in hart en nieren, altijd en overal. De koning te rijk in huis, want iedereen zorgde op zijn manier wel voor jou, en dat liet je maar al te graag toe. Vanop jouw vast plaatsje in de zetel, kon je zonder iets te zeggen mensen bespelen, zoals enkel jij dat kon.

Zoals een collega het zo mooi omschreef: "Werner, honderden keren zijn we boos op jou geweest, maar duizenden keren hebben we met jou gelachen en geknuffeld. Je kwam ons een pets op onze billen geven om dan weg te lopen… wat gaan we die deugnietenstreken van jou missen."

Werner, mijn rebbegatje, het ga je goed daar. Je zit niet in de hemel rijstpap met een gouden lepel te eten, neen, je zit ergens waar er kroketten zijn, elke dag kroketten en cola, waar Boney M constant staat te spelen en vooral: je zit in ons hart.

Slaap zacht, mijne vriend.

Tina

(Dit verhaal werd geschreven door Tina op wordpress.misskrollekes.be) 

Foto's
Tina Thirion en Bram Janssens

Reactie toevoegen