Verontrusting bij hulpverleners

Analyse van ervaringen na gezinsdrama's

Hulpverleners komen in aanraking met allerlei situaties binnen gezinnen. Maar wanneer moeten ze echt ongerust zijn? “Als de integriteit van het kind in gevaar is moet er worden ingegrepen”, zegt minister Vandeurzen naar aanleiding van een nieuw onderzoeksrapport over gezinsdrama’s.

Het onderzoek werd gestart na een gezinsdrama in Lennik begin 2015. De onderzoekers spraken met hulpverleners, politie, justitie, nabestaanden en slachtoffers over hun ervaringen na een drama. Al deze mensen waren betrokken bij fataal familiaal geweld, waarbij kinderen het leven lieten door moord, doodslag of andere feiten. Volgens cijfers van de federale politie gaat het in België over om en bij de 50 gevallen in de laatste vijf jaar.

Preventie

Vanuit zijn wetenschappelijke expertise over familiaal geweld stelde dr. Hubert Van Puyenbroeck een rapport op met aanbevelingen voor het beleid. “Verschillende factoren kunnen tot verontrusting leiden bij hulpverleners of familieleden. De gezinssituatie, een echtscheiding, geestelijke gezondheidsproblemen,... zijn zeker belangrijke factoren. Hulpverleners gaven ook aan dat ze vooral verontrust raken wanneer er geen duidelijk zicht is op de gezinssituatie of wanneer ze het gevoel hebben niet alle informatie hebben of puzzelstukken bij elkaar kunnen leggen”, zegt Van Puyenbroeck.

 

Op vlak van preventie vermeldt het rapport inderdaad het belang van initiatieven rond relatiebemiddeling en het wegwerken van het taboe op geestelijke gezondheidsproblemen. Minister Vandeurzen reageert dat zoals voorzien in het plan van aanpak voor een Jeugdhulp 2.0 er een sensibiliseringscampagne over relatieproblemen en projecten met aandacht voor de positie van kinderen en jongeren in vechtscheidingen komt. In die aanpak wordt de samenwerking versterkt tussen alle actoren die betrokken zijn bij het gezin.

Zo wordt voor de professional een duidelijke en vlottere toegang tot de Vertrouwenscentra Kindermishandeling en de Ondersteuningscentra Jeugdzorg (als gemandateerde voorzieningen ) mogelijk gemaakt. Minister Vandeurzen herhaalt ook dat het de bedoeling is om campagnes voor de destigmatisering van geestelijke gezondheidsproblemen zoals Te Gek?! te blijven ondersteunen en ook de implementatie van de eerstelijnspsychologische functie  in heel Vlaanderen te ondersteunen.

Omgaan met verontrusting

De veiligheid van het kind is prioritair. Minister Vandeurzen: “We stimuleren het gebruik van bestaande methodieken op vlak van risico-inschatting, besluitvorming en professioneel handelen in situaties van verontrusting. Zo worden momenteel alle consulenten van de Ondersteuningscentra Jeugdzorg en Sociale Dienst Jeugdrechtbank opgeleid in het gebruik van ‘Signs of Safety’. Dat is een methode voor professionals om, samen met de gezinsleden aan de slag te gaan met de thuissituatie en te zorgen voor de nodige veiligheid in het gezin. We ondersteunen verder de goede praktijken van intersectorale samenwerking in het gepast omgaan met situaties van verregaande verontrusting.”

Daarnaast haalt de studie het belang aan van interculturele bemiddelaars en van blijvende investeringen in vormingen voor professionals over het delen van informatie en geestelijke gezondheid.

“De start van de Family Justice Centers brengt alle dienstverlening rond een gezin bij elkaar voor multidisciplinair overleg. Hierbij gaat bijzondere aandacht naar het verzekeren van de nodige continuïteit en coördinatie van hulptrajecten. Zo wordt in situaties van verregaande en complexe verontrusting toegewerkt naar het principe van ‘één gezin, één plan”, zegt minister Vandeurzen.

Het vrt-journaal geeft meer duiding bij de Family Justice Centers http://deredactie.be/permalink/2.43906?video=1.2635577

Help de hulpverlener

Na een drama zijn niet alleen slachtoffers en familieleden aangeslagen. Ook hulpverleners blijven met vragen of een wrang gevoel zitten. Het rapport formuleert dan ook de aanbeveling om als voorziening een procedure te voorzien voor de opvang en begeleiding van professionals die met een gezinsdrama geconfronteerd worden.

Niet enkel direct na het drama, maar ook langere tijd nadien kan er een nood ontstaan bij de professional. “Een aanbod aan ondersteuning voor de hulpverleners moet aanwezig zijn, maar mag niet verplichtend zijn”, zegt Van Puyenbroeck. “De hulp moet snel op gang komen. Het blijkt dat verbondenheid tussen collega’s en contact met nabestaanden kan helpen bij de verwerking van het drama."

Sinds de herziening van het kwaliteitsdecreet worden erkende voorzieningen ertoe aangezet om in het kwaliteitshandboek een procedure voor nazorg van hun personeel uit te werken die de principes en ankerpunten uit de analyse opneemt. “Er is best aandacht voor de mogelijke juridische nasleep. Medewerkers worden dan best ondersteund bij mogelijke vragen of onderzoeken van het gerecht”, zegt Van Puyenbroeck.

Leren uit drama’s

“Zowel professionals als nabestaande familieleden vragen expliciet naar studies of audit-onderzoek over cases waar iedereen uit kan leren. Het zorgaanbod kan maar blijvend geoptimaliseerd worden als er ook wordt ingezet op case-analyse dat nagaat wat er in het gezin misgelopen is ondanks de bestaande hulp- en dienstverlening. Ervaringen met deze ‘serious case reviews’ in het buitenland zijn positief bevonden”, zegt Van Puyenbroeck.

Een aandachtsambtenaar krijgt de opdracht om de omstandigheden van elk afzonderlijk gezinsdrama dat zich afspeelt systematisch in kaart te brengen, in overleg met de partners bij Justitie en Volksgezondheid. Op deze manier wordt ervoor gezorgd dat er vanuit preventief oogpunt lessen kunnen worden getrokken.

>> Het volledige rapport kan u hier vinden: www.vlaanderen.be/welzijnengezondheid

Ben je naar aanleiding van dit artikel ongerust over een mogelijke situatie van geweld, misbruik of kindermishandeling? Bel gratis en anoniem naar het nummer 1712. Je oproep verschijnt niet op de telefoonrekening. Of stuur een mailtje via www.1712.be. Want geweld kan stoppen.

Foto's
An-Sofie Soens