Tijd voor grey pride?

Aandacht voor genderidentiteit en seksuele diversiteit in woonzorgcentra

Als het gaat om holebi’s in woonzorgcentra, lijken vele betrokkenen te denken dat die er niet zijn. Of in ieder geval kennen ze er geen. Hoewel de meeste woonzorgcentra van goede wil zijn, blijft er een hardnekkig taboe rusten op oudere holebi’s.

Daarom organiseerde minister Vandeurzen in januari een studiedag over genderidentiteit en seksuele diversiteit in woonzorgcentra. Op die dag kregen directies, kwaliteitscoördinatoren en diversiteitsmedewerkers van woonzorgcentra een kader aangereikt over de specifieke behoeften van oudere holebi’s en transgenders. Als we ervan uitgaan dat 3 tot 8% van de Belgische bevolking geen hetero is, en we trekken dat door naar de oudere bevolking, dan kan je stellen dat er zo’n 200.000 oudere holebi’s en transgenders in België zijn. Velen van hen zijn uit de kast, maar vinden het moeilijk om zich ook in het woonzorgcentrum opnieuw te outen. De generatie die nu in woonzorgcentra verblijft, heeft de maatschappelijke evolutie rond seksuele diversiteit niet van dichtbij meegemaakt. Daardoor kruipen oudere holebi’s op latere leeftijd vaak opnieuw in de kast.

Zo ook Paul Rademaekers, 96 jaar, homopionier en bewoner van WZC Het Gouden Anker in Antwerpen. “In 2005 was ik 85 en voelde ik me depressief”, vertelt hij. “Ik woonde al 46 jaar alleen, waarvan het grootste deel van de tijd heel gelukkig. Ik zette me graag in voor homoverenigingen en -organisaties en stond altijd klaar met een luisterend oor of om iemand te helpen. Later in mijn leven kwam ik minder en minder buiten en raakte ik wat in de put. Een vriend is dan komen vragen of er plaats was voor mij in het woonzorgcentrum. Gelukkig bleek ik hier snel terecht te kunnen.” Uit onderzoek van Alexis Dewaele van de vakgroep Experimenteel-Klinische en Gezondheidspsychologie aan de UGent blijkt dat eenzaamheid een groter probleem is bij oudere holebi’s dan bij hetero’s. Ze zijn vaak niet getrouwd en hebben meestal geen kinderen, waardoor ze sneller in een isolement terechtkomen − wat ook bij Paul gebeurde. Holebi’s vinden op oudere leeftijd vaak ook moeilijker aansluiting bij de verenigingen waarin ze op jongere leeftijd wel actief waren. Er zijn op dit moment maar weinig verenigingen voor ouder wordende holebi’s.

Dus ik zweeg

Toen Paul in het woonzorgcentrum terechtkwam, is hij even opnieuw in de kast gekropen. “Op een van mijn eerste dagen hier, zat ik aan tafel met iemand die duidelijk anti-homo was. Die man wilde niet verzorgd worden door een verpleger die homo was en liet zich erg negatief over hem uit. Dus ik zweeg maar over mijn eigen geaardheid.” Tot een journalist, op zoek naar homo’s in woonzorgcentra, Paul contacteerde. Die vertelde dat hij al verschillende centra gebeld had en dat ze allemaal beweerden geen homo’s te kennen. “Dat deed me toch even nadenken”, zegt Paul. “Dat kon natuurlijk niet kloppen. Het taboe bleek overal nog aanwezig. Toen heb ik besloten het toch te zeggen, aan tafel met mijn medebewoners. Hun reactie was erg fijn: ze lachten en vertelden dat ze hun hele leven met plezier samen met homo’s waren uitgegaan. Mijn angst om het te vertellen bleek dus onterecht.”

Het echte keerpunt kwam er toen de VRT een brief stuurde naar de directrice van het woonzorgcentrum om te vragen of ik wilde meewerken aan een aflevering van Koppen. “Zo had de VRT mij geout bij de directie”, lacht Paul. “Zij is me toen meteen komen zeggen dat ze daar geen probleem mee had, dat het voor haar geen verschil maakte. Stilaan heeft het nieuwtje dan de ronde gedaan, de meeste verpleegkundigen weten het. Intussen heeft iemand van de verpleging ook een cursus gevolgd om holebi-bewoners op te vangen, en het personeel en de andere bewoners wat te sensibiliseren.”

Exclusief roze

Wat vindt Paul dat er moet gebeuren om holebi’s op hun gemak te stellen wanneer ze in het woonzorgcentrum aankomen? “Vaak vraagt men of je gehuwd bent. Da’s een vraag die voor holebi’s moeilijk ligt. Ook de vraag naar kinderen is in deze context niet zo neutraal als veel mensen denken. De vragenlijsten bij de opname gender)neutraler maken, zou al een hele stap in de goede richting betekenen.” Zou een exclusief roze woonzorgcentrum een optie zijn? Uit het onderzoek van de UGent blijkt dat slechts een minderheid van de oudere holebi’s – zo’n 20% − daarvoor te vinden is. Ook Paul vindt het geen goed idee: “Verliefdheid bestaat ook nog op latere leeftijd – vergis u niet – en dan allemaal samen in één huis … nee nee, toch maar niet”, gniffelt hij. 

Meer info op www.zorg-en-gezondheid.be/tachtigtinten

 

Foto's
Bob Van Mol