Verstoorde werking van tastprikkels

De link tussen zintuiglijke moeilijkheden, sociale interactie en autisme

Mensen met een autismespectrumstoornis ervaren moeilijkheden met sociale interactie. Onderzoekers zijn er nog niet helemaal uit hoe dat nu precies komt. Het onderzoek van doctoraatstudente Eliane Deschrijver (UGent) en haar promotoren prof. dr. Brass en prof. dr. Wiersema maakt nu duidelijk dat een andere verwerking van prikkels afkomstig van de tastzin hierin een belangrijkere rol kan spelen dan eerst werd gedacht.

Veel mensen die een autismespectrumstoornis (ASS) hebben, zijn over- of ondergevoelig voor zintuiglijke prikkels. “Sommigen voelen zich overweldigd door drukke omgevingen zoals supermarkten, anderen voelen verminderd pijn of houden niet van aanrakingen. Daarnaast ervaren ze sociale moeilijkheden, en kunnen bijvoorbeeld moeilijk deelnemen aan sociale interactie”, legt Deschrijver uit.

Uit de wetenschappelijke literatuur bleek al dat de ernst van de dagelijkse sociale moeilijkheden bij mensen met ASS sterk samenhangt met de mate waarin zij gevoelig zijn voor tastprikkels, meer nog dan met de mate waarin zij gevoelig zijn voor visuele of auditieve prikkels. Om te kijken waarom dit zo is, ging Eliane Deschrijver na hoe het brein van zowel mensen met als zonder ASS de eigen tastzin gebruikt om tastsensaties in acties van anderen te begrijpen.

“Eerder onderzoek focuste vooral op sociale problemen of zintuiglijke problemen. Sociale theorieën zochten de oplossing in het verleden bijvoorbeeld bij spiegelneuronen: men dacht dat mensen met ASS bewegingen van anderen niet verwerken op de plaats in het brein waar ze de eigen bewegingen verwerken, al zijn deze theorieën intussen omstreden. Er bestaat ook onderzoek naar de manier waarop mensen met ASS visuele informatie verwerken, waarin hun focus op detail onderzocht wordt. Maar het begrip van hoe zintuiglijke moeilijkheden en sociale problemen zich verhouden blijft klein.”

“Met dit onderzoek wilden we te weten komen of de verstoorde zintuiglijke verwerking verband houdt met sociale moeilijkheden. We denken dat hersenen de eigen tastzin gebruiken om zichzelf van anderen te onderscheiden: wanneer ik iets doe dat me een tastprikkel geeft, bijvoorbeeld iets vastgrijpen, verwacht ik een tastsensatie te voelen die overeenstemt met wat ik zie. Wanneer mijn eigen tastgevoel me iets anders vertelt, zal de tastsensatie die ik zie waarschijnlijk bij een andere persoon horen en niet bij mij. Het brein kan anderen dus beter begrijpen door te signaleren welke van de aanrakingen die men ziet niet overeenstemmen met het eigen tastgevoel”, zegt Deschrijver.

In een reeks experimenten toonden de wetenschappers aan dat het brein van mensen zonder ASS de eigen tastzin inderdaad vergelijkt met tastprikkels die zij zien en de hersenactiviteit van mensen mét ASS tijdens het verwerken van deze vergelijking verschilt van mensen zonder ASS. “Het menselijke brein geeft normaal gezien heel snel aan wanneer de tastprikkel van een ander niet klopt met de eigen tastzin. Dat betekent dat hersenen van mensen zonder ASS snel signaleren dat wanneer zij iemand anders iets zien aanraken, zij daar zelf niets van voelen”, aldus Deschrijver.

Uit het onderzoek blijkt dat dit anders verloopt in de hersenen van volwassenen met ASS. Hun brein signaleerde veel minder sterk dat de tastprikkel niet van hun was. Zij die ernstigere zintuiglijke gevoeligheden aangaven vooraf, toonden een sterkere verstoring van dit proces, terwijl zij het ook sociaal moeilijker hadden. “Het is bij mijn weten de eerste keer een relatie aangetoond kon worden tussen de manier waarop mensen met autismespectrumstoornis zintuiglijke informatie verwerken en hun dagelijkse sociale moeilijkheden. Het oorzakelijk verband is hiermee nog niet hardgemaakt. We weten nog niet exact of ze moeite hebben met sociale interactie omdat de interpretatie van zintuiglijke prikkels verstoord is, of omgekeerd. De bevindingen tonen wel zeker een verband aan tussen zintuiglijke en sociale moeilijkheden in het autismespectrum en daarmee is een belangrijke stap gezet om deze complexe stoornis te helpen begrijpen”, besluit Deschrijver.

Mensen met ASS die willen deelnemen aan toekomstig onderzoek van het Experimenteel PsychoLogisch Onderzoek Rond Autisme (EXPLORA) aan UGent, kunnen de onderzoekers contacteren (explora@ugent.be).