Star Trek bij de dokter

Of niet soms?

Harold Polis is essayist en uitgever. Voor Weliswaar blogt hij over hete hangijzers in de samenleving en hoe de tijdsgeest onze sociale omgang met elkaar bepaalt.

Ooit waren geneeskunde en zorg manieren om de klap van het noodlot te verzachten. De natuur was wreed en bood ons zelden een tweede kans. Als je een eeuw geleden tbc kreeg, was het einde nabij. Omdat tbc ook een sociaal bepaalde ziekte was, werd er een zorgnetwerk uitgebouwd om de zwakke groepen te beschermen. Zo kwamen er heel wat sociaal-verpleegkundigen in actie bij het Nationaal Werk van Kinderwelzijn (het vroegere Kind & Gezin), die risicogezinnen thuis opzochten. De zorg was, hoe basaal ook, goed georganiseerd en berustte op een duidelijk maatschappelijk engagement. Vandaag liggen de kaarten in ons deel van de wereld heel anders.


De globale zorgmarkt wordt geschat op 2.600 miljard euro, een bedrag dat nog toeneemt door wetenschappelijk ontwikkeling en vergrijzing. We slagen erin het noodlot tijdelijk uit te stellen. Dat loont. Iedereen vecht om een deel van de koek. En het gaat hard. Het Nederlandse technologiebedrijf Philips heeft zijn volledige lichtdivisie in de etalage gezet. Gedaan met de gloeilampen. Philips wil zich toespitsen op gezondheids- en consumententechnologie, want de digitale zorg is het nieuwe Eldorado. Net als zovele andere bedrijven wil Philips een schakel worden tussen ziekenhuis, arts en patiënt. Daar zit het geld. Het bedrijfsleven heeft het ritme van onze zorgcultuur aan. De rest volgt.


Een eerste revolutionaire IT-golf automatiseerde de backoffice van de zorg, door middel van ponskaarten en andere prehistorische technologie. In een tweede IT-golf was de technologie nog steeds eerder administratief, maar stond ze al dichter bij de patiënt. Daar zitten we nog steeds in. De Duitsers hebben bijvoorbeeld een heuse eHealth-kaart, die vanaf begin dit jaar individuele medische diensten en kosten regelt. En wat te denken van een fantastisch platform als zocdoc, een Amerikaanse toepassing die medische afspraken regelt? De Britse site DrEd (‘Your Online Doctor’) gaat nog een stap verder, zwaar ondersteund door de farmaceutische industrie. Maar dat is klein bier met de derde IT-golf, die met woeste snelheid op ons af komt: big data. Na jaren van investeringen beginnen al die apps en dataminingtechnieken vruchten af te werpen. Zoals de elegant gedesignde bodyscanner van Scanadu, een hightechbedrijf in Silicon Valley, opgericht door de uit Aalst afkomstige Walter De Brouwer.


De samenleving vindt het allemaal best. Onze technologische tolerantie is groot, omdat we gewend zijn aan internet, smartphones en tablets. Bovendien komt de derde IT-golf geen minuut te laat. De kosten van de zorg lopen steeds verder op. Als het beheer van big data ervoor kan zorgen dat we, bijvoorbeeld, chronisch zieke mensen minder vaak naar dokters en ziekenhuizen moeten sturen, dan zouden we een berg centen kunnen uitsparen. Op de koop toe zal het bestaande zorgapparaat wellicht efficiënter worden gebruikt. De voorwaarde is wel dat we begrijpen wat patiënten echt willen en hoe we die wensen kunnen verwezenlijken. Vervolgens zullen we rond die wensen meer complexe, geïntegreerde zorgsystemen bouwen, zoals we een eeuw geleden deden met de sociaal-verpleegkundigen. Het is de manier waarop een monsterbedrijf als Google zich heeft ontwikkeld. Google staat overigens te popelen om onze hartslag, bloeddruk en suikerwaarden te meten en te verkopen. En waarom niet, zolang we onze privacy maar keihard verdedigen en winstbejag niet verwarren met maatschappelijk engagement.

Harold Polis

Foto's
Bob Van Mol

Reactie toevoegen