welzijn & zorg

Social profit doet economie draaien

Verso-rapport: ‘De social profit in macro-economisch perspectief’
16.11.2016

De Vlaamse social profit koopt jaarlijks voor 11 miljard euro aan producten en diensten aan in andere sectoren. Tegelijk weet de social profit zich voor bijna de helft zelf te financieren en is de sector goed voor 8 procent van de toegevoegde waarde in Vlaanderen. De werkgelegenheid in de sector groeide in tien jaar met maar liefst 34 procent. Dat staat in het rapport ‘De social profit in macro-economisch perspectief’ dat Verso vandaag voorstelt.

“Onze sector doet de economie draaien, zorgt voor jobs en weet zich voor een groot deel zelf te bekostigen. De social profit is dus niet alleen een maatschappelijk waardevolle tak van de economie, het is ook een economisch succesverhaal”, besluit directeur Ann Gaublomme.

Verso baseerde zich voor haar rapport op de nationale en regionale rekeningen en de input-outputtabellen om een beeld te schetsen van de macro-economische waarde die aan de socialprofitsectoren kan worden toegeschreven. De social profit bestaat uit ondernemingen uit de gezondheidszorg, de welzijnssectoren, de socioculturele sector en de sociale economie. Ann Gaublomme: “De afgelopen tien jaar groeide de social profit steeds fors hoger dan het gemiddelde van de Vlaamse economie, zowel in macro-economische termen als op het vlak van werkgelegenheid. Deze cijfers tonen aan dat de social profit een belangrijke positie inneemt in het Vlaamse sociaal-economische landschap en in belangrijke mate bijdraagt aan onze welvaart.”

De groei van de social profit heeft ook een positief effect op de economische groei in de rest van de economie. Het intermediair verbruik vormt daarvoor een belangrijke indicator. Voor de Vlaamse social profit bedraagt dat intermediair verbruik 40,6%. Dat betekent dat de output van de Vlaamse social profit voor 40,6% tot stand komt door de aanwending van grondstoffen en hulpmiddelen uit andere bedrijfstakken, goed voor 11 miljard euro aan bestellingen.

“Andere sectoren vinden voor een niet-onaanzienlijk volume een afzetmarkt in de social profit”, stelt Ann Gaublomme. “De opmerking dat de social profit nagenoeg uitsluitend toegevoegde waarde creëert vanuit de beloning van werknemers of de inkomenscreatie bij zelfstandigen, is dus niet correct.”

Na de nijverheid, handel, zakelijke dienstverlening en de bouw, sectoren die door de aard van hun productieproces in grote mate steunen op bestellingen bij andere sectoren, is de social profit de sector met het hoogste niveau van intermediair verbruik. De sectoren waar de social profit de meeste bestellingen plaatst, zijn de chemische industrie, groothandel, consultancy en wetenschappelijke activiteiten en de zakelijke dienstverlening.

Het volledige onderzoeksrapport kan vinden op de website van Verso.