Rust in vrede

Bemiddelen bij het levenseinde kan je leren

Hulp- en zorgverleners die te maken krijgen met levenseindesituaties merken vaak dat familiale conflicten een uitgesproken scherp en pijnlijk karakter krijgen. Ook bijvoorbeeld over medische behandelingen of erfenissen. ‘Onverzoend’ sterven is voor niemand prettig. Daar probeert de nieuwe opleiding van Vives hogeschool – Bemiddeling bij het levenseinde – aan te verhelpen. 

Veel hulpverleners horen bij het einde van het leven van hun patiënten wel eens wat over conflicten met kinderen, broers of zussen. Ze weten er vaak niet goed raad mee en beslissen dat het tot de privésfeer van de patiënt behoort. Ze doen er dan verder niets mee. Vives hogeschool biedt al vier jaar opleiding in familiale bemiddeling en bemiddeling in sociale zaken. Vanaf dit academiejaar komt daar bemiddeling bij het levenseinde bij. Voor deze opleiding werkt Vives samen met de vzw ConnFinity.

Marc Delaere, Inge De Boeck en Claude Vandevoorde zijn de oprichters vzw ConnFinity. Marc verloor zelf zijn vrouw in 2012, na een lange strijd tegen kanker. Ze kreeg palliatieve zorg, waar Marc erg tevreden over was. Maar toen hij vroeg naar een vorm van begeleiding om het verlies te verwerken, leken de verpleegkundigen het te horen donderen in Keulen. Uiteindelijk vond Marc na een tijd zoeken wel een goede begeleiding en wisten hij en zijn kinderen hun leven snel goed op te pikken. Een jaar later beseften ze dat ze geluk hadden gehad. Ze dachten aan al die mensen die in die laatste fase met conflicten zitten die ze niet meer opgelost krijgen. Toen besloot Marc zelf in bemiddeling te stappen. Inge had eerder al dit idee, en had ook al ervaring met bemiddeling, dus zij was meteen te vinden voor een samenwerking. Ook Claude Vandevoorde had als docent postgraduaat familiale bemiddeling aan de KU Leuven al heel wat ervaring en zette er mee zijn schouders onder.

Marc Delaere: “We hebben het hele land afgestruind om bij hulp- en zorgverleners en organisaties te laten weten wat wij doen. De reactie was unaniem: heel interessant. We vonden de erkenning dat er nood is aan dit soort bemiddeling. Toch blijkt er nog een drempel en zijn dit soort diensten onvoldoende bekend in de zorgsector.” 

Rust er dan nog steeds een taboe op het levenseinde, en dan zeker wanneer er conflicten mee gepaard gaan? Inge De Boeck: “Toch wel. We horen dat het steeds meer bespreekbaar is, maar dat communicatie rond het levenseinde toch vaak nog stroef verloopt. Laat staan wanneer er conflicten zijn. Dan spreek je als het ware van een dubbel taboe. We hoorden ook af en toe van zorgverleners dat dit een leemte was in hun opleiding, dat ze niet geleerd hebben hiermee om te gaan.” 

“Patiëntenbegeleiders in ziekenhuizen hebben vaak wel weet van conflicten, maar daar wordt niet veel mee gedaan. Er wordt soms wel individueel gewerkt: wat betekent dit voor jou? Ze laten de patiënt dan ventileren, maar werken niet met de context. Als een moeder al jaren geen contact meer heeft met haar zoon, is er een zekere schroom om toch te proberen contact op te nemen.”

Over welk soort conflicten gaat het dan? “Vaak gaat het over erfenissen”, vertelt Inge De Boeck. “Soms is er niet veel nodig om het te doen ontploffen. En geld is zeker een materie waar mensen vaak ruzie over maken. Maar het kan evengoed gaan om een mama die volgens haar zoon moet opgenomen worden in een woonzorgcentrum, maar waarbij haar dochter vindt dat er voldoende omkadering en thuiszorg beschikbaar is. Ook medische conflicten komen voor: ga je voor palliatieve sedatie of euthanasie? Ga je nog behandelen of niet, en zo ja, welke behandeling? 

Claude Vandevoorde merkt dat er in de laatste levensfase veel mensen last hebben van situaties die niet ‘af’ zijn. “Na gevallen van misbruik of geweld, of bij financiële disputen hebben ouders vaak geen contact meer met een van hun kinderen.” Inge De Boeck vult aan: “Wij Vlamingen zijn ook notoire binnenvetters. We vegen vervelende situaties liever onder de mat. Alleen al het woord ‘conflict’. ‘Wij hebben geen conflict, we praten enkel niet meer met elkaar’, hoor ik wel eens.” “Of ze steken het op de ander. ‘Ik heb geen conflict, de andere is de schuldige.’ Maar de tegenpartij zegt dan hetzelfde”, gaat Claude Vandevoorde verder. “Daarom werken we in de opleiding erg rond meerzijdige partijdigheid. We zijn er voor iedereen en we hebben geen belang bij de uitkomst. We willen enkel dat alle partijen weer tot een consensus komen.”

Tot slot wil Claude Vandevoorde nog een verhaal kwijt dat hem altijd is bijgebleven uit de periode dat hij patiëntenbegeleider was in het AZ Groeninge in Kortrijk. “Ik werd bij een patiënt geroepen die slecht nieuws had gekregen. Zijn longen waren er slecht aan toe, hij ademde zwaar en het was duidelijk dat hij niet lang meer zou leven. Hij vertelde me dat hij bij het overlijden van zijn ouders dertig jaar geleden hevige ruzies over de erfenis had gehad met zijn broer. ‘Ik zou hem toch nog eens graag zien voor ik sterf’, zei hij me. Ik besloot de stoute schoenen aan te trekken en via via kwam ik aan het telefoonnummer van de broer. Ik belde hem en zei dat zijn broer hem nog eens wilde zien. Heel kortaf vroeg hij waar zijn broer lag. Twee dagen later stond die man daar, bleek en erg gespannen. De patiënt opende zijn ogen, zag zijn broer, en er verscheen een glimlach op zijn gezicht. ‘Gerard, ik ben het’, zei de broer. Na die woorden van zijn broer stierf de patiënt. Het was alsof hij op dat moment gewacht had. Er is geen gesprek geweest, niets bijgelegd, maar het feit dat zijn broer de stap gezet had om langs te komen was voldoende.” 

www.connfinity.be

www.vives.be 

Foto's
Bob Van Mol
Tags
137
Om commentaar te kunnen toevoegen moet u aangemeld zijn of indien u nog geen profiel hebt kan u zich hier registeren.