Onlinegroeipijnen

Wat jongeren online beleven en hoe ze erover communiceren

Het internet is niet meer weg te denken uit het dagelijkse leven van jongeren. Naast de onschatbare waarde aan info en entertainment, schuilen er in internetgebruik helaas ook gevaren. Zijn ouders op de hoogte van onlinerisico’s en kunnen ze jongeren ertegen beschermen? Katrien Symons deed in samenwerking met Koen Ponnet onderzoek naar online-ervaringen en ouder-kindcommunicatie rond internetgebruik.

Katrien Symons is onderzoekster bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (HIG, Odisee). In samenwerking met de lerarenopleiding van Odisee en de onderzoeksgroep MIOS (Universiteit Antwerpen) bevroeg ze 357 Vlaamse gezinnen over het internetgedrag van de jongere en de bijhorende opvoedingspraktijken. Samen met kwalitatieve data uit focusgroepen met ouders van een kind tussen de 13 en 18 jaar, werd deze info toegepast in workshops.

 

Zijn ouders en hun kinderen op de hoogte van de risico’s van online aanwezig zijn?

Katrien Symons: “Ouders overschatten hoeveel ze weten. Ze denken vaak dat ze het wel spontaan van hun kinderen zullen horen, mocht er iets foutlopen. Vandaar dat ouders kunnen helpen door meer betrokken te zijn. Dat lukt natuurlijk beter als ze weten waar ze op moeten letten. Er bestaan al heel wat tips.” (zie kader) “Ook kinderen kunnen beter voorbereid worden op onlinerisico’s. Via workshops in samenwerking met Jong & Van Zin laten we kinderen nadenken over privacy, over de grens tussen publiek en privé. We stellen vragen over wat zij vinden dat kan en wat niet kan. Vinden ze het oké om een sexy selfie door te sturen of bevriend te zijn met onbekenden? Leerkrachten waren zeker vragende partij naar meer materiaal om mee aan de slag te gaan in de klas. Zoals ouders pikken ze nu al vaak in op situaties die ze zien gebeuren.”

“Ouders overschatten hoeveel ze weten over de onlinebeleving van hun kinderen.”

Wat is er zo anders aan opvoeden in onze onlinemaatschappij?

“Onlinegedrag is op veel vlakken te vergelijken met offlinegedrag. Het is eigen aan pubers dat ze wat meer gesloten zijn over bepaalde delen van hun leven tegenover hun ouders, zeker over dat wat de jongere als persoonlijk ervaart. Net daarom is het niet verwonderlijk dat online-ervaringen zoals cyberpesten vaak onder de radar blijven bij ouders. Uit onze focusgroepen blijkt dat ouders zich wel eens zorgen maken over wat er zich online afspeelt. Vooral het feit dat cyberpesten nooit stopt, baart hen zorgen. Terwijl je kind thuis wel even tot rust kan komen, als het op school of in de sportclub wordt gepest. Het veranderen van omgeving zorgt dan voor een break in de stress.”

Hoe kunnen ouders hun kinderen begeleiden bij onlinepestgedrag?

“Uit het onderzoek weten we dat kinderen erbij gebaat zijn wanneer ouders op de hoogte zijn van pestgedrag. Ouders kunnen emotionele steun geven en ze kunnen soms ook helpen om het pesten te stoppen. Ouders kunnen helpen, maar in enkele gevallen het ook erger maken door zich te mengen in discussies of door internetgebruik als straf te verbieden.”

“Cyberpesten is vaak het verlengde van offlinepesten, het stopt nooit”

“Algemeen zien we dat de meeste ouders weinig afspraken maken over internetgebruik. Ze pikken wel in op bepaalde situaties, ze zien een bepaalde foto verschijnen die ze niet oké vinden of keuren een bepaald taalgebruik af. Maar over het algemeen willen ouders hun jongeren niet te veel controleren. Ze leggen al gauw de link naar hun eigen jeugd en bekennen dat ook hun ouders niet alles wisten. Om dichter bij je kind te komen, mag je vooral niet te veel willen inbreken in hun wereld. Bij een open communicatie in je gezin kan je een connectie maken over het internetgebruik. Probeer te begrijpen waar je kind mee bezig is en probeer niet te negatief te zijn. Vaak kom je meer te weten als je het kind gewoon op eigen tempo laat vertellen in plaats van het te controleren. Net zoals je kinderen moet vertrouwen de eerste keer dat ze alleen op stap gaan, zo is ook dit een oefening in het omgaan met de autonomie van je kind.”

Enkele bevindingen uit het onderzoek:

  • Jongens spenderen gemiddeld iets meer tijd online dan meisjes.

  • Jongens en meisjes hebben gemiddeld evenveel ‘onbekende contacten’ in hun netwerk, verwijzend naar mensen die ze nog nooit in het echt hebben ontmoet.

  • Jongens en meisjes stellen evenveel risicogedrag op sociale media (verwijzend naar contactinformatie delen met onbekenden, vriendschapsverzoeken van onbekenden aanvaarden, zelf onbekenden toevoegen).

  • Jongens surfen gemiddeld vaker dan meisjes naar websites met een gewelddadige en pornografische inhoud

  • Jongens geven even vaak als meisjes aan dat ze al eens iemand online hebben gepest.

  • Meisjes geven vaker aan dan jongens dat ze het slachtoffer werden van cyberpesten.

  • Jongens geven even vaak als meisjes aan dat ze al eens een seksueel getinte foto van zichzelf verstuurden.

  • Jongens geven even vaak als meisjes aan dat ze al eens een seksueel getinte foto van iemand anders doorstuurden naar anderen.

  • Jongeren die offline dader zijn van pesten, zijn ook vaker dader van onlinepesten.

  • Jongeren die offline slachtoffer zijn van pesten, zijn ook vaker slachtoffer van online pesten.

 

Concrete tips over internetgebruik bij jongeren vind je via https://www.medianest.be/  

 

Foto's
wikimedia