welzijn & zorg

Check-up van het gezondheidssysteem

12.01.2016

Belgen zijn best tevreden met hun gezondheidszorg en 78% vindt dat hij/zij in goede gezondheid verkeert. De zorgkwaliteit van ons land bevindt zich op het Europese gemiddelde. Uiteraard zijn er ook mindere punten, tijd voor een check-up van het gezondheidssysteem.

Om de drie jaar publiceert het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) een check-up van ons gezondheidssysteem, samen met het RIZIV en het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV).

Het huidige rapport geeft een overzicht van de sterke en zwakke punten van het systeem over de periode 2008-2013. Het helpt de beleidsmakers en de verantwoordelijken van het systeem bij het stellen van prioriteiten om het systeem performant te houden of zelfs te verbeteren. De oefening wordt uitgevoerd in vele Europese landen, die daardoor met elkaar kunnen worden vergeleken en doelstellingen kunnen bepalen om het niveau van de best scorenden te bereiken.

De onderzoekers namen 106 indicatoren over 6 grote domeinen onder de loep : gezondheidspromotie, preventieve, curatieve, langetermijn en palliatieve zorg, en geestelijke gezondheidszorg. Elk domein werd op zijn beurt geëvalueerd aan de hand van 5 criteria : kwaliteit, toegankelijkheid, efficiëntie (de verhouding tussen doeltreffendheid en kost), duurzaamheid en billijkheid.

Tevreden burgers, maar…

Voor de burger is de balans eerder positief: een groot deel (78 %) van de Belgen vindt dat hij/zij in goede gezondheid verkeert. Dit resultaat ligt hoger dan het Europese gemiddelde, en de Belgen zijn tevreden over hun gezondheidszorg.

Ons systeem kan worden beschouwd als toegankelijk, dankzij onze ziekteverzekering en de vangnetten van onze sociale zekerheid voor de laagste inkomens (maximumfactuur, verhoogde terugbetaling van ziektekosten). Toch moeten de patiënten nog een groot gedeelte zelf betalen: 18% van de totale ziektekost, wat hoog is tegenover andere Europese landen.

Een gemiddelde kwaliteit

De meeste resultaten m.b.t. zorgkwaliteit liggen op het Europese gemiddelde. Toch zijn er een aantal minpunten, zoals een hoog aantal antibioticavoorschriften. De zorgcoördinatie voor kankerpatiënten en diabetici verbetert wel. In de woonzorgcentra of de rust-en verzorgingstehuizen zijn de resultaten gematigd. Doorligwonden komen weliswaar relatief weinig voor, maar de bewoners krijgen moeilijk toegang tot een arts-specialist (bv. een oogarts voor de opvolging van diabetici). Een hoog aantal ouderen slikt dagelijks meer dan 5 geneesmiddelen. Inzake toegankelijkheid en de zorgkwaliteit rond het levenseinde, doet men meer beroep op palliatieve zorg en komt therapeutische hardnekkigheid nog relatief weinig voor. Toch overlijden de meeste Belgen nog in het ziekenhuis, terwijl de meerderheid dit niet wenst.

Preventie

De vaccinatiedekking bij jongeren ligt soms lager dan aanbevolen (bv. de rappelvaccinatie tegen mazelen) en ouderen worden zelfs minder gevaccineerd tegen griep. Het aantal volwassenen met obesitas blijft onveranderd, er wordt nog steeds veel gerookt, mensen bewegen nog altijd te weinig en bij jonge mannen is er nog veel riskant alcoholgebruik (binge drinking). Bovendien zijn er in dit domein nog vele socio-economische ongelijkheden, waardoor de bevolking gezondheidsboodschappen onvoldoende begrijpt (gezondheidsalfabetisme of ‘health literacy’).

Geestelijke gezondheid

Er zijn nog altijd veel zelfdodingen, het aantal opnames in een psychiatrische instelling blijft stijgen en er worden steeds meer antidepressiva genomen. Daarbij komen nog de lange wachttijden voor een 1e contact met een centrum voor geestelijke gezondheidszorg, wat de toegankelijkheid van deze diensten in vraag stelt. Het systeem wordt meer efficiënt, maar inspanningen blijven nodig

Budget

Op budgettair gebied verbetert de efficiëntie van het systeem. Dat blijkt uit een hoger gebruik van goedkopere en generische geneesmiddelen, een lager aantal klassieke ziekenhuisopnames (minstens 1 nacht) ten voordele van dagoperaties en kortere verblijven na een normale bevalling.

Toch gebeuren bepaalde soorten onderzoek nog teveel, wordt bepaald materiaal nog te vaak gebruikt (bv. bij radiologie) en zijn er nog te grote verschillen tussen ziekenhuizen voor bepaalde interventies (bv. keizersneden).

Een Europees initiatief

Deze performantiemeting is een vervolg op en een uitbreiding van de twee eerdere KCE-RIZIV-WIV rapporten uit 2010 (KCE rapport nr 128) en 2012 (KCE rapport nr 196). Het initiatief vindt zijn oorsprong in het Handvest van Talinn, ondertekend door alle Europese landen in 2008. Op basis van dit handvest verbonden deze landen zich ertoe om geregeld de performantie van hun gezondheidssysteem te meten en te evalueren.

Lees het volledige rapport.

 

(bron: KCE)