kinderen & jongeren

Jongeren drinken minder alcohol en gebruiken minder drugs

VAD-leerlingenbevraging: dalende trend zet zich voort

De dalende trend van drank- en druggebruik bij jongeren zet zich door, maar tegelijk duiken er enkele signalen op die om aandacht vragen. De daling van alcoholgebruik stagneert en risicovol gebruik blijft aanwezig. Dat blijkt uit de bevraging van bijna 37.000 leerlingen uit het secundair onderwijs door VAD (Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs).

De resultaten van de leerlingenbevraging bevestigen dat Vlaamse jongeren vandaag minder alcohol drinken dan tien jaar geleden. In vergelijking met 2013-2014 is het alcoholgebruik duidelijk gedaald. Het aandeel leerlingen dat ooit alcohol dronk, daalde van 65% naar 46%, het gebruik tijdens het voorbije jaar van 58% naar 40% en het regelmatig gebruik (minstens één keer per week) van 14% naar 9%.

Daling lijkt te stagneren

Hoewel de cijfers gunstig evolueren, blijft de groep jongeren die alcohol drinkt aanzienlijk en geven ze zelf aan dat hier risico's aan verbonden zijn. Zo ervaarden zes op de tien leerlingen die in het voorgaande jaar alcohol dronken daar minstens één negatief gevolg van, zoals misselijkheid, achteraf beschaamd zijn over het eigen gedrag, betrokken raken bij een ruzie of gevecht, vandalisme plegen of problemen krijgen op school of met de politie. Verschillende van die gevolgen komen zelfs vaker voor dan tien jaar geleden. Het aantal leerlingen dat alcohol drinkt en problemen kreeg op school of met de politie verdubbelde. Ook ziekenhuis- en spoedopnames na alcoholgebruik komen vandaag veel vaker voor.

Ook bingedrinken blijft een aandachtspunt. Nog steeds deed 23% van de leerlingen in het voorgaande jaar minstens één keer aan bingedrinken. Bij de 17- en 18-jarigen loopt dat aandeel zelfs op tot 46%. Bovendien neemt het aandeel jongeren dat frequent bingedrinkt (minstens één keer per maand) de laatste schooljaren niet verder af.  

Ook de leeftijd waarop jongeren voor het eerst alcohol drinken, is iets om in het oog te houden. Tussen 2013-2014 en 2022-2023 steeg de gemiddelde beginleeftijd van 14 naar 14,9 jaar, om nu weer te dalen naar 14,7 jaar. Daarnaast dronk 28% van de 15- en 16-jarigen al sterkedrank, ondanks het wettelijke verbod voor deze leeftijdsgroep.

Zonder twijfel speelt de nog steeds grote beschikbaarheid van alcohol, zelfs op jonge leeftijd, een rol. Zo denken vier op de tien leerlingen jonger dan 16 jaar gemakkelijk aan bier of wijn te kunnen geraken. Opvallend is dat dit aandeel, in tegenstelling tot bij leerlingen van 16 jaar en ouder, de voorbije drie schooljaren niet verder daalde. Verontrustend is dat het drinken van alcohol omdat die wordt aangeboden, bij 12- tot 14-jarige leerlingen even vaak voorkomt als bij oudere leerlingen.

"Deze evoluties tonen duidelijk aan dat preventie werkt. Jongeren drinken minder en stellen alcoholgebruik langer uit dan vroeger. Tegelijk merken we dat sommige positieve trends afzwakken. Als we verdere gezondheidswinst willen behalen, moeten we blijven investeren in preventie bij jongeren, maar ook in alcoholpreventie in de samenleving als geheel. De alomtegenwoordigheid van alcohol in onze samenleving betekent een rem voor de resultaten die we bij jongeren kunnen behalen", zegt Katleen Peleman, directeur van VAD.

Cannabis en andere illegale drugs

Het cannabisgebruik bij Vlaamse jongeren is de voorbije tien jaar meer dan gehalveerd. Het aandeel leerlingen dat ooit cannabis gebruikte, daalde van 18% in 2013-2014 naar 9% in 2024-2025. Het gebruik tijdens het voorbije jaar ging terug van 14% naar 5% en het regelmatig gebruik van 3% naar 1%.

Andere illegale drugs worden zo goed als nooit gebruikt. Voor middelen zoals xtc, cocaïne, amfetamines en hallucinerende middelen (zoals paddo’s of lsd) schommelt het gebruik tijdens het voorbije jaar tussen 0,1% en 0,6%, terwijl regelmatig gebruik onder 0,1% blijft. Ook het gebruik van lachgas, dat geregeld de media haalt, blijft beperkt: 0,8% van de leerlingen gebruikte het tijdens het voorbije jaar en 0,1% gebruikt het regelmatig.

Jongeren hebben bovendien steeds minder het gevoel dat illegale drugs gemakkelijk beschikbaar zijn. Het aandeel leerlingen dat denkt er makkelijk aan te kunnen geraken, daalde van 26% in 2013-2014 naar 17% in 2024-2025. “In het publieke debat ontstaat soms de indruk dat illegale drugs overal aanwezig zijn. Deze cijfers geven voor de jongeren alvast een eerder geruststellend beeld: bijzonder weinig jongeren gebruikten al illegale drugs. De enige uitzondering vormt cannabis, en daarvoor zijn zowel de beschikbaarheid als het gebruik ervan de voorbije tien jaar duidelijk afgenomen. Ook hier blijft preventie belangrijk om die positieve evolutie verder te zetten”, aldus Peleman.

Een opvallende vaststelling is dat 37% van de leerlingen met niemand zou praten als ze problemen zouden ervaren door alcohol- of druggebruik. Niet met ouders, niet met vrienden en ook niet met een professional uit het onderwijs of de hulpverlening. Nochtans kunnen jongeren voor vragen over drank, drugs, medicatie, gamen en gokken anoniem en vertrouwelijk terecht bij initiatieven zoals De Druglijn. Tegelijk geeft 21% van de leerlingen aan dat ze in zo'n situatie contact zouden opnemen met De Druglijn. Hulpverlening zichtbaar en toegankelijk maken, blijft dus belangrijk.