Naar een duurzaam, toegankelijk en gezond voedingsaanbod op scholen
Na een eerste projectoproep stapten al 29 lokale besturen in het project voor gezonde voeding op school. Vorig schooljaar werden er al zo’n 75.000 leerlingen bereikt in kleuterscholen en lager onderwijs. Ondertussen loopt er een nieuwe projectoproep voor de komende jaren. Koen Devroey en Murielle Van Imschoot van het Departement Zorg leggen uit hoe dit aangepakt wordt.
Murielle Van Imschoot, beleidsmedewerker armoedebestrijding Departement Zorg: “In het begin was het plan om warme gezonde maaltijden te voorzien in de scholen. Later is dat opengetrokken naar algemene gezonde voeding. Enerzijds om waar nodig te kunnen inzetten op voeding, maar anderzijds ook uit praktische overwegingen, omdat bijvoorbeeld niet elke school over een keuken beschikt.” Waar moeten we dan aan denken? “Een ontbijtkar met gezonde opties. Soep bij de lunch. Gezonde snacks tijdens de pauzes. De scholen mogen dit zelf invullen volgens de noden die ze zien en de mogelijkheden die ze hebben.”
Het project loopt in een cofinanciering van de Vlaamse overheid met lokale besturen. Lokale besturen bekijken in hun regio welke scholen kunnen instappen. In totaal is er 170 euro per leerling te besteden aan gezonde voeding. Vlaanderen betaalt per leerling 136 euro, en het lokaal bestuur 34 euro. Na een eerste projectoproep met instapmomenten op 1 september 2025 en 1 januari 2026 stapten 29 lokale besturen in, en die bereiken ongeveer 75.000 leerlingen in kleuterscholen en lager onderwijs. “Voor de komende vier schooljaren is er een nieuwe projectoproep”, legt Murielle uit. “De inschrijvingsperiode voor het instapmoment op 1 september 2026 liep in mei af. Het volgende instapmoment, voor nieuwe lokale besturen, wordt september 2028.”
Invulling volgens lokale besturen
Lokale besturen mogen zelf beslissen hoe het in de praktijk wordt ingevuld. “Kijk bijvoorbeeld naar Sint-Truiden, in het hart van de fruitstreek”, zegt Murielle. “Daar hebben ze een overeenkomst met de fruitveiling dat het fruit rechtstreeks van de veiling naar scholen wordt gebracht. Op andere plekken geeft het lokale bestuur het geld aan de scholen. Ze geven de scholen de keuze om een aanbod op maat te creëren. We leggen vanuit de Vlaamse overheid wel bepaalde eisen op, maar ze kiezen zelf hoe ze daaraan voldoen.”
Enkele grote(re) steden waren hier al mee bezig voor onze oproep er kwam. Ze hadden vaak al een uitgewerkt aanbod rond gezonde voeding op school. “Maar ook zij stapten in”, aldus Murielle. “Ze hebben hun aanbod opgeschaald en verbeterd. Een andere grote groep lokale besturen had nog niets ondernomen op dit vlak. Daar merken we dat ze voorzichtig experimenteren met enkele scholen en een kleiner aanbod. We hopen dat ze de komende jaren ook opschalen. Ze kunnen ook leren van elkaar. We hebben een onlinedraaiboek met inspirerende praktijken. Dat breiden we ook uit met nieuwe inspirerende praktijken.”
Uitdagingen aangepakt
Op welke maatschappelijke uitdagingen biedt dit project een antwoord? “Met het project willen we gezonde voeding toegankelijk maken tijdens de schooluren voor zoveel mogelijk kinderen. Kinderen kunnen niet leren op een lege maag”, zegt Murielle. Door gezonde voeding aan te bieden op school, pikken leerlingen ook meteen goede gewoontes op voor de rest van hun leven. “We willen gezonde voeding op een gelijke manier aanbieden aan elk kind op school, als een universele maatregel waar elk kind voordeel bij kan hebben. De idee van de ontbijtkarren met gezonde opties kwam er na overleg met het Netwerk tegen Armoede. Zij weten dat ouders in armoede hun best doen om een gevulde brooddoos mee te geven, maar dat de kinderen dan soms wel zonder ontbijt naar school gaan. Een gezonde ontbijtkar is in dat geval zeker een goed idee.”
“We zien ook een wildgroei aan fastfoodplekken, ook in de buurt van scholen. Daar willen we een tegengewicht voor bieden.” Het team Armoedebestrijding werkt hiervoor nauw samen met het team Gezondheidsbevordering en Vroegdetectie van de afdeling Preventief Gezondheidsbeleid. “Zij hebben de kennis over gezondheidsbevordering, en hebben ook veel contacten met scholen over gezonde voeding. Een andere partner is het Netwerk tegen Armoede. Het draaiboek is dan weer geschreven door Rikolto, het Vlaams Instituut Gezond Leven en Gezondheidsmakers. Zij staan dicht bij de scholen en weten wat daar leeft.”
Extra aanmoediging
Koen Devroey, team armoedebestrijding Departement Zorg, weet dat gezonde voeding op school niet nieuw is: “Gezond eten en bewegen zijn thema’s die al langer leven in scholen. De afdeling Preventief Gezondheidsbeleid is al geruime tijd rond dit beleidsthema aan de slag. In die zin is het project eerder een aanvulling op wat er al bestond. Het verschil is dat in dit geval het geld effectief naar voeding moet gaan, en niet naar educatieve pakketten of sensibilisering. Je kan het zien als een volgende stap in het beleid. Theorie is zeker belangrijk, maar nu bieden we ook de praktijk aan. Er waren al scholen die gezonde voeding aanboden. De kleinere scholen deden dat vaak nog niet. Die nieuwelingen maken we warm om bij te leren en binnen twee jaar ook in te stappen. We moeten het warm water niet opnieuw uitvinden als het gaat om gezond eten. Dit project is gewoon een extra aanmoediging. Onder het motto ‘jong geleerd is oud gedaan’ kozen we ervoor om te focussen op kleuterscholen en lager onderwijs. Daar zijn de gewoonten en de voorkeuren zich nog sterk aan het ontwikkelen. In dit stadium kunnen gezonde voedingspraktijken de basis leggen voor een leven lang goede eetgewoonten en welzijn.”
Impact
De impact van het project is divers. “Op sommige scholen boden ze eerder geen fruit aan en nu wel. Op andere scholen werden al appels aangeboden, maar konden ze met het extra budget meer variatie aanbrengen in soorten fruit. Sommige scholen bieden ook soep aan of zelfs volledige warme maaltijden”, aldus Murielle. Kan je de impact van dit project meten? “Dat is de bedoeling, maar het is moeilijk”, zegt Koen. “We zouden graag de impact op de gezondheid en op de studieresultaten kennen. We bekijken welke data we nu al hebben over die schoolpopulatie. Maar impactmetingen vragen best wat mankracht en geld, zonder dat er altijd duidelijk bewezen kan worden dat de verschillen voor en na een gevolg zijn van het project. We zullen goed moeten bewaken waar de grenzen liggen en wat zinvol is om te onderzoeken.”
Gezondheidsongelijkheid verkleinen
Kan dit project de gezondheidsongelijkheid verkleinen? Koen denkt van wel: “Kijk gewoon al maar eens in supermarkten. Een diepvriespizza heb je al voor een handvol euro’s. Als je die pizza zelf maakt met verse ingrediënten, kom je nog niet toe met het dubbele van dat budget. Wie op zijn budget moet letten, grijpt dan noodgedwongen naar de goedkopere keuze. Is dan alles opgelost door op school gezonde voeding aan te bieden? Zeker niet. We hebben niet in de hand wat er in het weekend en ’s avonds door schoolkinderen gegeten wordt. Dus gezondheidsongelijkheid zullen we er niet volledig mee wegwerken, maar het is wel een stapje in de goede richting. Ik geloof erin dat dit element kan bijdragen tot het terugdringen van ongelijkheid.”
Wanneer mogen we het project als geslaagd beschouwen? “Het heeft wat tijd nodig”, zegt Koen. “Als we met deze projectoproep een beweging in gang zetten naar minder lege magen ’s morgens, een betere gezondheid en meer welbevinden bij kinderen, is het voor ons geslaagd. En het ziet ernaar uit dat dit op termijn zal lukken.”