welzijn & zorg

“Herstel en groei beginnen met gezien en gehoord worden”

De essentie volgens Nico Sturm
22.05.2026
Foto's
Stephan Vanfleteren

Nico Sturm is bij de meesten bekend als acteur, op televisie en op theaterpodia. Sinds een vijftal jaar staat hij ook aan het hoofd van het Antwerpse theatergezelschap Tutti Fratelli, als opvolger van Reinhilde Decleir. Bij de fratelli’s is iedereen welkom, maar toch vooral wie het om welke reden dan ook wat moeilijker heeft in het leven.

“Wij staan inderdaad open voor iedereen,” steekt Nico van wal, “en zeker voor wie drempels ervaart in onze samenleving. Door een psychologisch probleem, een fysieke beperking, kansarmoede, even het licht van het leven niet meer zien. Ze kunnen dat licht hier komen terugvinden.”

Hoe pakken de fratelli’s dat dan aan? “Vaak gaat het over zelfvertrouwen teruggeven dat ze kwijtgeraakt zijn. En dat begint met hen te zien en te horen, letterlijk vaak. We gaan in gesprek, geven tijd, investeren in hen. Eens we weten wie ze zijn, beginnen we aan de kunsten, theater en muziek. Een theaterstuk is een gezamenlijk doel waarbij iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid draagt, elk volgens zijn eigen talenten. Die zaten soms lang verborgen, of ze kenden ze zelfs nog niet. We zetten onze mensen weer op weg, en in het beste geval moet je hen weer laten vertrekken omdat ze sterk genoeg zijn geworden om het weer zelf te kunnen. Het is misschien wat te vergelijken met wat een vader voelt als een kind het nest verlaat om op eigen benen te gaan staan. Je ziet mensen groeien, en wat kunnen ze een studie starten of vinden ze een job.”

Tutti Fratelli geeft niet alleen zorg en een luisterend oor, en toe een warme maaltijd. “We vragen ook engagement, discipline, en hard werk”, legt Nico uit. “Ze moeten hier meerdere keren per week zijn, gedurende maanden. We vragen hen bij het begin: waar sta je op dit moment in je leven, waar ben je naar op zoek, hoe kunnen we dat inpassen in wat wij hier doen? Het is niet de bedoeling dat ze hier zo maar een beetje komen hangen om wat getroost te worden. Soms is het met bloed, zweet en tranen. We werken hier samen aan verhalen. En ja, er is elke dag wel iemand die zich niet lekker voelt, slecht geslapen heeft, niet gegeten heeft. Dan bellen ze: moet ik echt komen? Ja, dat moet. Die structuur en discipline zijn belangrijk. Dat leren ze hier en nemen ze ook mee voor later.”

‘Ik moet just niks’

Toen Reinhilde Decleir ziek werd, en niet veel later overleed, nam Nico haar taak over. “Ik heb daar niet over getwijfeld”, vertelt hij. “In haar laatste maanden zei ze tegen me: ‘Ja, gij moet dat dan overnemen.’ Ik antwoordde: ‘Ik moet just niks.’ Dat zei ik om de situatie wat te ontladen. Wat later vroeg ik: ‘Wat als Tutti Fratelli samen met jou zou sterven? Zou je dat erg vinden?’ Dat was een retorische vraag. Natuurlijk zou ze dat erg vinden.”

Nico stapte er naïef en liefdevol in, zonder veel nadenken of rekenen. “Ik ben geen CEO van een bedrijf”, stelt Nico. “Het is een levenswerk dat moet blijven bestaan, een prachtige plek vol prachtige mensen. De liefde is hier sterk. Ik heb me ook afgevraagd: wat als ik het niet doe? Als ik enkel zelf zou gaan acteren en applaus in ontvangst nemen, zou ik toch het gevoel hebben dat ik iets verloren heb laten gaan.”

Mensen zeiden hem toen hij het overnam dat hij grote schoenen moest vullen. “Reinhilde deed veel op intuïtie en ervaring”, weet Nico. “Maar ik wil mijn eigen schoenen dragen. Ik besloot de zorg binnen Tutti Fratelli uit te bouwen tot een echt team. Zo werkten we professioneel en moest ik het niet allemaal zelf doen. We namen een stagiair maatschappelijk werk aan, die nadien vast in dienst gekomen is. Daarnaast zit er een psychologe in het team, en op dit moment ook twee zorgstagiairs. Zo worden ze ook echt een team.”

Tutti Fratelli stopt niet aan de drempel

Het zorgteam houdt ook veel connecties vast buiten Tutti Fratelli. “Zij houden in het oog dat de hulp van buitenaf blijft lopen zoals het hoort, en als dat niet zo is, zullen ze zorgen dat die lijnen weer geopend worden. Ze onderhouden contacten met voogden, CAW’s, dagcentra en de organisaties waar sommige van onze fratelli’s verblijven. Onze werking stopt niet aan de drempel van ons gebouw. We bouwen hier niet zomaar de ideale wereld, om alles buiten te negeren. We houden de vinger aan de pols van de samenleving, zonder dat we daar alles moeten oplossen. We zijn een opener huis geworden, met links naar welzijn, maar ook met meer artistieke samenwerkingen en kruisbestuivingen.”

Tutti Fratelli huist in een groot pand aan de Lange Gasthuisstraat, in het centrum van Antwerpen. Nico vindt het belangrijk dat ze op die plek zitten. “Wij blijven hier, we laten onze niet verhuizen naar een achterbuurt. Ook al heeft ons gebouw ondertussen letterlijk fundamentele problemen, het is aan het verzakken sinds bouwwerken bij de buren. Dat brengt ons veel kopzorgen. Maar we willen niet weggestopt worden in de rand. We willen deel uitmaken van de stad en van de samenleving, in het kloppend hart.”

Als hij zijn gezelschap op een podium ziet stralen voor een publiek, geeft dat dan meer voldoening dan een gewone voorstelling spelen? “Ja, toch wel. Je weet dat ze veel drempels over moeten gaan, en hoeveel werk, zorg en groei erin zit. De voorstellingen zijn vaak louterend. Maar soms zit die voldoening ook in een babbel in de keuken, wanneer je merkt dat iemand al erg veranderd is tegenover het moment dat hij binnenkwam. Dat zijn echt cadeaus voor mij.”

Nico vergelijkt Tutti Fratelli soms met een boom. “Er werd een zaadje geplant, dat is ontkiemd, gegroeid, geworteld, vertakt. Er zijn acties in de stad. Er is een jongerenwerking. We hebben tegenwoordig ook een koor. Er zijn verschillende trajecten voor verschillende talenten. We gaan ook naar buiten, naar woonzorgcentra bijvoorbeeld, om te zingen en samen eten met de mensen. De boom bloesemt en bloeit, en we hopen dat we die nog lang zo kunnen verzorgen dat iedereen zich hier thuis voelt.”