ouderen

Van versnipperde hulp naar een gedeeld zorgverhaal

De Zorghub biedt zorg zonder omwegen in de Muinkwijk
22.05.2026
Foto's
i-mens

De zorg voor kwetsbare ouderen heeft zelden een tekort aan inzet, wel aan samenhang. Zodra meerdere hulpverleners, diensten en mantelzorgers betrokken worden, dreigt het overzicht te verdwijnen. Met een nieuwe Zorghub in de Gentse Muinkwijk wil i-mens precies dat probleem aanpakken.

Stel, je bent 82, woont alleen in de Gentse Muinkwijk en je bent een maand geleden gevallen. Niets gebroken, gelukkig, maar je durft de deur amper nog uit. Je dochter belt elke avond, je huisarts heeft thuiszorg aangevraagd, en iemand van het ziekenfonds is ook al eens langsgekomen. Er zijn formulieren ingevuld, doorverwijzingen gegeven, nummers uitgewisseld. Maar niemand die het geheel bewaakt.

Precies dat knelpunt is de reden waarom i-mens met de Zorghub in de Muinkwijk begon. "De zorg is er wel", zegt Niels Brewaeys, expert innovatie bij i-mens, "maar zelden als een sluitend verhaal." I-mens is al jaren sterk aanwezig in de wijk en biedt er verschillende diensten aan, zoals gezinszorg, een poetsdienst, een woonzorgcentrum, assistentiewoningen, een dagverzorgingscentrum en een lokaal dienstencentrum. Die brede aanwezigheid gaf de organisatie een scherp zicht op wat er misgaat. "De problemen beginnen vaak klein. Iemand zegt dat hij niet meer buiten durft of slecht slaapt. Maar na verloop van tijd groeit dat uit tot een kluwen van professionele zorg, welzijn en mantelzorg, zonder dat iemand het geheel in handen houdt."

De wachtzaal is een buurtcafé

De hub heeft een bewuste keuze gemaakt voor locatie en sfeer. Wie aanloopt, komt niet in een wachtzaal met gestapelde stoelen en een nummerticket. Hij of zij komt in het lokale buurtcafé Yvonne binnen. "We wilden bewust heel laagdrempelig werken en breken met het beeld van de wachtzaal in een ziekenhuis", zegt Brewaeys. "Mensen met een zorg- of ondersteuningsnood kunnen ook gewoon langskomen om iets te drinken of een babbeltje te doen.”

Die keuze is niet toevallig. De wijk telt veel alleenwonende ouderen en een groeiende groep kwetsbare 75- en 80-plussers. Sociaal isolement en zorgvragen versterken elkaar. Wie minder buiten komt, verliest zijn netwerk en wie zijn netwerk verliest, gaat sneller achteruit. Het buurtcafé doorbreekt die spiraal.

Eerst luisteren, dan organiseren

Het hart van de Zorghub is een centraal aanspreekpunt. "Die persoon is geen extra bureaucratische laag", benadrukt Brewaeys. "Het is iemand die het overzicht bewaart, het verhaal van de cliënt beluistert en aan vraagverheldering doet. Daarna organiseert hij of zij de afstemming tussen de partners en ziet erop toe dat afspraken worden opgevolgd."

Wie binnenstapt, hoeft zijn vraag niet perfect geformuleerd te hebben. "Je mag gerust binnenkomen en zeggen: ik zie door de bomen het bos niet meer", aldus Brewaeys. "Dan starten we gewoon met een rustig gesprek. Wat is er dringend. Wat wil je absoluut behouden in je leven? Pas als die levensdoelen helder zijn, wordt de mix van zorg en ondersteuning samengesteld. Die levensdoelen zijn de kapstok voor alles wat volgt."

Geen doorverwijzing maar samenbrengen

Wat de Zorghub onderscheidt van een gewoon loket of doorverwijsadres, is wat er achter de schermen gebeurt: huisartsen, thuisverpleegkundigen, kinesisten, ergotherapeuten, maatschappelijk werkers, geestelijke gezondheidszorg, mantelzorgondersteuning en specialisten uit de tweede lijn werken er niet naast, maar met elkaar. Dat versterkt de samenwerking tussen eerste en tweede lijn. "We maken van de samenwerking geen vrijblijvende doorverwijzing", zegt Brewaeys. "We bespreken concreet wie wat doet, wanneer er terugkoppeling is en wie de opvolging bewaakt. Elke partner blijft verantwoordelijk in zijn eigen expertise, maar werkt volgens een gezamenlijke trajectlogica.”

Voor de cliënt voelt dat als een doorlopend plan in plaats van een optelsom van losse contacten. "Eerst een keer goed luisteren, dan goed afspreken. Dat klinkt eenvoudig, maar het maakt een enorm verschil. Het zorgt voor minder stress voor de oudere en minder ruis voor de zorgverleners."

Een concreet voorbeeld illustreert hoe dat werkt. Een buurtbewoner kon na een val niet meer thuis wonen. Na een ziekenhuisopname verhuisde hij tijdelijk naar het kortverblijf van het woonzorgcentrum. Zodra de revalidatie goed genoeg verliep, kon hij terug naar huis. Via de hub bleef hij langskomen bij dezelfde kinesist als in het woonzorgcentrum, waardoor de opvolging naadloos doorliep. De tips van de ergotherapeut kon hij thuis blijven toepassen. Via de beweegcoach bleef hij oefenen. "In een klassieke aanpak zijn dat losse, niet-samenhangende stappen", zegt Brewaeys. "Hier waren het schakels in één verhaal."

Botsen op de regels

Het project staat, zoals Brewaeys het zelf zegt, nog volop in de steigers. En het botst op bepaalde drempels, bijvoorbeeld rond gegevensdeling. Partners willen samenwerken, maar mogen lang niet alles delen. "Ondanks dat we met alle partners samen zitten, zijn we beperkt in wat we mogen uitwisselen", zegt Brewaeys. "Dat maakt het moeilijk om het traject zo aansluitend mogelijk te maken.”

Onder andere daarom diende i-mens een aanvraag in voor een piloot in de Innovatie- en Experimenteerruimte Plus' van het traject Toekomstzorg van de Vlaamse overheid. In dit regelluwe kader kunnen vernieuwende intersectorale pilootprojecten experimenteren met nieuwe zorgmodellen. "We willen evolueren naar een 'only once'-principe waarin de cliënt maar één keer zijn verhaal moet vertellen”, zegt Brewaeys. Hij verwijst ook naar Alivia, een systeem voor gedeelde zorgplanning, dat hij wil integreren in de hub.

Mantelzorgers als volwaardige partners

Een onderschat onderdeel van de hub is de manier waarop mantelzorgers worden betrokken. "Hun ervaring met de persoon is pure expertise", zegt Brewaeys. "En mantelzorgers willen zelf ook gehoord worden." De Zorghub biedt ondersteuning aan mantelzorgers in verschillende vormen, zoals een luisterend oor, erkenning, praktische wegwijzing, en waar nodig peer-to-peercontact met andere mantelzorgers. Ook wordt er in overleg gekeken of een (deel van) het dossier kan worden overgenomen. Al is dat, erkent Brewaeys, nog altijd een grote stap. "We merken dat mensen het moeilijk vinden om delen van het zorgplan uit handen te geven. Het schuldgevoel zit vaak diep. We proberen hen daarbij te helpen."